Bijgewerkt: 28/09/09 10:28 
 
Kamp Amersfoort 1943-1945
| Home | Historie | 1943-1945 | Häftlinge | Politieke Gevangenen



Politieke Gevangenen



Lichte gevallen
Tijdelijke halte
Hulp aan onderduikers
Artsen
Inlichtingendienst
Nacht und Nebel
NN juli 1943
Groep-Erkens
OD'ers uit Haaren
NN oktober 1943
NN februari 1944
Zes mnd Schutzhaft
Teveel lichte gevallen
Oktober Razzia Gorcum
Naar Neuengamme





Kamp Amersfoort was na mei 1943 de verblijfplaats voor voornamelijk 'lichte' politieke gevangenen. Zij waren in afwachting van hun proces, of zij zaten er hun straf (van maximaal zes maanden) uit. 'Zware' politieke gevangenen werden tot de zomer van 1944, gedeporteerd via Kamp Vught. Na de zomer van 1944 werden 'zware' politieke gevangenen rechtstreeks naar Duitsland getransporteerd. Van de ongeveer 26.700 gevangenen die na mei 1943 in Kamp Amersfoort verbleven, werden er ruim 3.150 als politiek gevangene gedeporteerd.


Lichte gevallen
In afwachting van een proces.
Enkele honderden gevangenen in Kamp Amersfoort waren in afwachting van hun proces. Tot de tijd dat hun proces voorkwam zaten zij gevangen in Kamp Amersfoort. Het ging voornamelijk om de wat 'lichtere' gevallen. Veel van deze gevangenen hadden bijvoorbeeld hun radiotoestel niet ingeleverd toen dat op 13 mei 1943 werd voorgeschreven.


Tijdelijke halte
Kamp Amersfoort als tussenstop of laatste halte.
Politieke gevangenen die vast zaten als gevolg van een zwaarder vergrijp zaten veelal in kamp Vught gevangen. Zij kwamen naar Kamp Amersfoort als berechting plaatsvond in Utrecht, of wanneer zij berecht waren en naar een Duits concentratiekamp zouden gaan. Tientallen terdoodveroordeelden werden enkele dagen voor de voltrekking van het vonnis op de Leusderheide of in Utrecht, naar Kamp Amersfoort gebracht.


Hulp aan onderduikers
Als gevolg van ontduiking van de gedwongen tewerkstelling.
Na het begin van de jaarklassenacties in mei 1943 groeide het aantal onderduikers en ook het aantal gevangenen als gevolg van hulp aan onderduikers.

De groep katholieken rond pater Jos Govaert is hier een voorbeeld van

Pastoor Konings had hulp aan ontsnapte Franse krijgsgevangenen gegeven, en werd in december 1943 gearresteerd.


Artsen
De artsenstaking op 24 maart 1943 resulteerde o.a. in de opsluiting van ongeveer 360 artsen in Kamp Amersfoort.
Op 24 maart 1943 ontving de president van de Artsenkamer een brief waarin ongeveer 5.300 Nederlandse artsen meedeelden afstand te doen van hun bevoegdheid tot het uitoefenen van het beroep arts. Het was een protest tegen de verplichting om lid te worden van de Nederlandse Artsenkamer. De actie staat bekend als de Artsenstaking. Naambordjes werden verwijderd of het woord "arts" werd afgeplakt.

Artikel uit Trouw door Hieke Snijders-Borst, dochter van J.G.G. Borst, 31-03-2003:
En toen...werd het woord 'arts' weggeplakt

De Duitse politie begon vrijwel direct met de vervolging van de artsen. In de zomer van 1943 waren ongeveer 360 artsen in Kamp Amersfoort opgesloten. Hoewel zij tot de groep politieke gevangenen behoorden, kregen zij geen rode driehoek.

Informatie van Nationaal Archief:

In 1942 verordende de Duitse bezetter dat de Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (NMBG) in het kader van de gelijkschakeling zou opgaan in de Artsenkamer. Daarop ontstond een protestbeweging onder de artsen en trad het bestuur af. Een aantal artsen vormde toen de contactgroep ‘Medisch Contact' om illegaal informatie te verspreiden over de maatregelen van de bezetter en adviezen te geven over reacties. J. Roorda, H. Wamsteker en F. Wibaut vormden het secretariaat. Een groot deel van de ruim zesduizend Nederlandse artsen sloot zich bij deze contactgroep aan. Het artsenverzet hield zich bezig met de loyaliteitsverklaring, de medische keuringen op arbeidsbureaus, de positie van bedrijfsartsen, het verzet tegen de artsenkamer, de artsenstaking van 1943, protesten en sabotage van de Duitse maatregelen tegen Joodse Nederlanders (bijv. de sterilisatiemaatregelen), het niet doorgeven van informatie (over bijv. gewonde verzetstrijders) aan de Duitse autoriteiten, de voedselsituatie van de Nederlandse bevolking, contacten met de universiteiten en het Nederlandsche Roode Kruis (NRK), verzekeringskwesties en de NSB (Medisch Front).

www.nationaalarchief.nl



Inlichtingendienst (ID)
Half juli 1943, laatste halte voor twintig ID'ers.
De verzetsgroep "Inlichtingendienst" of ID werd kort na 28 augustus 1940 opgericht.
De naaste medewerker en opvolger van B.P.M. ten Bosch, één van de twee oprichters van de ID, was J.A.W. van Hattem. De leden van de ID verzamelden uit alle delen van het land inlichtingen en zonden deze informatie naar de Engelse geheime dienst.
Op 6 maart 1942 werd Van Hattem door de bezetter gearresteerd. Vervolgens werden nog meer leden van deze groep opgepakt. In het voorjaar van 1943 kregen alle leden van deze verzetsgroep de doodstraf. De veroordeelden werden na het proces half juli 1943, naar Kamp Amersfoort gebracht. Enkele dagen later, op 20 juli 1943, werden de twintig terdoodveroordeelden op de Leusderheide gefusilleerd.

Op de plaats waar na de oorlog enkele massagraven werden gevonden - waaronder het graf van de ID'ers - is een houten kruis geplaatst. Het gedenkteken staat ook wel bekend als "kruis Jannetjesdal".

De namen van de twintig slachtoffers zijn:

Robert Blaauw
Willem Hendrik Emile van der Borch van Verwolde
Johan Jacob Diederik ten Bosch
Bartholomeus Marinus Cristoph Braat
Jacob Brasser
Franciscus Jacobus Brejaart
Werner Heinrich van Doorninck
Johan van Hattem
Willem van Hattem
Kars Lucas Kamp
Willem Kooijmans
Friedrich Alexander von Oven
Gerardus de Pagter
Johannes Willem van Pienbroek
Adolf Snijders
Jan Stenger
Jacob Strobos
Cornelis Willem Storm
Gerard Abraham Tuijl
Cornelis Wegerif


Nacht und Nebel
"Nacht und Nebel Erlaß" of "Keitel Erlaß"
De order die op 7 december 1941, op bevel van Adolf Hitler, door Keitel, de chef van het OKW (0berkommando der Wehrmacht) werd uitgevaardigd. De order werd uitgevaardigd om de bevolking in de door Duitse troepen bezette gebieden af te schrikken en te weerhouden van militaire- en/of politieke verzetsactiviteiten.

De order hield in:
De straf voor activiteiten tegen het Duitse Rijk is de doodstraf. Als de doodstraf niet wordt toegepast zal dat als zwakte kunnen worden opgevat. Afdoende intimidatie kan slechts worden bereikt door de doodstraf toe te passen, of door maatregelen te treffen waardoor de buitenwereld onbekend is met het lot van de gevangene.
Zij die in staat van beschuldiging werden gesteld - en waarbij (nog) geen doodvonnis door een Militärgericht was uitgesproken - werden heimelijk (bij nacht en nevel) naar een concentratiekamp in Duitsland gevoerd.
In Deutschland beslisten "Sondergerichte" over de straffen voor de zogenaamde NN-Häftlinge. Dit kon wederom of alsnog de doodstraf betekenen. Bij een tijdstraf werden de gevangenen naar een concentratiekamp gevoerd. Meestal naar  Natzweiler of Groß Rosen. Over het lot van de gevangene werd geen informatie verstrekt. NN-gevangenen mochten niet corresponderen of op andere wijze in contact staan met de buitenwereld.

Ongeveer 7.000 gevangenen uit Europa - waaronder enkele honderden Nederlanders - werden naar deze kampen gevoerd.


NN juli 1943
Begin juli 1943 werden 40 en 43 gevangenen gedeporteerd.
Volgens het Nacht und Nebel decreet werden begin juli 1943 in twee groepen 40 en 43 gevangenen gedeporteerd.


Groep-Erkens
Tussenstop voor twaalf leden van de Groep-Erkens.
Na de capitulatie van het Nederlandse leger in mei 1940 verbergt luitenant Erkens een hoeveelheid wapens om deze over te dragen aan het verzet. Uiteindelijk start hij zijn eigen Nederlands-Belgische verzetsgroep 'Chaperon Rouge', ook bekend als de groep-Erkens. De groep Erkens zou tot 1942 actief blijven, tot infiltratie een einde maakte aan de verzetsactiviteiten. In augustus 1943 was het proces afgerond. Elf personen werden op 9 oktober 1943 gefusilleerd in fort Rijnauwen. Twaalf andere veroordeelden werden naar Kamp Amersfoort gebracht en verbleven daar tot 26 oktober 1943, de dag dat zij gedeporteerd werden naar Duitsland.


OD'ers uit Haaren
In de herfst van 1943 werden meer dan 60 gevangenen overgebracht vanuit de Polizeigefängnis Haaren naar Kamp Amersfoort.
Zij maakten deel uit van het zogenaamde "Tweede OD-Proces".

Het strafrechtelijk onderzoek tegen ongeveer 90 personen die ervan verdacht werden banden te hebben met de OD werd herzien. Tegen 28 personen werd de procedure voortgezet, maar meer dan 60 personen werden abgetrennt en naar Kamp Amersfoort gebracht. Onder hen bevonden zich Jan Kreeuwen en Bram Daalder.
Op 27 april 1943 werd tegen 21 van de 28 verdachten wegens 'Feindbegunstigung' de doodstraf uitgesproken. Vlak voor de voltrekking van het vonnis kwamen ook zij in Kamp Amersfoort aan. Eén van hen was de luitenant-generaal b.d. W. Roëll, de commandant van het Veldleger. Vier personen kregen gratie.
Zestien personen werden 0p 29 juli 1943 op de Leusderheide gefusilleerd. De zeventiende persoon werd op 7 augustus 1943 gefusilleerd.

De namen van de slachtoffers zijn:

Anton Willem Marie Abbenbroek
Adrianus Aloijsius Felix (Lex) Althoff
Christiaan Frederik van den Berg
Willem Theodoor Cornelis van Doorn
Frithjof Dudok van Heel
Rudolf Hartogs
Willem Hendrik Hertly
Johan Frederik Henri de Jonge Melly
Eduard Alexander Latuperisa
Willem Mulder
Anthonius Cornelis Theodorus van Rijn
Johan Schimmelpenninck
Joannes Aloysius van Straelen
Salomon Vaz Dias
Gerardus Joannes Franciscus Vinkesteijn
Abraham Wijnberg.

Adrien Lambert Jacques Emile Marie Moonen


NN oktober 1943
Eind oktober 1943 werden twee groepen van elk ongeveer 70 gevangenen gedeporteerd.
Volgens het Nacht und Nebel decreet werden eind oktober 1943 twee afzonderlijke groepen gevangenen, elk bestaand uit ongeveer 70 personen, gedeporteerd.


NN februari 1944
12 gevangenen naar Natzweiler.
Volgens het Nacht und Nebel decreet werden eind februari 1944 twaalf gevangenen naar Natzweiler gedeporteerd.


Zes maanden Schutzhaft
Kamp Amersfoort voor maximaal zes maanden Schutzhaft.
In een schrijven van de politie aan de Aussenstellen werd Kamp Amersfoort genoemd als verblijfplaats voor personen die hooguit 6 maanden in Schutzhaft moesten blijven. Het zou niet lang duren voordat Kamp Amersfoort verstopt raakte met 'lichte gevallen'.


Teveel 'lichte' gevallen
Juni en juli 1944 reisden een aantal rechters naar Kamp Amersfoort.
In enkele dagen werden de strafzaken van meer dan 350 gevangenen afgehandeld. Na deze versnelde afhandeling van het grote aantal lichtere gevallen was het aan de politie om te bepalen of een misdrijf zo zwaar was dat de gevangene voor een gerecht moest verschijnen. In de praktijk betekende dat dat gevangenen na een strafperiode van enkele maanden werden vrijgelaten of met de grote transporten naar Duitsland gingen om daar tewerkgesteld te worden.


Oktober Razzia Gorcum
Opgepakt en gedeporteerd uit preventief en repressief oogpunt.
Begin 1944 had Seyss-Inquart opdracht gegeven tot het opstellen van lijsten van “onbetrouwbare” Nederlanders die, in geval van een noodtoestand, vanuit preventief en repressief oogpunt, opgepakt en afgevoerd moesten worden. Uit de feiten valt af te leiden dat deze instructie van Seyss-Inquart zich ook naar de Gorcumse situatie vertaalde.
Op 26 september 1944 merkte men reeds dat het beleid van de Duitse militaire autoriteiten jegens de Gorcumse bevolking zich verhardde. Als een soort generale repetitie werden zes Gorcumers gearresteerd. Vijf van hen werden de volgende dag naar kamp Amersfoort afgevoerd, waar zich reeds een in augustus door de Landwacht opgepakte Gorcumer bevond. Een week later zouden zij hier bijna honderd stadgenoten kunnen begroeten

Op 3 oktober 1944, om acht uur, met het ingaan van de avondklok, gingen Duitse militairen over tot een grootschalige arrestatieactie onder Gorcumse jongemannen uit het middenklasse-milieu. Op ongeveer honderd Gorcumse adressen werd, aan de hand van een lijst, één van de mannelijke huisbewoners opgehaald en afgevoerd. Een aantal opgepakte ouderen werd de volgende ochtend vrijgelaten. Ter aanvulling van de “tekorten” gingen de Duitsers op de ochtend van 4 oktober 1944 over tot willekeurige arrestaties van jongemannen. Allen werden naar Kamp Amersfoort gevoerd.

Volgens het NIOD werden in kamp Amersfoort de volgende dag 105 personen ingeschreven, van wie er 91 Gorcumers waren.

Enkele dagen later, op 10 oktober, werden een vijftigtal Gorcumers naar een buitenkamp bij Deelen overgebracht. Van deze groep is één Gorcumer tijdens zijn gevangenschap overleden.

Van de in Amersfoort overgebleven groep Gorcumers werden op 11 oktober vierenveertig personen per trein naar Neuengamme gedeporteerd (achtendertig achtergebleven Gorcumers van de Oktoberrazzia en zes Gorcumers die reeds sinds eind september 1944 in Amersfoort gevangen zaten). Slechts vier personen overleefden de kampomstandigheden in Duitsland: C. Aanen, J.C. Borstlap, C. van der Dussen en P. de Goeij.

Bovenstaande is gebaseerd op een tekst die is geschreven en beschikbaar gesteld door de heer drs. A. van Weelden, historicus te Gorcum.


Naar Neuengamme
Van Kamp Amersfoort rechtstreeks naar Neuengamme.
Samen met 602 Puttenaren en 44 mannen uit Gorcum worden honderden politieke gevangenen op 11 oktober 1944 gedeporteerd naar Neuengamme.

In februari 1945 arriveerde een groep gevangenen uit Kamp Amersfoort in Neuengamme.

Half maart 1945 arriveerde de laatste groep gevangenen uit Kamp Amersfoort in Neuengamme.


© 2006 Gert Stein