|
|
 |
Gevangenen die het
stempel 'asociaal' kregen, hadden zeer uiteenlopende
achtergronden. Naast personen die - als gevolg van de
toenemende schaarste - hadden geprobeerd zichzelf te
verrijken, bestond de groep ook uit woonwagenbewoners,
kermisgasten, werkweigeraars en beroepsmisdadigers.
Enkele gevangenen uit Limburg maakten zich zeer
impopulair.
Door de grote ongelijkheid in de categorie
'asocialen' en de slechte naamsbekendheid van enkelen
van hen, zullen weinig 'asocialen' zich (in
tegenstelling tot politieke gevangenen met de rode
driehoek) beroemen op hun zwarte driehoek. |

Asocialen
De Zwarte Driehoek
Gevangenen die in kamp
Amersfoort door de Duitse kampleiding de status
"Asociaal" hadden gekregen werden gekenmerkt door een
zwarte driehoek. Deze gevangenen met de bijnaam
'zwartlappen' kunnen in twee groepen worden verdeeld. De
niet zo grote groep personen die er een ongewone
levensstijl op na hielden en de veel grotere groep van
personen die verdacht werden van een misdrijf. Ook
zogenaamde 'contractbrekers' en later 'werkweigeraars'
maakten zich schuldig aan een misdrijf. Daarmee
behoorden ook zij tot de groep 'asocialen' in Kamp
Amersfoort.
In het
najaar van 1942 hadden van de 2.500 gevangenen er zo'n
duizend de status 'Asociaal'. Daarmee waren de
gevangenen met een 'politieke' status niet langer in de
meerderheid.
Ongewone
Levensstijl
Kermisgasten en
woonwagenbewoners
In september 1941
werden 61 mannen uit Maastricht en omstreken in kamp
Amersfoort gebracht. Onder deze Limburgers bevonden zich
35 woonwagenbewoners waaronder de muzikant Gustavus
Damen (nr. 550) en zijn neef, kermisexploitant Wilhelm
Verspaget (nr. 570). De herkenbaarheid van beide
gevangenen (zij waren kaalgeschoren i.p.v. kaalgeknipt
en de gemakkelijk te onthouden kampnummers) werd hen
noodlottig. Op 19 april 1942 overleed Verspaget aan
ontbering. n.
Verdacht van
een misdrijf
Voor de rechter of
in "Schutzhaft"
In kamp Amersfoort
kregen beroepsmisdadigers en recidivisten de status
"Asociaal" en de bijbehorende zwarte driehoek. Dit in
tegenstelling tot andere Duitse kampen waar deze
gevangenen (Berufsverbrcher und Gewohnheitsverbrecher)
een groene driehoek kregen.
Normaliter vielen 'gewone' criminelen onder de
bevoegdheid van de Nederlandse justitie. Arrestanten van
de Nederlandse justitie dienden te worden opgesloten in
reguliere gevangenissen en niet in kamp Amersfoort. De
Duitse bezetter had echter een uitzondering op deze
regel gemaakt.
Als een misdrijf zo ernstig was dat er een gevaar was
ontstaan voor het 'algemeen belang', dan werden
arrestanten voor de Duitse rechter gebracht. Zij werden
niet aan justitie overgedragen, verbleven dus niet in
een reguliere gevangenis maar liepen de (grote) kans om
in kamp Amersfoort te worden opgesloten.
In kamp Amersfoort zaten echter ook gevangenen die als
"Asociaal" waren gekenmerkt maar die niet voor de Duitse
rechter zouden verschijnen. Deze gevangenen waren door
de Sipo/SD in preventieve hechtenis genomen. Ook deze "Schutzhaft"
gevallen werden niet aan justitie overgedragen, maar
verbleven wel in kamp Amersfoort.l
Bonnenzwendel
De meeste
'asocialen' in Kamp Amersfoort waren gearresteerd wegens
fraude met distributiebonnen
De Nederlandse overheid
introduceerde na het uitbreken van de oorlog in 1939 een
bonnensysteeem voor de rantsoenering van producten die
schaars werden. Het handelsverkeer werd in toenemende
mate belemmerd en een van de gevolgen was de toenemende
schaarste. De introductie van een bonnensysteem moest
ervoor zorgen dat de rantsoenering en distributie van
schaarse goederen werd geregeld.
De komst van deze nieuwe waardepapieren bracht ook met
zich mee dat er nogal wat werd gefraudeerd. Bonnen
werden vervalst of buitgemaakt.
In het najaar van 1942 werden met enkele grote
transporten zo'n 800 fraudeurs vanuit Scheveningen naar
Amersfoort gebracht.

|
 |
 |
 |
Criminelen
Beroepsmisdadigers
23 Verdachten van een
overval op het distributiekantoor in Amsterdam-Oost. A.T.
van Batum, C. de Vries (Witte Nelis) en S.
Brillenslijper. De zaak kwam voor in april 1942.
Twee hoofdverdachten van een inbraak in het
distributiekantoor in Beverwijk. Een van hen was Jan
Catoen die in de nacht van 1 op 2 augustus 1942
ontsnapte uit Kamp Amersfoort. Half augustus was hij
weer opgespoord en werd hij gevangen gezet in
Scheveningen. Eind augustus/begin september werd hij
veroordeeld tot de doodstraf die niet veel later werd
voltrokken.
In het voorjaar kwamen zo'n 40 a 50 personen in Kamp
Amersfoort die verdacht werden van medeplichtigheid aan
bonnenzwendel in Amsterdam.
In de zomer kwam eveneens een groep van 40 a 50
verdachten aan in Kamp Amersfoort. De personen in deze
groep werden verdacht van medeplichtigheid aan
bonnenzwendel in Limburg.
Enkelen moesten voorkomen, de meerderheid werd 'abgetrennt'
en vertrokken richting Duitsland.
Zwarthandelaren
Illegale handel in gerantsoeneerde goederen
Illegale handel in
gerantsoeneerde goederen zoals vlees, boter, kaas en
eieren. De winstmarge maakte clandestien slachten
verleidelijk. Nederlandse justitie bestrafte de daders
niet zwaar genoeg, vandaar dat de Duitse justitie en
politie dit overnam. Onder de zwarthandelaren bevonden
zich nogal wat boeren.
'Arbeidsschuw' gedrag
Contractbrekers en werkweigeraars
Mannen die in eerste instantie -
noodgedwongen - werk in Duitsland hadden geaccepteerd
kregen een arbeidscontract. De arbeidsovereenkomst werd door
de Duitse autoriteiten als bindend gezien en dus deed de
Duitse politie in Nederland er alles aan om
contractbrekers op te sporen. De straf die hen te
wachten stond was tewerkstelling in een 'Arbeitserziehungslager'
in Duitsland.
Een van de verzamelpunten voor transporten
naar 'Erziehungslager' was Kamp Amersfoort. Hier werd
bekeken of de arrestant inderdaad voor tewerkstelling in
aanmerking kwam en volgde een medische keuring.
Vervolgens volgde overleg met bedrijven en
arbeidsbureaus in Duitsland. Daarna volgde transport
onder bewaking naar de eindbestemming.
Vanaf april 1942 kreeg tewerkstelling een meer gedwongen
karakter. Bij de tewerkstelling waren in eerste
instantie Nederlandse uitzendbureaus betrokken, maar bij
de intensivering van van deze arbeidsinzet politiek
veranderde dat.
Bij Nederlandse uitzendbureaus werd een
Fachberater gedetacheerd en de Nederlandse politie werd
belast met de opsporing van personen die tewerkstelling
ontdoken.
Personen die zich
hadden onttrokken aan gedwongen tewerkstelling in Duitsland, de
werkweigeraars, kregen dezelfde behandeling als de
contractbrekers.
In het laatste kwartaal van 1942 werden ongeveer 700
contractbrekers en werkweigeraars naar Kamp Amersfoort
gebracht. Gemiddeld bleven zij een maand in het kamp.
Het Gewestelijk Arbeidsbureau in Amersfoort diende de
papieren voor de tewerkstelling in orde te maken. De
gevangenen werden vervolgens van Kamp Amersfoort naar
het Arbeitserziehungslager Flughafen Mullheim/Essen
getransporteerd. Na een verblijf van ongeveer vier tot
zes weken in dit kamp werden zij bij Duitse bedrijven
tewerkgesteld.
Vanaf de jaarwisseling 1942-1943 kwamen contractbrekers
en werkweigeraars in Kamp Ommen terecht. De bestemming
van een deel van deze groep gevangenen was een kamp van
de Hermann-Göring-Werke te Salzgitter

|
|
|
 |