Bijgewerkt: 28/09/09 10:28 
 
Kamp Amersfoort 1941-1943
| Home | Historie | 1941-1943 | Häftlinge | Asocialen



Asocialen



Asocialen
Ongewone levensstijl
Verdacht ve misdrijf
Bonnenzwendel
Criminelen
Zwarthandelaren
Arbeidsschuw gedrag





Gevangenen die het stempel 'asociaal' kregen, hadden zeer uiteenlopende achtergronden. Naast personen die - als gevolg van de toenemende schaarste - hadden geprobeerd zichzelf te verrijken, bestond de groep ook uit woonwagenbewoners, kermisgasten, werkweigeraars en beroepsmisdadigers. Enkele gevangenen uit Limburg maakten zich zeer impopulair.
Door de grote ongelijkheid in de categorie 'asocialen' en de slechte naamsbekendheid van enkelen van hen, zullen weinig 'asocialen' zich (in tegenstelling tot politieke gevangenen met de rode driehoek) beroemen op hun zwarte driehoek.

Asocialen
De Zwarte Driehoek
Gevangenen die in kamp Amersfoort door de Duitse kampleiding de status "Asociaal" hadden gekregen werden gekenmerkt door een zwarte driehoek. Deze gevangenen met de bijnaam 'zwartlappen' kunnen in twee groepen worden verdeeld. De niet zo grote groep personen die er een ongewone levensstijl op na hielden en de veel grotere groep van personen die verdacht werden van een misdrijf. Ook zogenaamde 'contractbrekers' en later 'werkweigeraars' maakten zich schuldig aan een misdrijf. Daarmee behoorden ook zij tot de groep 'asocialen' in Kamp Amersfoort.
In het najaar van 1942 hadden van de 2.500 gevangenen er zo'n duizend de status 'Asociaal'. Daarmee waren de gevangenen met een 'politieke' status niet langer in de meerderheid.


Ongewone Levensstijl
Kermisgasten en woonwagenbewoners
In september 1941 werden 61 mannen uit Maastricht en omstreken in kamp Amersfoort gebracht. Onder deze Limburgers bevonden zich 35 woonwagenbewoners waaronder de muzikant Gustavus Damen (nr. 550) en zijn neef, kermisexploitant Wilhelm Verspaget (nr. 570). De herkenbaarheid van beide gevangenen (zij waren kaalgeschoren i.p.v. kaalgeknipt en de gemakkelijk te onthouden kampnummers) werd hen noodlottig. Op 19 april 1942 overleed Verspaget aan ontbering. n.


Verdacht van een misdrijf
Voor de rechter of in "Schutzhaft"
In kamp Amersfoort kregen beroepsmisdadigers en recidivisten de status "Asociaal" en de bijbehorende zwarte driehoek. Dit in tegenstelling tot andere Duitse kampen waar deze gevangenen (Berufsverbrcher und Gewohnheitsverbrecher) een groene driehoek kregen.
Normaliter vielen 'gewone' criminelen onder de bevoegdheid van de Nederlandse justitie. Arrestanten van de Nederlandse justitie dienden te worden opgesloten in reguliere gevangenissen en niet in kamp Amersfoort. De Duitse bezetter had echter een uitzondering op deze regel gemaakt.
Als een misdrijf zo ernstig was dat er een gevaar was ontstaan voor het 'algemeen belang', dan werden arrestanten voor de Duitse rechter gebracht. Zij werden niet aan justitie overgedragen, verbleven dus niet in een reguliere gevangenis maar liepen de (grote) kans om in kamp Amersfoort te worden opgesloten.
In kamp Amersfoort zaten echter ook gevangenen die als "Asociaal" waren gekenmerkt maar die niet voor de Duitse rechter zouden verschijnen. Deze gevangenen waren door de Sipo/SD in preventieve hechtenis genomen. Ook deze "Schutzhaft" gevallen werden niet aan justitie overgedragen, maar verbleven wel in kamp Amersfoort.l


Bonnenzwendel
De meeste 'asocialen' in Kamp Amersfoort waren gearresteerd wegens fraude met distributiebonnen
De Nederlandse overheid introduceerde na het uitbreken van de oorlog in 1939 een bonnensysteeem voor de rantsoenering van producten die schaars werden. Het handelsverkeer werd in toenemende mate belemmerd en een van de gevolgen was de toenemende schaarste. De introductie van een bonnensysteem moest ervoor zorgen dat de rantsoenering en distributie van schaarse goederen werd geregeld.
De komst van deze nieuwe waardepapieren bracht ook met zich mee dat er nogal wat werd gefraudeerd. Bonnen werden vervalst of buitgemaakt.
In het najaar van 1942 werden met enkele grote transporten zo'n 800 fraudeurs vanuit Scheveningen naar Amersfoort gebracht.


Criminelen
Beroepsmisdadigers
23 Verdachten van een overval op het distributiekantoor in Amsterdam-Oost. A.T. van Batum, C. de Vries (Witte Nelis) en S. Brillenslijper. De zaak kwam voor in april 1942.
Twee hoofdverdachten van een inbraak in het distributiekantoor in Beverwijk. Een van hen was Jan Catoen die in de nacht van 1 op 2 augustus 1942 ontsnapte uit Kamp Amersfoort. Half augustus was hij weer opgespoord en werd hij gevangen gezet in Scheveningen. Eind augustus/begin september werd hij veroordeeld tot de doodstraf die niet veel later werd voltrokken.
In het voorjaar kwamen zo'n 40 a 50 personen in Kamp Amersfoort die verdacht werden van medeplichtigheid aan bonnenzwendel in Amsterdam.
In de zomer kwam eveneens een groep van 40 a 50 verdachten aan in Kamp Amersfoort. De personen in deze groep werden verdacht van medeplichtigheid aan bonnenzwendel in Limburg.
Enkelen moesten voorkomen, de meerderheid werd 'abgetrennt' en vertrokken richting Duitsland.


Zwarthandelaren
Illegale handel in gerantsoeneerde goederen
Illegale handel in gerantsoeneerde goederen zoals vlees, boter, kaas en eieren. De winstmarge maakte clandestien slachten verleidelijk. Nederlandse justitie bestrafte de daders niet zwaar genoeg, vandaar dat de Duitse justitie en politie dit overnam. Onder de zwarthandelaren bevonden zich nogal wat boeren.


'Arbeidsschuw' gedrag
Contractbrekers en werkweigeraars
Mannen die in eerste instantie - noodgedwongen - werk in Duitsland hadden geaccepteerd kregen een arbeidscontract. De arbeidsovereenkomst werd door de Duitse autoriteiten als bindend gezien en dus deed de Duitse politie in Nederland er alles aan om contractbrekers op te sporen. De straf die hen te wachten stond was tewerkstelling in een 'Arbeitserziehungslager' in Duitsland.

Een van de verzamelpunten voor transporten naar 'Erziehungslager' was Kamp Amersfoort. Hier werd bekeken of de arrestant inderdaad voor tewerkstelling in aanmerking kwam en volgde een medische keuring. Vervolgens volgde overleg met bedrijven en arbeidsbureaus in Duitsland. Daarna volgde transport onder bewaking naar de eindbestemming.

Vanaf april 1942 kreeg tewerkstelling een meer gedwongen karakter. Bij de tewerkstelling waren in eerste instantie Nederlandse uitzendbureaus betrokken, maar bij de intensivering van van deze arbeidsinzet politiek veranderde dat.
Bij Nederlandse uitzendbureaus werd een Fachberater gedetacheerd en de Nederlandse politie werd belast met de opsporing van personen die tewerkstelling ontdoken.
Personen die zich hadden onttrokken aan gedwongen tewerkstelling in Duitsland, de werkweigeraars, kregen dezelfde behandeling als de contractbrekers.

In het laatste kwartaal van 1942 werden ongeveer 700 contractbrekers en werkweigeraars naar Kamp Amersfoort gebracht. Gemiddeld bleven zij een maand in het kamp. Het Gewestelijk Arbeidsbureau in Amersfoort diende de papieren voor de tewerkstelling in orde te maken. De gevangenen werden vervolgens van Kamp Amersfoort naar het Arbeitserziehungslager Flughafen Mullheim/Essen getransporteerd. Na een verblijf van ongeveer vier tot zes weken in dit kamp werden zij bij Duitse bedrijven tewerkgesteld.

Vanaf de jaarwisseling 1942-1943 kwamen contractbrekers en werkweigeraars in Kamp Ommen terecht. De bestemming van een deel van deze groep gevangenen was een kamp van de Hermann-Göring-Werke te Salzgitter


© 2006 Gert Stein