PDA 1941-43

Bij binnenkomst in het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (P.D.A.) werden de gevangenen persoonlijke bezittingen afgenomen, onthaard, een gevangenennummer toegekend en een setje kampkleren uitgereikt. Dat was een oud uniform van Nederlandse of Duitse legeronderdelen en houten klompen. De reden van opsluiting werd met een gekleurde lap stof op de kleding aangegeven. Daarna waren zij overgeleverd aan het strenge regime en de grillen van de SS-bewakers.

Het kamp bestond uit een SS-gedeelte voor de bewakers, met slaapbarakken, kantoren, garages en magazijnen. Een interne poort leidde vervolgens naar het gevangenengedeelte. Vanaf eind 1941 werden nog toegevoegd een keuken, de zgn. Bekleidungskammer, de zgn. Werkstätten, zes stenen barakken en de beruchte ‘Rozentuin’: een omheinde plek waar gevangenen uren, soms dagen lang voor straf moesten staan. Het stoffige, centrale plein diende als appèlplaats, waar vaak urenlang zinloze oefeningen moesten worden gedaan.

Uit de mémoires en brieven van gevangenen van Kamp Amersfoort uit deze periode klinkt de machteloze woede door over de onmenselijke leefomstandigheden, de alles overheersende honger, de gebrekkige kleding en verwarming, de strenge censuur op uitgaande brieven, de sociale verhoudingen en het onderlinge verraad tussen verschillende groepen gevangenen. Er zaten onder andere verzetsstrijders, communisten, gijzelaars, (vermeende) criminelen zoals zwarthandelaren, ca. 220 Amerikaanse staatsburgers en ca. 120 Jehovah’s getuigen. Met name de ca. 2.500 Joden en 100 Sovjet-krijgsgevangenen werden bijzonder gewelddadig behandeld. Het uitspelen van gevangenen tegen elkaar leidde mede tot een cultuur van sjacheren en regelen van voedsel of diensten, door gevangenen ‘organiseren’ genoemd.

De gevangenen werden in verschillende werkploegen ingedeeld, de zgn. Kommandos. De meeste ploegen moesten fysiek zwaar werk verrichten; zo werd de 320 meter lange Schietbaan met de hand aangelegd en de grote vuilstortplaats verder uitgegraven. De kampcommandant van Kamp Amersfoort was Walter Heinrich, een in de omgang ogenschijnlijk correcte jongeman maar verantwoordelijk voor diverse wreedheden. In het kamp braken met regelmaat besmettelijke ziektes uit, zoals dysenterie.

In deze eerste fase van het kamp werden al velen doorgestuurd naar andere kampen, zoals Buchenwald, Mauthausen, Natzweiler, Neuengamme en Sachsenhausen. In maart 1943 werd het kamp tijdelijk gesloten voor een nieuwe uitbreiding met zeven barakken; tot die tijd hebben ruim 8.500 mensen gevangen gezeten.