|
|
 |
|
Kamp Amersfoort was
na mei 1943 de verblijfplaats voor voornamelijk 'lichte'
politieke gevangenen. Zij waren in afwachting van hun
proces, of zij zaten er hun straf (van
maximaal zes maanden) uit. 'Zware' politieke gevangenen werden tot
de zomer van 1944, gedeporteerd via Kamp Vught. Na de zomer van
1944 werden 'zware' politieke gevangenen rechtstreeks naar Duitsland
getransporteerd. Van de ongeveer 26.700 gevangenen die
na mei 1943 in Kamp Amersfoort verbleven, werden er ruim
3.150 als politiek gevangene gedeporteerd. |

Lichte gevallen
In afwachting van
een proces.
Enkele honderden
gevangenen in Kamp Amersfoort waren in afwachting van
hun proces. Tot de tijd dat hun proces voorkwam zaten zij
gevangen in Kamp Amersfoort. Het ging voornamelijk om de
wat 'lichtere' gevallen. Veel van deze gevangenen hadden
bijvoorbeeld hun radiotoestel niet ingeleverd toen dat
op 13 mei 1943 werd voorgeschreven.
Tijdelijke halte
Kamp Amersfoort als tussenstop of laatste halte.
Politieke gevangenen
die vast zaten als gevolg van een zwaarder vergrijp
zaten veelal in kamp Vught gevangen. Zij kwamen naar
Kamp Amersfoort als berechting plaatsvond in Utrecht, of
wanneer zij berecht waren en naar een Duits
concentratiekamp zouden gaan. Tientallen terdoodveroordeelden werden enkele dagen voor de
voltrekking van het vonnis op de Leusderheide of in
Utrecht, naar Kamp Amersfoort gebracht.
Hulp aan onderduikers
Als gevolg van
ontduiking van de gedwongen tewerkstelling.
Na het begin van de
jaarklassenacties in mei 1943 groeide het aantal
onderduikers en ook het aantal gevangenen als gevolg van
hulp aan onderduikers.
De groep katholieken rond pater Jos Govaert is hier een
voorbeeld van
Pastoor Konings had hulp aan ontsnapte Franse
krijgsgevangenen gegeven, en werd in december 1943
gearresteerd.
Artsen
De artsenstaking op
24 maart 1943 resulteerde o.a. in de opsluiting van
ongeveer 360 artsen in Kamp Amersfoort.
Op
24 maart 1943 ontving de president van de Artsenkamer
een brief waarin ongeveer 5.300 Nederlandse artsen
meedeelden afstand te doen
van hun bevoegdheid tot het uitoefenen van het beroep
arts. Het was een protest tegen de verplichting om lid
te worden van de Nederlandse
Artsenkamer. De actie staat bekend als de Artsenstaking.
Naambordjes werden verwijderd of het woord "arts"
werd afgeplakt.
Artikel uit Trouw door Hieke Snijders-Borst, dochter van
J.G.G. Borst, 31-03-2003:
En toen...werd het woord 'arts' weggeplakt
De Duitse politie begon vrijwel direct met de vervolging
van de artsen. In de zomer van 1943 waren ongeveer 360
artsen in Kamp Amersfoort opgesloten. Hoewel zij tot de
groep politieke gevangenen behoorden, kregen zij geen
rode driehoek.
Informatie van Nationaal Archief: −
In 1942 verordende de Duitse bezetter dat de
Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der
Geneeskunst (NMBG) in het kader van de gelijkschakeling
zou opgaan in de Artsenkamer. Daarop ontstond een
protestbeweging onder de artsen en trad het bestuur af.
Een aantal artsen vormde toen de contactgroep ‘Medisch
Contact' om illegaal informatie te verspreiden over de
maatregelen van de bezetter en adviezen te geven over
reacties. J. Roorda, H. Wamsteker en F. Wibaut vormden
het secretariaat. Een groot deel van de ruim zesduizend
Nederlandse artsen sloot zich bij deze contactgroep aan.
Het artsenverzet hield zich bezig met de
loyaliteitsverklaring, de medische keuringen op
arbeidsbureaus, de positie van bedrijfsartsen, het
verzet tegen de artsenkamer, de artsenstaking van 1943,
protesten en sabotage van de Duitse maatregelen tegen
Joodse Nederlanders (bijv. de sterilisatiemaatregelen),
het niet doorgeven van informatie (over bijv. gewonde
verzetstrijders) aan de Duitse autoriteiten, de
voedselsituatie van de Nederlandse bevolking, contacten
met de universiteiten en het Nederlandsche Roode Kruis (NRK),
verzekeringskwesties en de NSB (Medisch Front).

www.nationaalarchief.nl
Inlichtingendienst (ID)
Half juli 1943, laatste halte voor twintig ID'ers.
De verzetsgroep
"Inlichtingendienst" of ID werd kort na 28 augustus 1940
opgericht.
De naaste medewerker en opvolger van B.P.M. ten Bosch,
één van de twee oprichters van de ID, was J.A.W. van
Hattem. De leden van de ID verzamelden uit alle delen
van het land inlichtingen en zonden deze informatie naar
de Engelse geheime dienst.
Op 6 maart 1942 werd Van Hattem door de bezetter
gearresteerd. Vervolgens werden nog meer leden van deze
groep opgepakt. In het voorjaar van 1943 kregen alle
leden van deze verzetsgroep de doodstraf. De
veroordeelden werden na het proces
half juli 1943, naar Kamp Amersfoort gebracht. Enkele
dagen later, op 20 juli 1943, werden de twintig terdoodveroordeelden op de Leusderheide gefusilleerd.
Op de plaats waar na de oorlog enkele massagraven werden
gevonden - waaronder het graf van de ID'ers - is een
houten kruis geplaatst. Het gedenkteken staat ook wel
bekend als "kruis Jannetjesdal".
De namen van de twintig slachtoffers zijn:
Robert Blaauw
Willem Hendrik Emile van der Borch van Verwolde
Johan Jacob Diederik ten Bosch
Bartholomeus Marinus Cristoph Braat
Jacob Brasser
Franciscus Jacobus Brejaart
Werner Heinrich van Doorninck
Johan van Hattem
Willem van Hattem
Kars Lucas Kamp
Willem Kooijmans
Friedrich Alexander von Oven
Gerardus de Pagter
Johannes Willem van Pienbroek
Adolf Snijders
Jan Stenger
Jacob Strobos
Cornelis Willem Storm
Gerard Abraham Tuijl
Cornelis Wegerif

|
 |
 |
 |
Nacht und Nebel
"Nacht und Nebel
Erlaß" of "Keitel Erlaß"
De order die op 7
december 1941, op bevel van Adolf Hitler, door Keitel,
de chef van het OKW (0berkommando der Wehrmacht) werd
uitgevaardigd. De order werd uitgevaardigd om de
bevolking in de door Duitse troepen bezette gebieden af
te schrikken en te weerhouden van militaire- en/of
politieke verzetsactiviteiten.
De order hield in:
De straf voor activiteiten tegen het Duitse Rijk is de
doodstraf. Als de doodstraf niet wordt toegepast zal dat
als zwakte kunnen worden opgevat. Afdoende intimidatie
kan slechts worden bereikt door de doodstraf toe te
passen, of door maatregelen te treffen waardoor de
buitenwereld onbekend is met het lot van de gevangene.
Zij die in staat van beschuldiging werden gesteld - en
waarbij (nog) geen doodvonnis door een Militärgericht
was uitgesproken - werden heimelijk (bij nacht en nevel)
naar een concentratiekamp in Duitsland gevoerd.
In Deutschland beslisten "Sondergerichte" over de
straffen voor de zogenaamde NN-Häftlinge. Dit kon
wederom of alsnog de doodstraf betekenen. Bij een
tijdstraf werden de gevangenen naar een concentratiekamp
gevoerd. Meestal naar Natzweiler of Groß Rosen.
Over het lot van de gevangene werd geen informatie
verstrekt. NN-gevangenen mochten niet corresponderen of
op andere wijze in contact staan met de buitenwereld.
Ongeveer 7.000 gevangenen uit Europa - waaronder enkele
honderden Nederlanders - werden naar deze kampen
gevoerd.
NN juli 1943
Begin juli 1943
werden 40 en 43 gevangenen gedeporteerd.
Volgens het Nacht und
Nebel decreet werden begin juli 1943 in twee groepen 40
en 43 gevangenen gedeporteerd.
Groep-Erkens
Tussenstop voor
twaalf leden van de Groep-Erkens.
Na de capitulatie van
het Nederlandse leger in mei 1940 verbergt luitenant
Erkens een hoeveelheid wapens om deze over te dragen aan
het verzet. Uiteindelijk start hij zijn eigen
Nederlands-Belgische verzetsgroep 'Chaperon Rouge', ook
bekend als de groep-Erkens. De groep Erkens zou tot 1942
actief blijven, tot infiltratie een einde maakte aan de
verzetsactiviteiten. In augustus 1943 was het proces
afgerond. Elf personen werden op 9 oktober 1943
gefusilleerd in fort Rijnauwen. Twaalf andere
veroordeelden werden naar Kamp Amersfoort gebracht en
verbleven daar tot 26 oktober 1943, de dag dat zij
gedeporteerd werden naar Duitsland.
OD'ers uit Haaren
In de herfst van
1943 werden meer dan 60 gevangenen overgebracht vanuit
de Polizeigefängnis Haaren naar Kamp Amersfoort.
Zij
maakten deel uit van het zogenaamde "Tweede OD-Proces".
Het strafrechtelijk
onderzoek tegen ongeveer 90 personen die ervan verdacht
werden banden te hebben met de OD werd herzien. Tegen 28
personen werd de procedure voortgezet, maar meer dan 60
personen werden abgetrennt en naar Kamp Amersfoort
gebracht. Onder hen bevonden zich Jan Kreeuwen en Bram Daalder.
Op 27 april 1943 werd tegen 21 van de 28 verdachten
wegens 'Feindbegunstigung' de doodstraf uitgesproken.
Vlak voor de voltrekking van het vonnis kwamen ook zij
in Kamp Amersfoort aan. Eén van hen was de
luitenant-generaal b.d. W. Roëll, de commandant van het
Veldleger. Vier personen kregen gratie.
Zestien personen werden 0p 29 juli 1943 op de
Leusderheide gefusilleerd. De zeventiende persoon werd op 7 augustus 1943 gefusilleerd.
De namen van de slachtoffers zijn:
Anton Willem Marie Abbenbroek
Adrianus Aloijsius Felix (Lex) Althoff
Christiaan Frederik van den Berg
Willem Theodoor Cornelis van Doorn
Frithjof Dudok van Heel
Rudolf Hartogs
Willem Hendrik Hertly
Johan Frederik Henri de Jonge Melly
Eduard Alexander Latuperisa
Willem Mulder
Anthonius Cornelis Theodorus van Rijn
Johan Schimmelpenninck
Joannes Aloysius van Straelen
Salomon Vaz Dias
Gerardus Joannes Franciscus Vinkesteijn
Abraham Wijnberg.
Adrien Lambert Jacques Emile Marie Moonen
NN oktober 1943
Eind oktober 1943 werden
twee groepen van elk ongeveer 70 gevangenen
gedeporteerd.
Volgens het Nacht und
Nebel decreet werden eind oktober 1943 twee
afzonderlijke groepen gevangenen, elk bestaand uit
ongeveer 70 personen, gedeporteerd.
NN februari 1944
12 gevangenen naar
Natzweiler.
Volgens het Nacht und
Nebel decreet werden eind februari 1944 twaalf
gevangenen naar Natzweiler gedeporteerd.
Zes maanden Schutzhaft
Kamp Amersfoort
voor maximaal zes maanden Schutzhaft.
In een schrijven van de
politie aan de Aussenstellen werd Kamp Amersfoort genoemd als
verblijfplaats voor personen die hooguit 6 maanden in Schutzhaft
moesten blijven. Het zou niet lang duren voordat Kamp
Amersfoort verstopt raakte met 'lichte gevallen'.
Teveel 'lichte' gevallen
Juni en juli 1944
reisden een aantal rechters naar Kamp Amersfoort.
In enkele dagen werden
de strafzaken van meer dan 350 gevangenen afgehandeld.
Na deze versnelde afhandeling van het grote aantal
lichtere gevallen was het aan de politie om te bepalen
of een misdrijf zo zwaar was dat de gevangene voor een
gerecht moest verschijnen. In de praktijk betekende dat
dat gevangenen na een strafperiode van enkele maanden
werden vrijgelaten of met de grote transporten naar
Duitsland gingen om daar tewerkgesteld te worden.
Oktober Razzia Gorcum
Opgepakt en
gedeporteerd uit preventief en repressief oogpunt.
Begin 1944 had
Seyss-Inquart opdracht gegeven tot het opstellen van
lijsten van “onbetrouwbare” Nederlanders die, in geval
van een noodtoestand, vanuit preventief en repressief
oogpunt, opgepakt en afgevoerd moesten worden. Uit de
feiten valt af te leiden dat deze instructie van
Seyss-Inquart zich ook naar de Gorcumse situatie
vertaalde.
Op 26 september 1944 merkte men reeds dat het beleid van
de Duitse militaire autoriteiten jegens de Gorcumse
bevolking zich verhardde. Als een soort generale
repetitie werden zes Gorcumers gearresteerd. Vijf van
hen werden de volgende dag naar kamp Amersfoort
afgevoerd, waar zich reeds een in augustus door de
Landwacht opgepakte Gorcumer bevond. Een week later
zouden zij hier bijna honderd stadgenoten kunnen
begroeten
Op 3 oktober 1944, om acht uur, met het ingaan van de
avondklok, gingen Duitse militairen over tot een
grootschalige arrestatieactie onder Gorcumse jongemannen
uit het middenklasse-milieu. Op ongeveer honderd
Gorcumse adressen werd, aan de hand van een lijst, één
van de mannelijke huisbewoners opgehaald en afgevoerd.
Een aantal opgepakte ouderen werd de volgende ochtend
vrijgelaten. Ter aanvulling van de “tekorten” gingen de
Duitsers op de ochtend van 4 oktober 1944 over tot
willekeurige arrestaties van jongemannen. Allen werden
naar Kamp Amersfoort gevoerd.
Volgens het NIOD werden in kamp Amersfoort de volgende
dag 105 personen ingeschreven, van wie er 91 Gorcumers
waren.
Enkele dagen later, op 10 oktober, werden een vijftigtal
Gorcumers naar een buitenkamp bij Deelen overgebracht.
Van deze groep is één Gorcumer tijdens zijn
gevangenschap overleden.
Van de in Amersfoort overgebleven groep Gorcumers werden
op 11 oktober vierenveertig personen per trein naar
Neuengamme gedeporteerd (achtendertig achtergebleven
Gorcumers van de Oktoberrazzia en zes Gorcumers die
reeds sinds eind september 1944 in Amersfoort gevangen
zaten). Slechts vier personen overleefden de
kampomstandigheden in Duitsland: C. Aanen, J.C.
Borstlap, C. van der Dussen en P. de Goeij.
Bovenstaande is gebaseerd op een tekst die is geschreven
en beschikbaar gesteld door de heer drs. A. van Weelden,
historicus te Gorcum.
Naar Neuengamme
Van Kamp Amersfoort rechtstreeks naar Neuengamme.
Samen met 602 Puttenaren
en 44 mannen uit Gorcum worden honderden politieke gevangenen
op 11 oktober 1944 gedeporteerd naar Neuengamme.
In februari 1945 arriveerde een groep gevangenen uit
Kamp Amersfoort in Neuengamme.
Half maart 1945 arriveerde de laatste groep gevangenen
uit Kamp Amersfoort in Neuengamme.

|
|
|
 |