Geschiedenis
Aanmelden nieuwsbrief
Tijdbalk
zoeken

1946 - De 116 van Rusthof
 
Op 28 maart 1946 werden de stoffelijke resten van 116 Russische slachtoffers plechtig herbegraven op de algemene begraafplaats Rusthof. Van de 116 slachtoffers waren er 101 afkomstig uit Kamp Amersfoort. Hun stoffelijke resten werden vanaf december 1945 geborgen. De andere 15 slachtoffers waren Russische gesneuvelden die in maart 1946 in Beverwijk waren geborgen. Samen werden zij op 28 maart 1946 op begraafplaats Rusthof herbegraven. Het Ereveld bestond toen nog niet. http://www.kampamersfoort.nl/gfx/spacer.gif
 
1947 - Aanleg Ereveld
 
In februari 1947 stelde de Minister van oorlog - A.H.J.L. Fiévez - de burgemeester van Amersfoort in kennis van het voornemen van de Amerikaanse gravendienst om van het militaire kerkhof te Margraten een uitsluitend Amerikaanse begraafplaats te maken.

In Margraten bevonden zich op dat moment nog de stoffelijke resten van o.a. 691 Russen. De minister van Oorlog vroeg aan B&W van Amersfoort om te overwegen de Russen te begraven op een terrein 'aansluitend aan de Algemeene begraafplaats'. De niet Russische geallieerden uit Margraten zouden dan begraven kunnen worden op het gedeelte van de Algemeene begraafplaats waar nu de 116 - op 28 maart 1946 - Russische slachtoffers begraven waren. Om tegemoet te komen aan de 'van Russische zijde geuiten wensch' dient er een afscheiding te komen.

In juli 1947 werd door de Minister van Oorlog bevestigd dat - op kosten van het Ministerie - kon worden overgegaan tot aankoop van het benodigde terrein en voor de aanleg van de Russische begraafplaats. De Dienst Identificatie & Berging (DIB) werd op hetzelfde moment gevraagd om met de voorbereiding voor overbrenging van de stoffelijke resten te beginnen.

Begin september 1947 rapporteerde de Minister van Oorlog aan de Minister van Buitenlandse Zaken, dat spoedig zou worden begonnen met de aanleg van de begraafplaats voor de Russen en dat de werkzaamheden zo'n drie maanden zouden duren. Naar de wens van de Russische Ambassade zou de begraafplaats met een lage muur omgeven worden. Tevens zouden geen afzonderlijke grafaanduidingen voorkomen, maar er zou één grafteken in de vorm van een obelisk worden opgericht".

Het ontwerp van het Ereveld was afkomstig van stadsarchitect D. Zuiderhoek in samenwerking met de Russische ambassadeur Valkov. In plaats van één steen per graf kwam er één obelisk.
Een aardig detail is dat de aannemer die met het laagste bod inschreef op de aanbesteding voor de muur, enige discussie veroorzaakte. De betreffende aannemer werd positief aanbevolen door Gemeente-Werken Amersfoort. Het feit dat de man direct na de bevrijding bijna 17 maanden als collaborateur gevangen zat, deed B&W besluiten om niet van zijn diensten gebruik te maken. Daarop werd de volgende bieder op de aanbesteding gecontracteerd.
Op de pilaren van het toegangshek staan twee stenen vazen. Deze zijn afkomstig van de waterpoort Monnikendam en in 1947 geplaatst. In oktober 1948 werd overeengekomen dat het beheer van het ereveld zou worden uitgevoerd door de beheerders van Rusthof, op kosten van het Rijk.
 
1948 - Officiele opening
 
Op 18-11-1948 werd het Ereveld officieel geopend.Op het moment van de officiële opening van het Ereveld waren de stoffelijke resten van 854 Russische slachtoffers op het Ereveld herbegraven. Het aantal van 854 betrof de eerste groep van 116, 691 slachtoffers uit Margraten en 47 slachtoffers die in de periode februari t/m augustus 1948, vaak in kleine groepjes tegelijk, waren bijgezet. De graven waren voorzien van een steen met een nummer. Een obelisk vormde het centrale gedenkteken. Bij de opening waren tal van hoogwaardigheidsbekleders aanwezig. Onder hen bevonden zich de Russische ambassadeur de heer V.A. Valkov, de Minister van oorlog, mr. W.F. Schokking (sinds 7 augustus 1948) en militair attaché Ichtschenko.
 
1948 - 2000
 
In de periode na 1948 werden verschillende Russische slachtoffers herbegraven op het Ereveld. De laatste bijzetting vond plaats in 1979, waarmee het totaal aantal graven op 865 komt. De oorspronkelijke graftekens werden in 1962 vervangen, evenals het centrale monument. In juni 1949 werden vijf Sovjetrussen, die in Duitse dienst waren, herbegraven op het Ereveld. De vijf Turkestanen waren door de Duitsers gefusilleerd vanwege een zedendelict. In november 1949 werden zij opgegraven en herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn. (Bron: artikel "Het geheim van de achterste rij", 22 april 2000)

Tot 1956 was het Ministerie van Defensie verantwoordelijk voor het Ereveld. Daarna werd die taak overgedragen aan de Oorlogsgravenstichting. In 1958 was er het voornemen van de Russische ambassadeur Koesnetsow om grafstenen te plaatsen met daarop de namen van de gesneuvelden. In augustus van datzelfde jaar werd een ontwerp gepresenteerd waarmee het Ministerie van Buitenlandse Zaken in augustus 1961 akkoord ging. In 1962 werden de grafstenen geplaatst.

Op 12 mei 1962 verleende B&W van Amersfoort toestemming aan de directeur van de Oorlogsgravenstichting om de stoffelijke resten van 12 Russen bij te zetten. Tevens werd voorgesteld om naast de 'Gemenebest graven', eveneens de stoffelijke resten van slachtoffers met de Italiaanse en onbekende (en eventueel Poolse) nationaliteit te herbegraven. Er werd toestemming verleend om de houten graftekens bij de oorlogsgraven te vervangen door grafstenen. Verdere informatie ontbreekt.

Het is aannemelijk dat de 12 Russen zijn bijgezet (aangezien dat gebeurde met de stoffelijke resten met Italiaanse en onbekende nationaliteit). Het onderhoud van het ereveld wordt sinds 1970 door de Oorlogsgravenstichting en door de gemeente verricht. Daarvoor gebeurde dit door de medewerkers van Rusthof op kosten van het Rijk.
Het centrale monument werd in 1975 vervangen door een tien meter hoge zuil van Armeens wit marmer. Het monument werd in de Sovjet Unie vervaardigd en in 1975 door de genie van het Nederlandse leger geplaatst. Het monument werd op 4 mei 1975 onthuld. Op de zuil staat in het Russisch en in het Nederlands de vergulde tekst:

Aan de strijders van
het Sowjet leger die
omgekomen zijn in
de worsteling met de
Duitse overweldigers
1941 - 1945

Het terras waarop de zuil staat is omgeven door een muur met daarop de tekst: "Lof aan de helden"

In de periode van 18 november 1948 tot 1979 werden uiteindelijk de stoffelijke resten van 58 Russische militairen, uit verschillende plaatsen in Nederland, naar het Ereveld overgebracht. Het is niet duidelijk wanneer de (zeker) 50 Russen, die in dienst van de Wehrmacht waren, werden herbegraven. Het lijkt niet aannemelijk dat deze groep uit Margraten afkomstig is, maar dat zou betekenen dat het merendeel van de bijzettingen na 1948, militairen in Duitse dienst betrof. Informatie hierover ontbreekt.

Zij liggen begraven op de 'achterste rij' en worden ieder jaar - net als hun landgenoten 'met ere herdacht'. In 1990 heeft de Oorlogsgravenstichting bij de ingang van het ereveld een informatiebord geplaatst met een Russische en Nederlandse tekst.
 

Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort
Loes van Overeemlaan 19, 3832 RZ Leusden
Telefoon: 033 461 31 29, E-mail: info@kampamersfoort.nl
concept: advies in cummunicatie | realisatie: magiqsoft - smart software solutions