De Tocht van Vrees en Hoop op 11 oktober, ter nagedachtenis van de gevangenen van Kamp Amersfoort die op transport moesten, belooft een bijzondere te worden. Jan Douma, is er speciaal voor uit Amerika gekomen en loopt samen met zijn broer en diens zoon mee om (groot)vader Filips te herdenken. Lees hier zijn verhaal.

Politieman Filips Douma was 21, toen de Grüne Polizei hem op 16 september 1944 arresteerde. Hem werd verweten dat hij op verzoek van het verzet persoonskaarten liet verdwijnen en artsen waarschuwde voor aankomende arrestaties. Met een groep andere politiemannen kwam hij op 16 september aan in Kamp Amersfoort, vertelt zijn zoon Jan (57).

,,Door zijn activiteiten werd hij door de Duitsers op een lijst ‘onbetrouwbare’ politiemensen geplaatst. Mijn vader werd in Amersfoort ingeschreven onder nummer 7610 en maakte deel uit van het beruchte transport op 11 oktober 1944 naar Neuengamme in Duitsland. In het hoofdkamp kreeg hij nummer 56325. Hij werd naar nevenkamp Wedel gestuurd, waar hij twee maanden tankgrachten moest graven. Heel zwaar werk, waarbij de truc was zo min mogelijk te doen om te overleven. Vervolgens naar Spaldingstrasse om puin te ruimen in Hamburg, terug naar Neuengamme en uiteindelijk heeft hij de bevrijding in Sandbostel op 29 april 1945 meegemaakt.”

Jan woont en werkt in New Orleans, maar maakt zijn jaarlijkse grote oversteek naar Nederland juist in deze periode om de 75 jaar-herdenkingen in Putten en Amersfoort te kunnen bijwonen.

,,Mijn vader zat met alle Puttenaren in het transport naar Neuengamme en is veel met hen opgetrokken. Het geloof heeft hem en de mensen uit Putten geholpen in deze moeilijke periode.”

Vader Filips kon na de oorlog maar moeilijk over zijn ervaringen praten. ,,Maar bij het 50-jarige bevrijdingsfeest van Nederland heeft hij een document van 20 pagina’s geschreven voor zijn kinderen en kleinkinderen. Dat zijn we sindsdien aan het doorspitten en daaruit komen heel veel dingen die we nog niet wisten en verdere aanknopingspunten naar boven. Zo heeft mijn broer bij het archief in Den Haag al geheimen boven water gehaald die onze vader mee het graf heeft ingenomen’’, aldus Jan, die het verhaal van zijn inmiddels overleden vader Filips ‘graag’ doorvertelt.

,,In Amerika zijn mensen heel erg geïnteresseerd in de verhalen. Ik heb al twee lezingen gegeven in New Orleans. En ik ben bezig met de voorbereidingen voor het schrijven van een boek als mijn pensioen straks is aangebroken.’’

Jan, die samen met zijn broer en diens zoon de stille tochten van Putten en Amersfoort wil meelopen, kijkt uit naar de confrontatie met het verleden. ,,Je loopt tegen dingen aan en ik hoop ook nieuwe dingen te ontdekken. Ronduit schokkend vind ik de foto’s van het transport naar Neuengamme, waar Duitse soldaten de gevangenen begeleiden. Ik had me lang niet gerealiseerd dat mijn vader daar tussen loopt. Dat is schrikken, een beetje eng: straks herken ik mijn vader, al heb ik hem nog niet ontdekt op de beelden.’’

Jan zegt dankbaar te zijn voor de hernieuwde aandacht die er tegenwoordig is voor de oorlog en de verhalen die niet vergeten mogen worden.

,,Als je je realiseert hoe toeval zijn leven heeft gered… Hij is als door een wonder een paar keer aan de dood ontsnapt, bijvoorbeeld toen de Duitsers iedereen die minder dan 50 kg woog wilde afzonderen. Ze dachten toen dat er misschien betere verzorging zou komen, maar die mensen zijn omgebracht, omdat ze te zwak waren geworden. Mijn vader woog 51 kg en werd met een schop onder zijn kont weggestuurd. Aan het eind van de oorlog was hij echt ‘op’. Als de geallieerden iets later waren gekomen, was het anders afgelopen…”