Bijgewerkt: 28/09/09 10:28 
 
Kamp Amersfoort
| Home | History | Prehistory



Prehistory



Vertrouwen in vrede
Hitler, NSDAP, SA & SS
Heinrich Himmler
Hitler aan de macht
Kamp Dachau
Theodor Eicke
Dreigende signalen
Mobilisatie in Ned.
Grebbelinie
Legeringsruimte
Laan 1914-Appelweg
Oorlog
Evacuatie
Zaterdag 11 mei
Zondag 12 mei
Maandag 13 mei
Dinsdag 14 mei
Na de capitulatie
De Boskamp
Soorten kampen
Kamp Schoorl





One of the effects of the rise of Hitler and his party the NSDAP was that, starting in 1933, thousands of political opponents were take away to 'concentration' camps. Following the outbreak of war in the Netherlands on 10 May 1940, Dutch capitulation and the subsequent German occupation heralded the start of a campaign to mop up political resistance in our country. Rising numbers of arrests meant that makeshift camps had to be erected to accommodate all the new prisoners. There was no time to model these on Dachau, as the Germans would have liked, so they made the best of what was available: existing Dutch military barracks. These makeshift camps were the responsibility not of the Inspector of Concentration Camps but of the local police authorities, the Sipo and SD. Kamp Amersfoort is one such camp.


Vertrouwen in vrede
Antimilitarisme en de opkomst van vredesbewegingen in de periode 1918- 1933 in Nederland.
Na de eerste wereldoorlog 1914-1918, steeg het vertrouwen in een blijvende vrede. Aan het verslagen Duitsland waren beperkingen opgelegd en het land stond onder streng toezicht. Bovendien werd in 1920 de Volkenbond opgericht die een oorlog in de toekomst zou moeten voorkomen.

In de jaren twintig overheerste in Nederland een optimistische stemming over de wereldvrede. Er ontstonden verschillende vredesbewegingen en de antimilitaristische stemming onder de bevolking groeide.
Het "Gebroken Geweertje" werd een belangrijk symbool voor antimilitarisme en was kenmerkend voor de stemming in de dertiger jaren. Onder de inwoners van Amersfoort was de antimilitaire stemming - die na de eerste wereldoorlog ontstond - wat milder dan in de rest van Nederland. Als garnizoensstad was de bevolking van Amersfoort gewend geraakt aan de aanwezigheid van militairen. Bovendien kwam de aanwezigheid van militairen de werkgelegenheid in de stad ten goede.

De economische crisis na 1929, die de hele wereld raakte, stond het optimisme over de wereldvrede niet in de weg. Langzaam veranderde dit optimisme. De belangrijkste redenen hiervoor waren de opkomst van het fascisme in Italië, en de opkomst en het succes van Adolf Hitler en zijn nationaal-socialistische arbeiderspartij, de NSDAP in Duitsland.


Hitler, NSDAP, SA en SS
Tien jaar na zijn mislukte staatsgreep zou Hitler Rijkskanselier worden.
In de winter van 1918-1919 werd in München de Deutsche Arbeiterpartei opgericht. Adolf Hitler werd in 1919 (het zevende) lid van deze partij. Hij overreedde de leden van zijn partij om in november 1919 een vergadering te organiseren in het Hofbrauhaus in München. Hier bleek zijn talent als redenaar. Samen met Drexler en Feder, twee oprichters van de Deutsche Arbeiterpartei, stelde Hitler de 25 punten van de partij samen, die nieuwe aanhangers opleverde.

In 1920 werd de naam van de partij veranderd in NSDAP. Om bij bijeenkomsten van de nazi-partij de orde te handhaven werd in 1921 de SA (Sturmabteilungen) opgericht (De naam 'Sturmabteilungen' was afgeleid van de aanvalsgroepen die in de loopgravenoorlog van 1914-1918 geallieerde linies aanvielen). De SA moest de partij beschermen tegen politieke tegenstanders. In de praktijk bleek de SA een gewelddadige militaire knokploeg, die verantwoordelijk was voor de straatterreur in de jaren '20 en '30.

In 1922 greep Mussolini de macht in Italië. De symboliek van de Italiaanse fascisten zou spoedig worden gebruikt door de nationaal-socialisten in Duitsland. De zwarte hemden, de groet met de opgeheven arm en de titel van Mussolini; 'Duce' of leider.

In november 1923 deed Hitler een greep naar de macht. Hij kreeg hierbij belangrijke hulp van de SA. De staatsgreep, die bekend staat als "Hitler-putsch" of "Bierhalle-putsch", mislukte. De partij en de SA werden verboden en Hitler werd in april 1924 veroordeeld tot vijf jaar 'vestingstraf'. Gedurende zijn straftijd in Landsberg schreef hij het eerste deel van zijn boek "Mein Kampf", een kwaadaardig politiek testament.
Niemand kon vermoeden dat de inhoud van het boek in de komende jaren soms letterlijk zou worden uitgevoerd. Al op 20 december 1924 werd Hitler vrijgelaten.

Begin 1925 werden de partij (NSDAP) en de SA weer opgericht. De SA zou een andere functie krijgen, tot ongenoegen van Ernst Röhm, leider van de SA, die streefde naar zelfstandigheid van de SA.

In januari 1929 formeerde Hitler uit de SA een eenheid, die fungeerde als zijn persoonlijke lijfwacht. Deze eenheid genaamd Schutzstaffeln (SS) stond onder bevel van een fanatiek aanhanger van Hitler, namelijk Heinrich Himmler. Zowel de SA als de SS bleken zeer effectief in het afschrikken van politieke tegenstanders.


Heinrich Himmler
Stapsgewijs verwierf Himmler alle zeggenschap over de gehele Duitse politie (Sipo/SD).
Hitler's volgeling Heinrich Himmler maakte van de SS een grote zelfstandige organisatie. Binnen deze organisatie werd onder andere een eigen veiligheidsdienst opgericht, de Sicherheitsdienst (SD). Aan het hoofd van de SD stond Reinhard Heydrich. De SD zou later een zelfstandige instelling worden onder leiding van de Reichsführer-SS Heinrich Himmler.

Himmler wist in relatief korte tijd bijna alle politionele bevoegdheden naar zich toe te trekken. Tussen november 1933 en januari 1934 werd hij (behalve in Pruisen) hoofd van de politieke recherche. In april 1934 werd Himmler door de Minister-president van Pruisen; Herman Goering, benoemd tot Inspekteur der Geheimen Staatspolizei (Gestapo) van dit gebied. Stapsgewijs verwierf Himmler alle zeggenschap over de gehele Duitse politie.
Uiteindelijk werden de politieke- en de criminele politie verenigd in het apparaat van de Sicherheitspolizei (Sipo), met Himmler aan het hoofd.


Hitler aan de macht
Nadat Hitler in 1933 was benoemd tot Rijkskanselier begon de vervolging en systematische uitschakeling van politieke tegenstanders.
In 1933 won Hitler met zijn NSDAP de verkiezingen en werd kort daarop - op 30 januari 1933 - door president Von Hindenburg tot Rijkskanselier benoemd. Vrijwel direct begon de brutale vervolging en systematische uitschakeling van politieke tegenstanders.


Na de machtovername door Hitler werd door rijkspresident Von Hindenburg een noodverordening ondertekend die het mogelijk maakte om de duur van 'preventieve gevangenschap' uit te breiden tot drie maanden. Deze vorm van vrijheidsberoving werd 'Polizeihaft' genoemd en was nog enigszins aan regels onderworpen. Dat veranderde na de brand in het Rijksdaggebouw op 28 februari 1933. Communisten werden beschuldigd van brandstichting en samenzwering tegen de rijksregering. De brand werd aangegrepen om een nieuwe maatregel "zum Schutz von Volk und Staat" in te voeren. Deze maatregel maakte het mogelijk om personen voor onbepaalde tijd in hechtenis te nemen.
Communisten waren de eersten die op grote schaal kennis maakten met 'Schutzhaft', de nieuwe maatregel "zum Schutz von Volk und Staat".

Op 23 maart 1933 verkondigde Hitler een wetsontwerp; het 'Ermächtigungsgesetz'. Deze wet stelde Hitler in staat om voor een periode van vier jaar wetten te maken en uit te voeren, zonder dat daarvoor de medewerking van vertegenwoordigende instanties vereist was. Het wetsontwerp behaalde de vereiste twee/derde meerderheid voornamelijk door de afwezigheid van communisten.

Hitler noemde zijn regering het Derde Rijk. Hij voorspelde dat het Derde Rijk duizend jaar stand zou houden (Het Eerste Rijk was het Heilige Roomse Rijk dat standhield van 800 tot de opheffing door Napoleon in 1806. Het Tweede Rijk was dat van Bismarck, dat duurde van 1871 tot het einde van de Hohenzollern-dynastie in 1918).

Na de eerste grote arrestatiegolf van communisten volgde nog meer arrestaties. Een reeks van concentratiekampen werd opgericht om alle arrestanten onder te brengen. Naast kamp Dachau werden deze kampen door de misdragingen van SA en SS bewakers al gauw 'wilde kampen' genoemd. Aangezien het aanzien van het nationaal-socialisme niet geschaad mocht worden en de mishandelingen in de kampen voor de nodige onrust en bezorgdheid zorgden, werd een aantal kampen opgeheven.

Aan de macht van de SA kwam een einde. Het verschil in opvatting over de rol van de SA, tussen Röhm en Hitler speelde daarbij ook een rol.
Op 30 juni 1934 werd deze SA dreiging uit de weg geruimd. Meer dan duizend personen werden gearresteerd en vermoord. Onder de slachtoffers bevonden zich veel SA kopstukken, waaronder Röhm. De SA verloor in een klap al haar invloed. De actie ging de geschiedenisboeken in als de "Nacht van de lange messen".

Na de dood van Von Hindenburg was de weg vrij voor Hitler. Zijn positie als Führer van het Duitse Rijk werd door het politieapparaat onder leiding van Himmler verzekerd.


Kamp Dachau
Het kamp dat zou uitgroeien tot 'voorbeeldkamp'.
Himmler was op 9 maart 1933 Polizeipräsident van München geworden. Een dag later maakte hij de oprichting van een concentratiekamp bij Dachau, enkele kilometers ten noorden van Munchen, bekend.
In de krant stond: "Am Mittwoch wird in der Nähe von Dachau das erste Konzentrationslager mit einem Fassungsvermögen für 5000 Menschen errichtet werden. Hier werden die gesamten kommunistischen und soweit dies notwendig ist, Reichsbanner und sozialdemokratischen Funktionäre, die die Sicherheit des Staates gefährden, zusammengezogen..."


De eerste gevangenen in concentratiekamp Dachau (communisten) werden bewaakt door agenten van de Beierse Landpolizei. Niemand kon vermoeden dat de voormalige munitiefabriek uit de eerste Wereldoorlog een school voor SS kampbewakers - met gevangenen van allerlei nationaliteiten - zou worden.

Commandant van het kamp was SS-Oberführer Hillmar Wäckerle. Hij stelde een reeks van regels, 'Sonderbestimmungen' op, voor de behandeling van gevangenen.

Op 11 april 1933 nam de SS de bewaking van het kamp over. Daarmee verloren de gevangenen hun laatste burgerrechten en waren ze aan de willekeur van hun bewakers overgeleverd.



Theodor Eicke
In Dachau werd de theorie van het nationaal-socialisme bloedige realiteit.
In juni 1933 werd Theodor Eicke, SS-Oberführer en commandant van concentratiekamp Dachau.

De 'Sonderbestimmungen' die zijn voorganger Wäckerle had opgesteld, gebruikte Eicke voor de samenstelling van zijn eigen regels onder de titel "Disziplinar- und Strafandrohung für den Gefangenenlager". Eicke was alleen verantwoording schuldig aan Himmler, de Reichsführer-SS, die de maatregelen en reglementen van Eicke had goedgekeurd.



In 1934 werd Eicke benoemd tot "Inspekteur der Konzentrationslager und Führer der SS-Wachverbände". Als SS-Gruppenführer formeerde Eicke uit zijn bewakingstroepen regionale "SS-Totenkopfverbände" die belast werden met de bewaking van concentratiekampen.

Kamp Dachau werd een voorbeeldkamp en stond model voor de inrichting van andere concentratiekampen. Het was tevens een school voor bewakers.
In kamp Dachau leerden SS-ers hoe zij gevangenen - mensen met een ander geloof, een andere mening of een andere levensstijl - als minderwaardig moesten zien, en overeenkomstig moesten behandelen.
In latere jaren zouden deze SS'ers, miljoenen onschuldige mensen gewetenloos vermoorden in gaskamers.


Dreigende signalen
De agressieve bedoelingen van Hitler.
De opkomst van Hitler bracht een nieuwe internationale dreiging, die ook in Nederland werd waargenomen. Hitler bleek zich niet te willen houden aan de beperkingen die aan Duitsland waren opgelegd na de eerste wereldoorlog. De agressieve bedoelingen van Hitler hadden in Nederland tot gevolg dat de bezuinigingspolitiek voor defensie werd losgelaten. Voor de landsverdediging werden flinke bedragen beschikbaar gesteld, maar het was te laat. Ook buiten Nederland had men de Duitse dreiging waargenomen en nam men maatregelen. Nederlandse orders hadden bij buitenlandse wapenleveranciers geen prioriteit zodat Nederland voor haar defensieve taak grotendeels op zichzelf was aangewezen.

In maart 1936 bezette Duitse troepen het Rijnland.
Op 12 maart 1938 werd Oostenrijk door Duitsland geannexeerd; de zogenaamde Anschluss.
Op 30 september 1938 werd het verdrag van München getekend. Het gevolg van dit verdrag om de vrede te bewaren was dat Tsjecho-Slowakije min of meer werd uitgeleverd aan Duitsland.
Op 22 augustus 1939 tekenden Rusland en Duitsland een niet-aanvalsverdrag tussen beide landen; het Molotov-Ribbentroppact.


Mobilisatie in Nederland
Voormobilisatie op 24 augustus gevolgd door de algehele mobilisatie op 28 augustus.
Op donderdag 24 augustus besloot de regering tot de voormobilisatie. Ongeveer 50.000 militairen met groot verlof werden opgeroepen. Vier dagen later, op maandag 28 augustus 1939 volgde de algehele mobilisatie. Generaal I.H. Reijnders werd opperbevelhebber van de land- en zeemacht (de 125 vliegtuigen die gevechtsgereed waren, vielen onder de landmacht). Dienstplichtigen werden opgeleid, wapenarsenalen leeggehaald. Stellingen en fortificaties werden opnieuw gecontroleerd op bruikbaarheid.

Men realiseerde zich dat het gemobiliseerde leger lang niet sterk genoeg zou zijn om geheel Nederland te beschermen.

Hitler had intussen zijn aandacht op Polen gericht. De spanningen tussen Polen en Duitsland liepen zo hoog op dat een oorlog onvermijdelijk leek. Op 1 september viel Duitsland zonder oorlogsverklaring Polen binnen. Als gevolg van deze schending verklaarden Engeland en Frankrijk op 3 september 1939 de oorlog aan Duitsland.

De Tweede Wereldoorlog was begonnen


Grebbelinie
Wisseling van het het opperbevel. De Grebbelinie, grenzend aan Amersfoort wordt een verdedigingslinie.
Na de mobilisatie herstelde het dagelijks leven in Amersfoort zich grotendeels, met dien verstande dat de militaire bedrijvigheid was toegenomen en militairen in het straatbeeld verschenen.

Generaal Reijnders en minister Dijxhoorn van defensie verschilden van mening omtrent de inrichting van de Peel-Raamstelling als verdedigingslinie. Er volgde een opeenstapeling van meningsverschillen over deze en tal van andere zaken. Generaal Reijnders wilde uiteindelijk niet langer verantwoordelijk zijn voor het krijgsbeleid en nam ontslag. Hij werd op 6 februari 1940 opgevolgd door generaal H.G. Winkelman.

De nieuwe opperbevelhebber generaal H.G. Winkelman kreeg meer vrijheid van handelen dan zijn voorganger. Na onder-zoek werd besloten dat de Grebbelinie een hoofdverdedigingslinie moest worden. Het was uiteraard niet wenselijk een verdedi-gingslinie in te richten waaraan een grote stad grensde, maar er waren weinig alternatieven.
Dat de Grebbelinie gebruikt ging worden voor de landsverdediging stond vast. Er werden plannen gemaakt voor de evacuatie van de bevolking in de gebieden grenzend aan de Grebbelinie.
Legeringsruimte
De bouw van barakkenkampen in en om Amersfoort
Om tegemoet te komen aan de vraag naar legeringruimte voor de gemobiliseerde militairen werden verschillende barakkenkampen in en om Amersfoort gebouwd.

Elke barak, zo schreef de commandant van het Nederlandse veldleger J.J.G. baron van Voorst tot Voorst in september 1939 voor, diende van zeer eenvoudige aard en constructie te zijn.

In de Bokkeduinen verrees "Kamp Bokkeduinen".
Aan de Doornseweg, de weg van Amersfoort naar Maarn, werd in 1939 "Kamp Waterloo" gebouwd.
Aan de Zonnebloemstraat werd op 12 januari 1940 een barakkenkamp geopend voor militairen die verbleven in het Soesterkwartier.
Aan Laan 1914 verrees Kamp Amsvorde en daarnaast bij Laan 1914, aan de Appelweg, werd in september 1939 begonnen met de bouw van een militair kamp; "De Boskamp".


Laan 1914 - Appelweg
Het terrein van Amsvorde en De Boskamp.
Het terrein bij Laan 1914 aan de Appelweg - eigendom van de N.V. Den Treek - waar het barakkenkamp "De boskamp" gebouwd ging worden, werd voor dit doel door het Rijk gevorderd. De keuze voor dit gebied was niet willekeurig. In juli 1927 werd er betreffende dit perceel grond al een huurovereenkomst gesloten tussen Jonkheer W.H. de Beaufort, directeur van de N.V. Landgoed “Den Treek” en het Ministerie van Defensie.
Het voorste deel van het terrein werd ingericht als sportterrein en een gedeelte achteraan kreeg als bestemming springterrein voor de paarden van de cavalerie.

Naast het perceel aan de Appelweg werd op een perceel grond, gelegen aan de Leusderweg, hoek Laan 1914 en eigendom van de gemeente Amersfoort, tezelfdertijd voor twee compagnieën het kamp "Amsvorde" opgericht.

Voor beide terreinen werden door Defensie aan de eigenaren huurpenningen betaald.

Op het terrein aan de Appelweg, zo'n negen hectare, werden minstens zes houten barakken gebouwd. Hertzinger en Schimmel waren de aannemers die belast waren met de bouw. De firma Salomons maakte de betonfunderingen. Dit militaire kamp bestond uit één barak voor de kampadministratie, één eetgelegenheid en vier slaapbarakken.

Tijdens de mobilisatie in 1939 was het 1e Bataljon van het 16e Regiment infanterie er gelegerd. De Regiments­commandant was Luitenant-kolonel J. Visser, de Bataljonscommandant Reserve Kapitein Jacob Klaverstijn.


Oorlog
Vrijdag 10 mei 1940
In de vroege ochtend van 10 mei werd de rust verstoord door het geluid van afweergeschut, overvliegende gevechts- en transportvliegtuigen en bombardementen op vliegvelden. Via de radio werd bevestigd dat vanaf de vroege ochtend van 10 mei 1940, Duitse legereenheden de landsgrenzen overschreden hadden.

De situatie zag er - vanuit Nederlands gezichtspunt - verre van rooskleurig uit. Toch heerste er een voorzichtig optimisme vanwege de toegebrachte tegenslagen.
Het Duitse voornemen om het Nederlandse leger binnen een dag van tafel te vegen had gefaald.
Rotterdam-Zuid en de Maasbruggen waren weliswaar in Duitse handen gevallen, maar de drie vliegvelden bij Den Haag, Valkenburg, Ypenburg en Ockenburg werden 's avonds weer op de 22e Duitse Luchtlandingsdivisie heroverd.
De Duitse luchtvloot kreeg een gevoelige klap te incasseren en de Duitse poging om koningin Wilhelmina, de ministers en de legerleiding gevangen te nemen was mislukt.

Hoewel er de hele dag Duitse vliegtuigen overvlogen, was er op de avond van 10 mei in Amersfoort nog weinig tot niets van gevechten te merken.


Evacuatie
In Amersfoort kwam de eerste fase van de evacuatie van de bevolking op 10 mei om 21:00 uur op gang.
Fase 1 betrof de inwoners uit de meest bedreigde Amersfoortse wijken, 3.900 inwoners van hoogland, 1.500 inwoners van Stoutenburg en 2.270 inwoners van Leusden.
Fase twee van de evacuatie startte op 11 mei om 17:00 uur. Deze fase betrof 23.000 personen. Op 13 mei, om 08:00 uur was de evacuatie voltooid (ten behoeve van de geplande evacuatie werd Amersfoort verdeeld in 44 wijken. Elke wijk was onderverdeeld in 20 groepen van ongeveer 20 personen. Men diende de aanwijzingen van groepsgeleiders op te volgen).

Uiteindelijk vertrokken op 10, 11, 12 en 13 mei 1940 zo'n 43.400 Amersfoortse burgers naar Noord Holland. Zo'n 40 achterblijvers patrouilleerden om het uur door de stad om plunderingen te voorkomen.
De meeste Amersfoortse evacués werden in Alkmaar ondergebracht. Pas na de capitulatie op 15 mei keerden de eerste Amersfoortse bewoners weer terug naar de uitgestorven stad.

Een boekje, uitgegeven in de zomer van 1940 ter herinnering aan de evacuatie


Zaterdag 11 mei
Grebbelinie onder vuur
De drie noordelijke provincies werden in de loop van 11 mei volledig onder de voet gelopen. De oprukkende Duitsers werden echter gestopt door de verdedigers van de stelling Kornwerderzand bij de Afsluitdijk.

De Grebbeberg kwam vroeg in de ochtend onder zwaar artillerievuur te liggen. Daarna werd de aanval door SS-eenheden ingezet.

In de middag van de 11e mei bereikte de 227e divisie Barneveld. Verkennende Nederlandse huzaren en de bezetting van de voorposten van de Grebbelinie raakten in gevecht met de Duitsers. Aan het eind van de dag waren de voorposten bij de Grebbeberg gevallen, maar de frontlijn van de Grebbelinie was nog intact.

In Noord Brabant rukten de Duitsers op. Maatregelen van Nederlandse militairen om de Duitse opmars tussen Rotterdam en Moerdijk te stoppen leverden niets op.


Zondag 12 mei
Drie eskadrons Nederlandse huzaren
De acties van drie eskadrons Huzaren bij Hoevelaken, Nijkerk, Achterveld, Stoutenburg, Terschuur en Nijkerk en de tegenstand door de bezetting van de voorposten van de noordelijke Grebbelinie, wekten bij de Duitse generaal Zwickwolff de indruk dat Amersfoort zwaar verdedigd werd. De gevechten met de Nederlandse huzaren werden allen in het voordeel van de Duitsers beslist, maar dat nam niet weg dat Zwickwolff bij zijn commandant - generaal Christian Hansen - aandrong om af te zien van de voorgenomen aanval bij Amersfoort. Zickwolff stelde voor om een doorbraak te forceren bij Scherpenzeel.

Veldgraf van een Nederlandse militair bij de kerk in Achterveld

Achteraf bezien werd de stad Amersfoort - zoals dat ook in 1945 zou gebeuren - gespaard voor oorlogsgeweld.


Maandag 13 mei
De Grebbelinie gaat verloren
Koningin Wilhelmina stapt in Hoek van Holland op een Engelse torpedobootjager om vanuit Engeland de strijd voort te zetten.
's middags vertrokken de regeringsleiders van het kabinet 'De Geer' naar Engeland. Het regeringsgezag werd overgedragen aan generaal H.G. Winkelman.

De Grebbelinie krijgt zware aanvallen te verduren. Bij Scherpenzeel wordt een aanval succesvol afgeslagen door de Nederlandse verdedigers.

Op de Grebbeberg, in de ochtend, loopt een Nederlandse tegenaanval vast. SS-eenheden die daarop tegenaanvallen lanceren, weten bij de derde aanval door te breken. Deze doorbraak had tot gevolg dat de gehele Grebbelinie diende te worden prijsgegeven, om te voorkomen dat de vijand in de rug zou aanvallen.
Bijna 400 Nederlandse militairen sneuvelden op de Grebbeberg.


Dinsdag 14 mei
Bombardement van Rotterdam en de capitulatie
Generaal Harberts, commandant van de Grebbelinie, gaf opdracht de troepen te laten terugtrekken achter de Hollandse Waterlinie. Duitse tanks rukken op door de Grebbelinie naar Rotterdam.

In de voormiddag ontving de garnizoenscommandant van Rotterdam kolonel P.W. Scharroo een ultimatum tot overgave van de stad. Als niet zou worden overgegaan tot overgave werd gedreigd met vernietiging van de stad. Nog voordat het ultimatum verstreek werd de stad Rotterdam om 13:25 uur gebombardeerd.

Na het dreigement ook andere steden te verwoesten nam Generaal Winkelman het besluit om te capituleren. Op 15 mei werd bij een schoolgebouw in Rijsoord de capitulatie overeenkomst ondertekend. De overeenkomst gold voor geheel Nederland met uitzondering van Zeeland. Dat gaf de Franse troepen die daar nog aanwezig waren de mogelijkheid te ontkomen.


Na de capitulatie
Nederland voor het eerst sinds anderhalve eeuw weer bezet. Het Nederlandse volk moest op nationaal-socialistische basis worden opgevoed.
Op zaterdag 18 mei benoemde Hitler zijn Rijksminister Dr. Arthur Seyss-Inquart tot Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied.

Evenals in Duitsland wilden de Duitsers in Nederland een verplichte Arbeidsdienst instellen. De Arbeidsdienst werd door hen gezien als een instrument om het Nederlandse volk op nationaal-socialistische basis op te voeden. De arbeidsdienst hield zich bezig met ontginning, wegenaanleg en drainage. Zang en sport kregen veel aandacht.
Plotselinge confrontatie met de verplichte Arbeidsdienst zou bij de Nederlandse bevolking veel weerstand kunnen oproepen. Rijkscommissaris Seyss-Inquart en Generalkommissar Schmidt grepen de demobilisatie van het Nederlandse leger aan om een overgangsfase, in de vorm van de Opbouwdienst, te creëren.

Op 15 juli 1940 trad de - onder het departement van Algemene Zaken ressorterende - Opbouwdienst in werking. Meer dan 1.000 beroepsofficieren, kadetten en adelborsten, ongeveer 800 reserveofficieren, 1.500 beroepsonderofficieren en zo’n 900 beroepssoldaten meldden zich
er vrijwillig voor aan. Van het lager dienstplichtige kader en van de gewone dienstplichtigen gingen ruim 60.000 personen geleidelijk over in de Opbouwdienst.


De Boskamp
Inbeslagname door de Wehrmacht.
Het terrein waarop De Boskamp was ingericht, werd evenals andere eigendommen van de familie De Beaufort, zonder pardon door de Wehrmacht in beslag genomen. Eerst voor eigen gebruik en deels voor de manschappen van de Opbouwdienst.
De Wehrmacht liet in het barakkencomplex Duitse troepen na hun strijd in Belgie en Frankrijk op verhaal komen. Het is niet bekend wanneer deze troepen vertrokken.

Per 1 oktober 1940 zegde Defensie het huurcontract dat eerder op 29/30 juli 1927 werd gesloten, eenzijdig op.


Nieuwe soorten kampen
Naast officiële concentratiekampen (KL) ontstonden er tal van kampen onder verantwoordelijkheid van de Sipo/SD (politie).
In de door de Duitsers bezette gebieden (Polen, Denemarken, Noorwegen, Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk) steeg het aantal gevangenen.
Overtreding van de - sinds de bezetting van deze gebieden nieuw opgelegde bestuursbepalingen -  resulteerde in overvolle (bestaande) huizen van bewaring en gevangenissen. De inrichting van nieuwe onderkomens voor gevangenen was vereist. Bovendien was er veel diversiteit onder gevangenen en de reden van arrestatie, wat resulteerde in een toename van het aantal soorten kampen. Allen met hun eigen benaming (Arbeitserziehungslager, Polizeiliches Durchgangslager, Kriegsgefangenenlager etc.). Officieel werden deze kampen niet aangemerkt als KL (Konzentrationslager) aangezien zij niet onder toezicht stonden van de 'Inspekteur der KL'.
Organisatorisch vielen zij meestal onder toezicht van de Sipo/SD (Sicherheitspolizei/Sicherheits-dienst).

Na de bezetting van Nederland kreeg Höhere SS- und Polizeiführer Hans Albin Rauter op voordracht van Reichsführer-SS, Heinrich Himmler, het gezag over de Nederlandse politie en de eenheden van de SS en Sipo/SD in Nederland.

Al spoedig bleek dat ook in Nederland de ruimte in de reguliere justitiële inrichtingen te beperkt was. Om gevangenen te kunnen huisvesten werd in eerste instantie gebruik gemaakt van het barakkenkamp in Schoorl.


Kamp Schoorl
Kamp Schoorl was in het najaar van 1939 gebouwd, om onderdak te bieden aan Nederlandse gemobiliseerde militairen.
Kamp Schoorl was in het najaar van 1939 gebouwd, om onderdak te bieden aan Nederlandse gemobiliseerde militairen. Het kamp lag tussen de duinen, op een afgegraven zandvlakte.
Na de capitulatie in mei 1940 kreeg het kamp al snel een andere bestemming. Het kamp werd een interneringskamp voor burgers uit de landen waarmee Duitsland in oorlog was. Voornamelijk Belgische, Franse en Engelse staatsburgers.

Kamp Schoorl bestond uit houten barakken, waarvan er dertien als slaapbarak waren ingericht en één als eetzaal. Het kamp kon zo'n 1.200 personen huisvesten. Om het kamp was een dubbele prikkeldraadomheining met enkele wachttorens aangelegd. Het kamp viel onder verantwoordelijkheid van de SD.
De bewaking werd gevormd door leden van de Polizei. Zij verbleven in barakken die met prikkeldraad waren afgescheiden van het gedeelte voor gevangenen. De SS kampleiding verbleef in gevorderde huizen tegenover het kamp.

De eerste commandant in Schoorl was SS-Untersturmführer Arnold Schmidt.
In december 1940 werd Schmidt opgevolgd door SS-Untersturmführer und Kriminalsecretär Johann Stöver. Stöver werd bijgestaan door ondercommandant  SS-Hauptscharführer Karl Peter Berg, die in augustus 1941 commandant van kamp Schoorl zou worden. Zowel Stöver als Berg zouden in Kamp Amersfoort een belangrijkere en gewelddadiger rol gaan spelen.

In februari 1941 arriveerde de eerste groep joodse gevangenen uit Amsterdam en begon het kamp te functioneren als Durchgangslager. Nog een latere groep joodse gevangenen, veel politieke gevangenen (vooral communisten, maar ook mensen uit de Anti-Revolutionaire Partij), bijna honderd vliegers, strafgevangenen en veel gijzelaars, zelfs een groep Nederlandse Nazi's, waren geïnterneerd in Schoorl.

Eind oktober 1941 werd het kamp opgeheven. Een deel van de 238 aanwezige gevangenen werd vrijgelaten, een ander deel werd naar kamp Amersfoort gebracht.
Kamp Schoorl kreeg een nieuwe bestemming onder verantwoordelijkheid van de Wehrmacht.

(Bron:
"Het kamp Schoorl" door Albert Boer)


© 2006 Gert Stein