|
|
 |
|
One of the effects of the rise of Hitler and his party the NSDAP was that, starting in 1933, thousands of political opponents were take away to 'concentration' camps. Following the outbreak of war in the Netherlands on 10 May 1940, Dutch capitulation and the subsequent German occupation heralded the start of a campaign to mop up political resistance in our country. Rising numbers of arrests meant that makeshift camps had to be erected to accommodate all the new prisoners. There was no time to model these on Dachau, as the Germans would have liked, so they made the best of what was available: existing Dutch military barracks. These makeshift camps were the responsibility not of the Inspector of Concentration Camps but of the local police authorities, the Sipo and SD. Kamp Amersfoort is one such camp. |

Vertrouwen in vrede
Antimilitarisme en
de opkomst van vredesbewegingen in de periode 1918- 1933
in Nederland.
Na de eerste wereldoorlog 1914-1918, steeg het
vertrouwen in een blijvende vrede. Aan het verslagen Duitsland
waren beperkingen opgelegd en het land stond onder
streng toezicht. Bovendien werd in 1920 de Volkenbond opgericht
die een oorlog in de toekomst zou moeten voorkomen.
In de jaren twintig overheerste in Nederland een optimistische
stemming over de wereldvrede. Er ontstonden
verschillende vredesbewegingen en de antimilitaristische
stemming onder de bevolking groeide.
Het
"Gebroken Geweertje" werd een belangrijk symbool voor
antimilitarisme en was kenmerkend voor de stemming in de
dertiger jaren. Onder de inwoners van
Amersfoort was de antimilitaire stemming - die na de
eerste wereldoorlog ontstond - wat milder dan in de rest
van Nederland. Als garnizoensstad was de bevolking
van Amersfoort gewend geraakt aan de aanwezigheid van militairen.
Bovendien kwam de aanwezigheid van militairen de
werkgelegenheid in de stad ten goede.
De economische crisis na 1929, die de hele wereld
raakte, stond het optimisme over de wereldvrede niet in
de weg. Langzaam veranderde dit optimisme. De
belangrijkste redenen hiervoor waren de opkomst van het
fascisme in Italië, en de opkomst en het succes van Adolf
Hitler en zijn nationaal-socialistische arbeiderspartij,
de NSDAP in Duitsland.
Hitler, NSDAP, SA en SS
Tien jaar na zijn mislukte staatsgreep zou Hitler Rijkskanselier worden.
In de winter van
1918-1919 werd in München de Deutsche Arbeiterpartei opgericht.
Adolf Hitler werd in 1919 (het zevende) lid van deze partij.
Hij overreedde de leden van zijn partij om in november
1919 een vergadering te organiseren in het Hofbrauhaus
in München. Hier bleek zijn talent als redenaar. Samen
met Drexler en Feder, twee oprichters van de Deutsche
Arbeiterpartei, stelde Hitler de 25 punten van de partij
samen, die nieuwe aanhangers opleverde.
In 1920 werd de naam van de partij veranderd in NSDAP.
Om bij bijeenkomsten van de nazi-partij de orde te
handhaven werd in 1921 de
SA (Sturmabteilungen) opgericht (De naam 'Sturmabteilungen'
was afgeleid van de aanvalsgroepen die in de
loopgravenoorlog van 1914-1918 geallieerde linies
aanvielen). De SA moest de partij beschermen tegen politieke tegenstanders.
In de praktijk bleek de SA een gewelddadige militaire
knokploeg, die verantwoordelijk was voor de
straatterreur in de jaren
'20 en '30.
In 1922 greep Mussolini de macht in Italië. De symboliek
van de Italiaanse fascisten zou spoedig worden gebruikt
door de nationaal-socialisten in Duitsland. De zwarte
hemden, de groet met de opgeheven arm en de titel van
Mussolini; 'Duce' of leider.
In november 1923 deed Hitler een greep
naar de macht. Hij kreeg hierbij belangrijke hulp van de
SA. De staatsgreep, die bekend staat als "Hitler-putsch"
of "Bierhalle-putsch", mislukte. De partij en de SA werden verboden en
Hitler werd in april 1924 veroordeeld tot vijf jaar 'vestingstraf'.
Gedurende zijn straftijd in Landsberg schreef hij het eerste deel van zijn boek "Mein
Kampf", een kwaadaardig politiek testament.
Niemand kon vermoeden dat de inhoud van het boek in de
komende jaren soms
letterlijk zou worden uitgevoerd. Al op 20 december 1924
werd Hitler vrijgelaten.
Begin 1925 werden de partij (NSDAP) en de SA weer opgericht. De SA zou een andere functie krijgen, tot ongenoegen van
Ernst Röhm, leider van de SA, die streefde naar zelfstandigheid van de SA.
In januari 1929 formeerde Hitler uit de SA een eenheid, die fungeerde als
zijn persoonlijke lijfwacht. Deze eenheid genaamd Schutzstaffeln (SS) stond onder bevel van een fanatiek
aanhanger van Hitler, namelijk Heinrich Himmler. Zowel de SA als de SS bleken zeer effectief in het afschrikken van politieke tegenstanders.
Heinrich Himmler
Stapsgewijs verwierf Himmler alle zeggenschap over de gehele Duitse politie (Sipo/SD).
Hitler's volgeling Heinrich Himmler maakte van de SS een
grote zelfstandige organisatie. Binnen deze organisatie
werd onder andere een eigen veiligheidsdienst opgericht,
de Sicherheitsdienst (SD). Aan het hoofd van de SD stond
Reinhard Heydrich. De SD zou later een zelfstandige
instelling worden onder leiding van de Reichsführer-SS
Heinrich Himmler.
Himmler wist in relatief korte tijd
bijna alle politionele bevoegdheden naar zich toe te
trekken. Tussen november 1933 en januari 1934 werd hij
(behalve in Pruisen) hoofd van de
politieke recherche. In april 1934 werd Himmler door de
Minister-president van Pruisen; Herman Goering, benoemd
tot Inspekteur der Geheimen Staatspolizei (Gestapo) van
dit gebied. Stapsgewijs verwierf Himmler alle
zeggenschap over de gehele Duitse politie.
Uiteindelijk
werden de politieke-
en de criminele politie verenigd in het apparaat van de Sicherheitspolizei (Sipo), met Himmler aan het hoofd.
Hitler aan de macht
Nadat Hitler in 1933 was benoemd tot Rijkskanselier begon de vervolging en systematische uitschakeling van politieke tegenstanders.
In 1933 won Hitler met zijn NSDAP de verkiezingen en werd kort daarop
- op 30 januari 1933 - door president Von Hindenburg tot
Rijkskanselier benoemd. Vrijwel direct begon de brutale vervolging
en systematische uitschakeling van politieke
tegenstanders.

Na de machtovername door Hitler werd door rijkspresident Von Hindenburg een noodverordening ondertekend die het
mogelijk maakte om de duur van 'preventieve
gevangenschap' uit te breiden tot drie maanden. Deze
vorm van vrijheidsberoving werd 'Polizeihaft' genoemd en
was nog enigszins aan regels onderworpen. Dat veranderde
na de brand in het Rijksdaggebouw op 28 februari 1933.
Communisten werden beschuldigd van brandstichting en samenzwering tegen de rijksregering. De brand werd
aangegrepen om een nieuwe maatregel "zum Schutz von Volk
und Staat" in te voeren. Deze maatregel maakte het
mogelijk om personen voor onbepaalde tijd in hechtenis te nemen.
Communisten waren de eersten die op grote schaal kennis
maakten met 'Schutzhaft', de nieuwe maatregel "zum
Schutz von Volk und Staat".
Op 23 maart 1933 verkondigde Hitler een wetsontwerp; het
'Ermächtigungsgesetz'. Deze wet stelde Hitler in staat
om voor een periode van vier jaar wetten te maken en uit
te voeren, zonder dat daarvoor de medewerking van
vertegenwoordigende instanties vereist was. Het
wetsontwerp behaalde de vereiste twee/derde meerderheid
voornamelijk door de afwezigheid van communisten.
Hitler noemde zijn regering het Derde Rijk. Hij
voorspelde dat het Derde Rijk duizend jaar stand zou
houden (Het Eerste
Rijk was het Heilige Roomse Rijk dat standhield van 800
tot de opheffing door Napoleon in 1806. Het Tweede Rijk
was dat van Bismarck, dat duurde van 1871 tot het einde
van de Hohenzollern-dynastie in 1918).
Na de eerste grote arrestatiegolf van communisten volgde
nog meer arrestaties. Een reeks van concentratiekampen
werd opgericht om alle arrestanten onder te brengen.
Naast kamp Dachau werden deze kampen door de
misdragingen van SA en SS bewakers al gauw 'wilde
kampen' genoemd. Aangezien het aanzien van het
nationaal-socialisme niet geschaad mocht worden en de
mishandelingen in de kampen voor de nodige onrust en
bezorgdheid zorgden, werd een aantal kampen opgeheven.
Aan de macht van de SA kwam een einde. Het
verschil in opvatting over de rol van de SA, tussen Röhm
en Hitler speelde daarbij ook een rol.
Op 30 juni 1934 werd
deze SA dreiging uit de weg geruimd. Meer dan duizend
personen werden gearresteerd en vermoord. Onder de
slachtoffers bevonden zich veel SA kopstukken, waaronder Röhm.
De SA verloor in een klap al haar invloed.
De actie ging de geschiedenisboeken in als de "Nacht van
de lange messen".
Na de dood van Von Hindenburg was de weg vrij voor
Hitler. Zijn positie als Führer van het Duitse Rijk werd
door het politieapparaat onder leiding van Himmler
verzekerd.
Kamp Dachau
Het kamp dat zou
uitgroeien tot 'voorbeeldkamp'.
Himmler was op 9 maart
1933 Polizeipräsident van München geworden. Een dag
later maakte hij de oprichting van een
concentratiekamp bij Dachau, enkele kilometers ten
noorden van Munchen, bekend.
In de krant stond: "Am Mittwoch wird in der Nähe von
Dachau das erste Konzentrationslager mit einem
Fassungsvermögen für 5000 Menschen errichtet werden.
Hier werden die gesamten kommunistischen und soweit dies
notwendig ist, Reichsbanner und sozialdemokratischen
Funktionäre, die die Sicherheit des Staates gefährden,
zusammengezogen..."

De eerste gevangenen in concentratiekamp Dachau
(communisten) werden bewaakt door agenten van de Beierse Landpolizei.
Niemand kon vermoeden dat de voormalige munitiefabriek uit
de eerste Wereldoorlog een school voor SS kampbewakers - met
gevangenen van allerlei nationaliteiten - zou worden.
Commandant van het kamp was SS-Oberführer Hillmar
Wäckerle. Hij stelde een reeks van regels, 'Sonderbestimmungen'
op, voor de behandeling van gevangenen.
Op
11 april 1933 nam de SS de bewaking van het kamp over.
Daarmee verloren de gevangenen hun laatste burgerrechten
en waren ze aan de willekeur van hun bewakers
overgeleverd.

Theodor Eicke
In Dachau werd de theorie van het nationaal-socialisme bloedige realiteit.
In juni 1933 werd Theodor Eicke, SS-Oberführer en commandant van concentratiekamp Dachau.
De 'Sonderbestimmungen' die zijn voorganger Wäckerle had
opgesteld, gebruikte Eicke voor de samenstelling van
zijn eigen regels onder de titel "Disziplinar- und
Strafandrohung für den Gefangenenlager". Eicke was
alleen verantwoording schuldig aan Himmler, de
Reichsführer-SS, die de maatregelen en reglementen van
Eicke had goedgekeurd.


In 1934 werd Eicke benoemd tot "Inspekteur der
Konzentrationslager und Führer der SS-Wachverbände". Als
SS-Gruppenführer formeerde Eicke uit zijn
bewakingstroepen regionale "SS-Totenkopfverbände" die
belast werden met de bewaking van concentratiekampen.
Kamp Dachau werd een voorbeeldkamp en stond model voor de inrichting van andere concentratiekampen. Het was tevens een school voor bewakers.
In kamp Dachau leerden SS-ers hoe zij gevangenen - mensen met een ander geloof, een andere mening of een andere levensstijl - als minderwaardig moesten zien, en overeenkomstig moesten behandelen.
In latere jaren zouden deze SS'ers, miljoenen onschuldige mensen gewetenloos vermoorden in gaskamers.
Dreigende signalen
De agressieve bedoelingen van Hitler.
De opkomst van Hitler bracht een nieuwe internationale
dreiging, die ook in Nederland werd waargenomen. Hitler bleek zich niet te willen houden aan de
beperkingen die aan Duitsland waren opgelegd na de
eerste wereldoorlog.
De agressieve bedoelingen van Hitler hadden in Nederland tot gevolg
dat de bezuinigingspolitiek voor defensie
werd losgelaten. Voor de landsverdediging werden flinke
bedragen beschikbaar gesteld, maar het was te laat.
Ook buiten Nederland had men de Duitse dreiging
waargenomen en nam men maatregelen. Nederlandse orders
hadden bij buitenlandse wapenleveranciers geen
prioriteit zodat Nederland voor haar defensieve taak grotendeels op
zichzelf was aangewezen.
In maart 1936 bezette Duitse troepen het Rijnland.
Op 12 maart 1938 werd Oostenrijk door Duitsland
geannexeerd; de zogenaamde Anschluss.
Op 30 september 1938 werd het verdrag van München
getekend. Het gevolg van dit verdrag om de vrede te
bewaren was dat Tsjecho-Slowakije min of meer werd
uitgeleverd aan Duitsland.
Op 22 augustus 1939 tekenden Rusland en Duitsland een
niet-aanvalsverdrag tussen beide landen; het
Molotov-Ribbentroppact.
Mobilisatie in Nederland
Voormobilisatie op 24 augustus gevolgd door de algehele mobilisatie op 28 augustus.
Op donderdag 24 augustus besloot de regering tot de
voormobilisatie. Ongeveer 50.000 militairen met groot
verlof werden opgeroepen. Vier dagen later, op maandag
28 augustus 1939 volgde de algehele mobilisatie.
Generaal I.H. Reijnders werd opperbevelhebber van de
land- en zeemacht (de 125 vliegtuigen die gevechtsgereed
waren, vielen onder de landmacht).
Dienstplichtigen werden opgeleid,
wapenarsenalen leeggehaald. Stellingen en fortificaties
werden opnieuw gecontroleerd op bruikbaarheid.
Men realiseerde zich dat het gemobiliseerde leger
lang niet sterk genoeg zou zijn om geheel Nederland te
beschermen.
Hitler had intussen zijn aandacht op Polen gericht. De
spanningen tussen Polen en Duitsland liepen zo hoog op
dat een oorlog onvermijdelijk leek. Op 1 september viel
Duitsland zonder oorlogsverklaring Polen binnen. Als
gevolg van deze schending verklaarden Engeland en
Frankrijk op 3 september 1939 de oorlog aan Duitsland.
De Tweede Wereldoorlog was begonnen
Grebbelinie
Wisseling van het het opperbevel. De Grebbelinie, grenzend aan Amersfoort wordt een verdedigingslinie.
Na de mobilisatie herstelde het dagelijks leven in Amersfoort zich grotendeels, met dien verstande dat de militaire bedrijvigheid was toegenomen en militairen in het straatbeeld verschenen.
Generaal Reijnders en minister Dijxhoorn van defensie
verschilden van mening omtrent de inrichting van de
Peel-Raamstelling als verdedigingslinie. Er volgde een
opeenstapeling van meningsverschillen over deze en tal
van andere zaken. Generaal Reijnders wilde uiteindelijk
niet langer verantwoordelijk zijn voor het krijgsbeleid
en nam ontslag. Hij werd op 6 februari 1940 opgevolgd
door generaal H.G. Winkelman.
De nieuwe opperbevelhebber
generaal H.G. Winkelman kreeg meer vrijheid van handelen
dan zijn voorganger. Na onder-zoek werd besloten dat de
Grebbelinie een hoofdverdedigingslinie moest worden. Het was
uiteraard niet wenselijk een verdedi-gingslinie in te
richten waaraan een grote stad grensde, maar er waren
weinig alternatieven.
Dat de Grebbelinie gebruikt ging
worden voor de landsverdediging stond vast. Er werden
plannen gemaakt voor de evacuatie van de bevolking in de
gebieden grenzend aan de Grebbelinie.
|
 |
 |
 |
Legeringsruimte
De bouw van barakkenkampen in en om Amersfoort
Om tegemoet te komen aan de vraag naar legeringruimte
voor de gemobiliseerde militairen werden verschillende
barakkenkampen in en om Amersfoort gebouwd.
Elke barak, zo schreef de commandant van het Nederlandse
veldleger J.J.G. baron van Voorst tot Voorst in
september 1939 voor, diende van zeer eenvoudige aard en
constructie te zijn.
In de Bokkeduinen verrees "Kamp Bokkeduinen".
Aan de Doornseweg, de weg van Amersfoort naar Maarn,
werd in 1939 "Kamp Waterloo" gebouwd.
Aan de Zonnebloemstraat werd op 12 januari 1940 een
barakkenkamp geopend voor militairen die verbleven in
het Soesterkwartier.
Aan Laan 1914 verrees Kamp Amsvorde en daarnaast bij
Laan 1914, aan de Appelweg, werd in september 1939
begonnen met de bouw van een militair kamp; "De
Boskamp".
Laan 1914 - Appelweg
Het terrein van Amsvorde en De Boskamp.
Het terrein bij Laan 1914 aan de Appelweg - eigendom van
de N.V. Den Treek - waar het barakkenkamp "De boskamp"
gebouwd ging worden, werd voor dit doel door het Rijk
gevorderd. De keuze voor dit gebied was niet
willekeurig. In juli 1927 werd er betreffende dit
perceel grond al een huurovereenkomst gesloten tussen
Jonkheer W.H. de Beaufort, directeur van de N.V.
Landgoed “Den Treek” en het Ministerie van Defensie.
Het voorste deel van het terrein werd ingericht als
sportterrein en een gedeelte achteraan kreeg als
bestemming springterrein voor de paarden van de
cavalerie.
Naast het perceel aan de Appelweg werd op een perceel
grond, gelegen aan de Leusderweg, hoek Laan 1914 en
eigendom van de gemeente Amersfoort, tezelfdertijd voor
twee compagnieën het kamp "Amsvorde" opgericht.
Voor beide terreinen werden door Defensie aan de
eigenaren huurpenningen betaald.
Op het terrein aan de Appelweg, zo'n negen hectare,
werden minstens zes houten barakken gebouwd. Hertzinger
en Schimmel waren de aannemers die belast waren met de
bouw. De firma Salomons maakte de betonfunderingen. Dit
militaire kamp bestond uit één barak voor de
kampadministratie, één eetgelegenheid en vier
slaapbarakken.
Tijdens de mobilisatie in 1939 was het 1e
Bataljon van het 16e Regiment infanterie er gelegerd. De
Regimentscommandant was Luitenant-kolonel J. Visser, de
Bataljonscommandant Reserve Kapitein Jacob Klaverstijn.
Oorlog
Vrijdag 10 mei 1940
In de vroege ochtend van 10 mei werd de rust verstoord
door het geluid van afweergeschut, overvliegende gevechts- en transportvliegtuigen en bombardementen op
vliegvelden. Via de radio werd bevestigd dat vanaf de
vroege ochtend van 10 mei 1940, Duitse legereenheden de
landsgrenzen overschreden hadden.
De situatie zag er - vanuit Nederlands gezichtspunt - verre van rooskleurig uit. Toch heerste er een voorzichtig optimisme vanwege de toegebrachte tegenslagen.
Het Duitse voornemen om het Nederlandse leger binnen een dag van tafel te vegen had gefaald.
Rotterdam-Zuid en de Maasbruggen waren weliswaar in Duitse handen gevallen, maar de drie vliegvelden bij Den Haag, Valkenburg, Ypenburg en Ockenburg werden 's avonds weer
op de 22e Duitse Luchtlandingsdivisie heroverd.
De Duitse luchtvloot kreeg een gevoelige klap te incasseren en de Duitse poging om koningin Wilhelmina, de ministers en de legerleiding gevangen te nemen was mislukt.
Hoewel er de hele dag Duitse vliegtuigen overvlogen, was er op de avond van 10 mei in Amersfoort nog weinig tot niets van gevechten te merken.
Evacuatie
In Amersfoort kwam de eerste fase van de evacuatie van de bevolking op 10 mei om 21:00 uur op gang.
Fase 1 betrof de inwoners uit
de meest bedreigde Amersfoortse wijken, 3.900 inwoners
van hoogland, 1.500 inwoners van Stoutenburg en 2.270
inwoners van Leusden.
Fase twee van de evacuatie startte op 11 mei om
17:00 uur. Deze fase betrof 23.000
personen. Op 13 mei, om 08:00 uur was de evacuatie
voltooid (ten behoeve van de geplande evacuatie werd
Amersfoort verdeeld in 44 wijken. Elke wijk was
onderverdeeld in 20 groepen van ongeveer 20 personen.
Men diende de aanwijzingen van groepsgeleiders op te
volgen).
Uiteindelijk vertrokken op 10, 11, 12 en 13 mei
1940 zo'n 43.400 Amersfoortse burgers naar Noord
Holland. Zo'n 40 achterblijvers patrouilleerden om het
uur door de stad om plunderingen te voorkomen.
De meeste Amersfoortse evacués werden in Alkmaar
ondergebracht. Pas na de capitulatie op 15 mei keerden
de eerste Amersfoortse bewoners weer terug naar de
uitgestorven stad.
Zaterdag 11 mei
Grebbelinie onder vuur
De drie noordelijke provincies werden in de loop van 11
mei volledig onder de voet gelopen. De oprukkende
Duitsers werden echter gestopt door de verdedigers van
de stelling Kornwerderzand bij de Afsluitdijk.
De Grebbeberg kwam vroeg in de ochtend onder zwaar
artillerievuur te liggen. Daarna werd de aanval door SS-eenheden ingezet.
In de middag van de 11e mei bereikte de 227e divisie
Barneveld. Verkennende Nederlandse huzaren en de
bezetting van de voorposten van de Grebbelinie raakten
in gevecht met de Duitsers. Aan het eind van de dag
waren de voorposten bij de Grebbeberg gevallen, maar de
frontlijn van de Grebbelinie was nog intact.
In Noord Brabant rukten de Duitsers op. Maatregelen
van Nederlandse militairen om de Duitse opmars tussen Rotterdam en
Moerdijk te stoppen leverden niets op.
Zondag 12 mei
Drie eskadrons Nederlandse huzaren
De acties van drie eskadrons Huzaren bij Hoevelaken,
Nijkerk, Achterveld, Stoutenburg, Terschuur en Nijkerk
en de tegenstand door de bezetting van de voorposten van
de noordelijke Grebbelinie, wekten bij de Duitse
generaal Zwickwolff de indruk dat Amersfoort zwaar
verdedigd werd. De gevechten met de Nederlandse huzaren
werden allen in het voordeel van de Duitsers beslist,
maar dat nam niet weg dat Zwickwolff bij zijn commandant
- generaal Christian Hansen - aandrong om af te zien van
de voorgenomen aanval bij Amersfoort. Zickwolff stelde
voor om een doorbraak te forceren bij Scherpenzeel.

Achteraf bezien werd de stad Amersfoort - zoals dat ook in 1945
zou gebeuren - gespaard voor oorlogsgeweld.
Maandag 13 mei
De Grebbelinie gaat verloren
Koningin Wilhelmina stapt in Hoek van Holland op een Engelse torpedobootjager om vanuit Engeland de strijd voort te zetten.
's middags vertrokken de regeringsleiders van het kabinet 'De Geer' naar Engeland. Het regeringsgezag werd overgedragen aan generaal H.G. Winkelman.
De Grebbelinie krijgt zware aanvallen te verduren. Bij
Scherpenzeel wordt een aanval succesvol afgeslagen door
de Nederlandse verdedigers.
Op de Grebbeberg, in de ochtend, loopt een Nederlandse
tegenaanval vast. SS-eenheden die daarop tegenaanvallen lanceren,
weten bij de derde aanval door te breken. Deze doorbraak
had tot gevolg dat de gehele Grebbelinie diende te
worden prijsgegeven, om te
voorkomen dat de vijand in de rug zou aanvallen.
Bijna 400
Nederlandse militairen sneuvelden op de Grebbeberg.
Dinsdag 14 mei
Bombardement van Rotterdam en de capitulatie
Generaal Harberts, commandant van de Grebbelinie, gaf opdracht de troepen te laten terugtrekken achter de Hollandse Waterlinie. Duitse tanks rukken op door de Grebbelinie naar Rotterdam.
In de voormiddag ontving de garnizoenscommandant van
Rotterdam kolonel P.W. Scharroo een ultimatum tot
overgave van de stad. Als niet zou worden overgegaan tot
overgave werd gedreigd met vernietiging van de stad. Nog
voordat het ultimatum verstreek werd de stad Rotterdam
om 13:25 uur gebombardeerd.
Na het dreigement ook andere steden te verwoesten nam
Generaal Winkelman het besluit om te capituleren. Op 15
mei werd bij een schoolgebouw in Rijsoord de capitulatie
overeenkomst ondertekend. De overeenkomst gold voor
geheel Nederland met uitzondering van Zeeland. Dat gaf
de Franse troepen die daar nog aanwezig waren de
mogelijkheid te ontkomen.
Na de capitulatie
Nederland voor het eerst sinds anderhalve eeuw weer bezet. Het Nederlandse volk moest op nationaal-socialistische basis worden opgevoed.
Op zaterdag 18 mei benoemde Hitler zijn Rijksminister Dr. Arthur Seyss-Inquart tot Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied.
Evenals in Duitsland wilden de Duitsers in Nederland een verplichte
Arbeidsdienst instellen. De Arbeidsdienst werd door hen
gezien als een instrument om het Nederlandse volk op
nationaal-socialistische basis op te voeden. De
arbeidsdienst hield zich bezig met ontginning,
wegenaanleg en drainage. Zang en sport kregen veel
aandacht.
Plotselinge confrontatie met de verplichte Arbeidsdienst
zou bij de Nederlandse bevolking veel weerstand kunnen
oproepen.
Rijkscommissaris Seyss-Inquart en Generalkommissar
Schmidt grepen de demobilisatie van het Nederlandse
leger aan om een overgangsfase, in de vorm van de
Opbouwdienst, te creëren.
Op 15 juli 1940 trad de - onder het departement van
Algemene Zaken ressorterende - Opbouwdienst in werking.
Meer dan 1.000 beroepsofficieren, kadetten en
adelborsten,
ongeveer 800 reserveofficieren, 1.500 beroepsonderofficieren en zo’n 900 beroepssoldaten
meldden zich
er vrijwillig voor aan. Van het lager dienstplichtige
kader en van de gewone dienstplichtigen gingen ruim
60.000 personen geleidelijk over in de Opbouwdienst.
De Boskamp
Inbeslagname door de Wehrmacht.
Het terrein waarop De Boskamp was ingericht, werd
evenals andere eigendommen van de familie De Beaufort,
zonder pardon door de Wehrmacht in beslag genomen. Eerst
voor eigen gebruik en deels voor de manschappen van de
Opbouwdienst.
De Wehrmacht liet in het barakkencomplex Duitse troepen na hun strijd in Belgie en Frankrijk op verhaal komen. Het is niet bekend wanneer deze troepen vertrokken.
Per 1 oktober 1940 zegde Defensie het huurcontract dat eerder op 29/30 juli 1927 werd gesloten, eenzijdig op.
Nieuwe soorten kampen
Naast officiële concentratiekampen
(KL) ontstonden er tal
van kampen onder verantwoordelijkheid van de Sipo/SD
(politie).
In de door de Duitsers bezette gebieden (Polen,
Denemarken, Noorwegen, Nederland, België, Luxemburg,
Frankrijk) steeg het aantal gevangenen.
Overtreding van
de - sinds de bezetting van deze gebieden nieuw opgelegde
bestuursbepalingen - resulteerde in overvolle
(bestaande) huizen van bewaring en gevangenissen. De
inrichting van nieuwe onderkomens voor gevangenen was vereist.
Bovendien was er veel diversiteit onder gevangenen en de
reden van arrestatie, wat resulteerde in een toename van het aantal soorten
kampen. Allen met hun eigen benaming (Arbeitserziehungslager,
Polizeiliches Durchgangslager, Kriegsgefangenenlager
etc.). Officieel werden deze kampen niet aangemerkt als KL (Konzentrationslager) aangezien zij niet
onder toezicht stonden van de 'Inspekteur der KL'.
Organisatorisch vielen zij meestal onder toezicht van de
Sipo/SD (Sicherheitspolizei/Sicherheits-dienst).
Na de bezetting van Nederland kreeg Höhere SS- und
Polizeiführer Hans Albin Rauter op
voordracht van Reichsführer-SS, Heinrich Himmler, het gezag over de Nederlandse politie
en de eenheden van de SS en Sipo/SD in Nederland.
Al spoedig bleek dat ook in Nederland de ruimte in
de reguliere justitiële inrichtingen te beperkt was.
Om gevangenen te kunnen huisvesten werd in eerste
instantie gebruik gemaakt
van het barakkenkamp in Schoorl.
Kamp Schoorl
Kamp Schoorl was in het najaar van 1939 gebouwd, om onderdak te bieden aan Nederlandse gemobiliseerde militairen.
Kamp Schoorl was in het najaar van 1939 gebouwd, om onderdak
te bieden aan Nederlandse gemobiliseerde militairen. Het
kamp lag tussen de duinen, op een afgegraven zandvlakte.
Na de capitulatie in mei 1940 kreeg het kamp al snel een andere
bestemming. Het kamp werd een interneringskamp voor
burgers uit de landen waarmee Duitsland in oorlog was.
Voornamelijk Belgische, Franse en Engelse staatsburgers.
Kamp Schoorl bestond uit houten barakken, waarvan er dertien
als slaapbarak waren ingericht en één als eetzaal. Het
kamp kon zo'n 1.200 personen huisvesten. Om het kamp was
een dubbele prikkeldraadomheining met enkele wachttorens
aangelegd. Het kamp viel onder verantwoordelijkheid van
de SD.
De bewaking werd gevormd door leden van de Polizei. Zij verbleven in barakken die met
prikkeldraad waren afgescheiden van het gedeelte voor
gevangenen. De SS kampleiding verbleef in gevorderde
huizen tegenover het kamp.
De eerste commandant in Schoorl was SS-Untersturmführer
Arnold Schmidt.
In december 1940 werd Schmidt opgevolgd door
SS-Untersturmführer und Kriminalsecretär Johann Stöver.
Stöver werd bijgestaan door ondercommandant
SS-Hauptscharführer Karl Peter Berg, die in augustus
1941 commandant van kamp Schoorl zou worden. Zowel
Stöver als Berg zouden in Kamp Amersfoort een
belangrijkere en gewelddadiger rol gaan spelen.
In februari 1941 arriveerde de eerste groep joodse
gevangenen uit Amsterdam en begon het kamp te
functioneren als Durchgangslager. Nog een latere groep
joodse gevangenen, veel politieke gevangenen (vooral
communisten, maar ook mensen uit de Anti-Revolutionaire
Partij), bijna honderd vliegers, strafgevangenen en veel
gijzelaars, zelfs een groep Nederlandse Nazi's, waren
geïnterneerd in Schoorl.
Eind oktober 1941 werd het kamp opgeheven. Een deel van
de 238 aanwezige gevangenen werd vrijgelaten, een ander
deel werd naar kamp Amersfoort gebracht.
Kamp Schoorl kreeg een nieuwe bestemming onder
verantwoordelijkheid van de Wehrmacht.
(Bron:
"Het kamp Schoorl" door Albert Boer)

|
|
|
 |