Bijgewerkt: 24/02/10 23:07 
 
Kamp Amersfoort 1941-1943
| Home | Historie | 1941-1943 | Häftlinge | Politieke Gevangenen



Politieke Gevangenen



Anti-Duits gedrag
Geestelijken
Individuele acties
Bisschoppelijke brief
Uiteenlopende reden
Kerkelijke boodschap
Verzetslieden
Communisten
Illegale bladen
RSAP
Oranjewacht
Ned. voor Oranje
Leeuwengarde
Ordedienst (OD)





Personen die zich 'anti Duits' hadden opgesteld kwamen in aanmerking voor indeling in de categorie 'Politieke Gevangenen'. In de praktijk beperkte deze categorie zich tot hoofdzakelijk communisten, revolutionairen, geestelijken, verzetslieden en personen die de Duitse regels hadden overtreden. Joodse gevangenen en Jehova's getuigen werden in een 'eigen' categorie ingedeeld.


Anti-Duits Gedrag
Personen die zich anti-Duits gedroegen liepen kans om als strafmaatregel in Kamp Amersfoort opgesloten te worden. Zij behoorden tot de categorie Politieke gevangenen.
De reden van opsluiting kon nogal variëren. "Oranjegezindheid" kon een reden zijn, of "solidariteit met joodse burgers", zoals 23 leerlingen van de Koloniale landbouwschool uit Deventer bemerkten. Toen joodse burgers verplicht werden een ster te dragen, hadden zij eveneens een ster opgespeld.

De strafperiode voor politieke gevangenen kon in de regel variëren van ten hoogste zes, soms negen of twaalf maanden. In de periode tot begin 1943 waren er naar verhouding veel politieke gevangenen in het kamp. Hun verblijf was echter in de regel maar kort. Toen gevangenen - vanaf april 1942 - werden voorzien van een gekleurde driehoek, werden politieke gevangenen gekenmerkt door een rode.

In de tweede periode is bekend dat geestelijken werden gekenmerkt door een witte driehoek, hoewel zij politieke gevangenen waren. Priester Jean Slots kreeg na aankomst in Kamp Amersfoort op 6 september 1943 een witte driehoek uitgereikt.


Geestelijken
Nationaal-socialisme; lijnrecht tegenover het evangelie.
In de periode tot begin 1943 was het aantal geestelijken dat in Kamp Amersfoort zat of had gezeten erg groot. Dat is niet zo verwonderlijk want de nationaal-socialistische beschouwing en het evangelie staan lijnrecht tegenover elkaar. Vaak werden in een preek uitspraken gedaan die de bezetter zich niet kon laten welgevallen. Behalve de individuele acties waren er ook enkele gezamenlijke protestacties, die telkens veel arrestaties tot gevolg hadden.


Individuele acties
Direct na de bezetting van Nederland.
dominee A.R. RutgersAls gevolg van kritische uitlatingen aan het adres van de Duitse bezetter werden al in 1940 enkele predikanten gearresteerd. Op 28 oktober 1941 werd de Rotterdamse dominee Abraham Rutgers vanuit het "Oranjehotel" te Scheveningen overgebracht naar Amersfoort. Vanaf september 1940 was Rutgers al zes keer ter verantwoording geroepen vanwege anti-Duitse uitspraken. Rutgers weigerde, ondanks herhaalde waarschuwingen, het voorgebed voor de Koningin in zijn preken te schrappen en werd op 11 juni 1941 gearresteerd, wegens 'misbruik van de kansel'. Na Scheveningen volgde kamp Amersfoort en Dachau waar hij op 2 april 1942 overleed.
Dominee Dirk Arie van den BoschDominee Dirk Arie van den Bosch, hervormd predikant uit Den Haag, werd op 11 december 1940 gearresteerd. Op 28 oktober 1941 kwam hij vanuit het "Oranjehotel" te Scheveningen aan in Kamp Amersfoort (No. 651). Op 20 maart 1942 overleed dominee Van den Bosch als gevolg van ontbering in Kamp Amersfoort.


Bisschoppelijke brief
Zomer 1941, katholieken verspreiden een bisschoppelijke brief.
In de zomer van 1941 werd vanuit katholieke kring, meegewerkt aan de verspreiding van een een bisschoppelijk schrijven, dat tegen het nationaal-socialisme gekant was. Als gevolg hiervan kwam een aantal kapelaans en priesters in Kamp Amersfoort.
Benvenutus van Genuchten uit Den Haag arriveerde, vanuit het Oranjehotel te Scheveningen, op 5 september 1941 in Kamp Amersfoort. Hij werd gedeporteerd naar Dachau. Na hem volgden kapelaan A.H.L. Meertens uit Heerlen, deken C.A.M. van Dam uit Bergen op Zoom en de priesters A.G.J. Cramers uit Boekens, C.A.H. Höppener uit Valkenburg en R.H.F. Hegge uit Hengelo.


Uiteenlopende reden
Na de jaarwisseling 1941-1942 kwamen er nog tientallen geestelijken in Kamp Amersfoort als gevolg van diverse individuele acties of omstandigheden.
Na de jaarwisseling werden tientallen geestelijken opgepakt om uiteenlopende redenen.
Dominee J. Overduin (no. 230) kwam op 4 maart 1942 - met vijf andere arrestanten waaronder ds. J. de Geus - vanuit het Huis van Bewaring in Arnhem naar Amersfoort. Aanleiding voor zijn arrestatie was een conflict met een nationaal-socialistische collega. Begin juni 1942 werd hij met 40 Joodse Rassenschenders, 20 communisten waaronder een journalist uit Den Haag (Wirtz) en vier predikanten (J. de Geus, Idema, Sietsma en Tunderman) naar de gevangenis in Essen gevoerd. Slechts enkelen van deze groep wisten de oorlog te overleven.
Vanaf 12 maart 1942 tot 28 april 1942 verbleef
pater Titus Brandsma in Kamp Amersfoort. Na zijn verblijf in Scheveningen (28 april tot 16 mei) en na gevangenschap in Kleve (16 mei tot 13 juni) werd pater Titus overgebracht naar Dachau waar hij op 19 juni aankwam. Op zondag 26 juli 1942 overleed Titus Brandsma na enkele dagen bewusteloosheid, door een injectie van de kamparts.
(Op 3 November 1985 werd pater Titus Brandsma door Paus Johannes Paulus II in Rome als martelaar zalig verklaard.)
Op 5 mei 1942 arriveerden dominee Groenewegen uit Zwolle en dominee De Waard uit Kampen in Kamp Amersfoort. Een dag later op 6 mei, volgde dominee C.N. Impeta.


Kerkelijke boodschap
April en juli 1942; twee kritische kerkelijke boodschappen die het nationaal-socialisme veroordeelden.
De hoeveelheid arrestaties nam aanzienlijk toe na april en juli 1942 als gevolg van twee kerkelijke protestacties. De eerste op 19 april en de tweede eind juli 1942. Beide acties bestonden uit het voorlezen van een kerkelijke boodschap, die het nationaal-socialisme veroordeelde. De boodschap werd in alle kerken, protestants en katholiek voorgelezen. (De Nederlands Hervormde kerk had afgezien van deelname aan de tweede protestactie in juli, zoadat arrestaties n.a.v. de actie in juli voornamelijk in katholieke hoek vielen.) Veel geestelijken gaven gehoor aan de landelijke protestacties. De arrestaties volgden.
Onder andere
dominee Nanne Zwiep kwam op 11 september 1942 in Amersfoort terecht vanwege de uitspraken die hij deed in zijn dienst op 19 april 1942. Op 25 september werd hij gedeporteerd naar Dachau waar hij overleed.
Andere geestelijken die in Kamp Amersfoort verbleven waren dominee F.J. Krop vanaf najaar 1942 (Block VII A), dominee H.L. Lieve, dominee K.R. ter Steege en dominee J. Versteegt.


Verzetslieden
Gevangenen die van verzetsactiviteiten werden verdacht verbleven in Kamp Amersfoort in afwachting van hun deportatie of het voorkomen van hun zaak.
Gevangenen waartegen een strafrechtelijk onderzoek liep waren in de minderheid. Veel groter was de groep verzetsstrijders waartegen geen strafrechtelijk onderzoek gaande was. Veelal kwam hun zaak nooit voor, ondanks het feit dat zij een strafbaar feit hadden gepleegd. Zogenaamde Bagatellsachen werden niet overgedragen aan de Duitse justitie, maar bleven in handen van de Sipo/SD om een te grote belasting van de Duitse krijgsraden te voorkomen. Verdachten in de categorie Bagatellsachen werden abgetrennt. In de praktijk betekende dit Schutzhaft (preventieve opsluiting) en daarna deportatie naar een Duits concentratiekamp waar alsnog een veroordeling zou kunnen volgen. Abtrennung gebeurde vanaf december 1941 volgens de letter van het "Nacht und Nebel Erlaß".


Communisten
Na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie kreeg de vervolging van communisten gestalte.
De vervolging door de Sipo/SD en de Nederlandse politie resulteerde in honderden arrestaties. Onder hen bevonden zich veel leden van de vooroorlogse CPN, hoewel zij niets van doen hadden met de verzetsactiviteiten van de ondergrondse CPN.
De eerste groep gevangenen die op 18 augustus 1941 Kamp Amersfoort werd binnengebracht bestond uit 195 voornamelijk communistische gevangenen. Zij verbleven in de barakken II en III.

Zie ook de pagina "Ingebruikname"

De vervolging van communisten beperkte zich niet tot de leden van de vooroorlogse CPN. De Duitse politie was vooral op zoek naar de leden van de ondergrondse CPN. Voor het einde van 1942 waren tal van plaatselijke afdelingen zo goed als opgerold. Onder de arrestanten waren tal van verspreiders van het illegale blad "De Waarheid".

De vervolging van communisten had tot gevolg dat er vanaf het begin altijd wel communistische gevangenen in Kamp Amersfoort waren. Vooral in de beginperiode waren de communistische gevangenen in de meerderheid. Het spreekt vanzelf dat de eerste gevangenen in het kamp, de betere posities konden bezetten.

Zie ook de pagina "Prominenten"

Op 27 oktober 1941, tegen 11:30 kwamen 55 communisten uit Groningen in het kamp (bron: "Aaltense gijzelaars" door E.J. Bulten blz. 18)

Illegale bladen; Het Parool
Een groot aantal politieke gevangenen had meegewerkt aan de productie en verspreiding van illegale bladen.
L.J. Revallier, student uit Delft, medewerker van het illegale blad "Uit de Woestijn" zat in Kamp Amersfoort van september 1941 tot het voorjaar van 1942.
Eind 1941 tot maart 1942 werden veel medewerkers van het blad "Het Parool" gearresteerd. Het Parool was een van de belangrijkste illegale bladen. Veel medewerkers werden naar Kamp Amersfoort gebracht. Tegen drieëntwintig personen werd een strafzaak voorbereid. Zij kwamen pas half juli 1942 aan in Kamp Amersfoort. In december vertrokken zij naar de Kriegswehrgefängnis in Utrecht, waar van 12 tot 19 december hun proces (het eerste Paroolproces) plaatsvond. Zes gevangenen werden 'abgetrennt', zeventien kregen de doodstraf. Na het proces werden zij op 23 december 1942 teruggebracht naar Kamp Amersfoort. Op 17 januari werden zij naar Vught gebracht. Eén van de ter dood veroordeelden was Frans Goedhart, die een belangrijke positie innam bij de redactie van "Het Parool". Voordat het vonnis werd voltrokken wist hij vanuit Vught te ontsnappen. Op 5 februari 1943 werden 13 van de 17 veroordeelden op de Leusderheide - samen met enkele andere verzetstrijders - gefusilleerd.

De namen van de slachtoffers zijn:
Robert Willem Douma
Willem Frederik Gerrese
Willem Johannes Gertenbach
Wibo Sjerp Lans
Adrianus Johannes van Leeuwen
Herman Jan Meinardi
Jacob Melkman
Lambert Gregoire Rima
Franciscus Robbe
Nicolaas Snijders
Willem Adolf de Tello
Julius Bernardus Varwijk
Jan Cornelis Zwanenburg. 


Revolutionair-Socialisti-sche Arbeiderspartij
In april 1942 werden zeven ter dood veroordeelde functionarissen van de Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij naar Amersfoort gebracht.
Henk Sneevliet, voorman van de RSAP, was al voor de oorlog fel van leer getrokken tegen het nationaal-socialisme. Na de Duitse inval werd de strijd ondergronds voortgezet.

Begin 1942 werd Sneevliet met zeven partijgenoten gearresteerd. Op 9 april werden zij door een Duitse rechtbank ter dood veroordeeld. Een van hen pleegde zelfmoord in zijn cel aan de Weteringschans. De anderen werden naar Amersfoort gevoerd waar zij op 13 april op de Leusderheide werden geëxecuteerd.

Hun namen zijn:
Willem Frederik Dolleman
Jan Edel
Cornelus Hermanus Gerritsen
Gerrit Jan Koeslag
Abraham Menist
Jan Schriefer
Henk Sneevliet


Oranjewacht
In maart 1942 werden tientallen leden van de verzetsgroep Oranjewacht vanuit Scheveningen naar Amersfoort gebracht.
De Oranjewacht werd in juni 1940 in Arnhem opgericht door Petrus Hoefsloot en Frans Heinekamp. In augustus 1940 verenigde de groep zich met de groep van Folmer in Zeist. Ook de groep "Pogno Pro Patria" onder leiding van Onnekink, sloot zich aan bij De Oranjewacht uit Arnhem. Willem den Boer uit Dordrecht werd leider van De Oranjewacht toen De Oranjewacht uit Arnhem en De Oranjewacht in het westen van het land, aansluiting vonden.
Na de arrestatie van Jan Werkman - een van de leiders van De Oranjewacht in Arnhem - volgden nog vele arrestaties binnen De Oranjewacht. Het proces tegen 45 beklaagden vond plaats van 27 oktober tot 10 november 1941 in Den Haag. In maart 1942 werden tientallen leden van De Oranjewacht vanuit Scheveningen naar Kamp Amersfoort gebracht in afwachting van de verdere gang van zaken want de bezetter was niet tevreden met de uitspraak. Er volgde een tweede proces dat plaatsvond op 4, 5 en 6 juni 1942 in Amsterdam. Het resultaat van het tweede proces was dat tegen negen van de 45 beklaagden de doodstraf werd uitgesproken. Totdat het vonnis werd bekrachtigd, verbleven de veroordeelden in Kamp Amersfoort. De negen doodvonnissen werden op negen juli 1942 in Fort Rijnauwen voltrokken.

De namen van de negen slachtoffers zijn:
Evert (Eddy) van den Berg,
Johan Herman Jacobus Boerrigter,
Johan (John) Dons,
Frans (Spaan) Heinekamp,
Petrus Frederikus Antonius Hoefsloot,
Hendrik Marinus Emanuel Pieter Maertens,
George Hendrik van der Ploeg (Van der Pas),
Leonardus Lambertus Twijnstra,
Petrus Walter Gerardus van de Weijer.


Nederland voor Oranje
In juli 1942 werden de verdachten van de groep "Nederland voor Oranje" vanuit Scheveningen naar Kamp Amersfoort overgebracht in afwachting van hun deportatie of veroordeling.
Het verzetswerk van de groep "Nederland voor Oranje" bestond uit het verzamelen van inlichtingen voor de geallieerden. De groep concentreerde zich in Den Haag. Johannes Frans le Griep was de leider van de verzetsgroep. Na verraad door Anton van der Waals werd Le Griep op 21 maart 1942 gearresteerd. Andere medewerkers van "Nederland voor Oranje" werden eveneens in maart 1942 gearresteerd. In juli 1942 werden de arrestanten vanuit het Oranjehotel in Scheveningen overgebracht naar Kamp Amersfoort. Binnen enkele maanden werden de meesten naar Duitsland gevoerd. De hoofdverdachten kregen een proces dat plaatsvond onder grote geheimhouding. Op 9 september 1942 werd het vonnis uitgesproken.
De terechtstellingen vonden plaats op 17 september 1942 in Amsterdam en op 26 oktober in Fort Rijnauwen.

Op 17 september 1942 werden in Amsterdam gefusilleerd:

Everhardus Bernard Jozef Born
Karel Anthonius van Gils
Cornelis Johannes Lassooy

Op 26 oktober 1942 werden in Fort Rijnauwen gefusilleerd:

Johannes Adriaanse Cappel
M.A. Dereumaux
Friedrich Heinrich August Druijf
Heinrich A.V.V. Mantz
Lodewijk Jacobus Peters

en waarschijnlijk eveneens in Fort Rijnauwen:

Johannes Frans le Griep
Bertus Marinus Kleij
Johan Alexander Konijnenburg

Op 26 oktober 1942 werden in Overveen en Fort de Bilt vijf personen (waaronder vier medewerkers van de OD) gefusilleerd, waarvan wordt aangenomen dat zij nauwe banden hadden met de groep "Nederland voor Oranje". Hun namen zijn:

Hendrik Kop
Bart de Roo
Hendrik Bos
Isaac van Otterlo
Adolf martin Oliemans

Op 27 oktober 1942 werden de stoffelijke overschotten van 13 gefusilleerde mannen naar het crematorium van Velsen gebracht. Het betrof hoogstwaarschijnlijk de acht personen die op 26 oktober waren gefusilleerd, samen met vijf mannen die eveneens op 26 oktober in Overveen en Fort De Bilt waren gefusilleerd.
Na de crematie werden de urnen overgebracht naar Duitsland, waar zij na de oorlog werden teruggevonden door de Oorlogsgravenstichting.

Negen jaar na de oorlog, op 7 mei 1954, werden twaalf* van de dertien, in Hannover teruggevonden urnen, ter aarde besteld op het Ereveld te Loenen.

* H.A.V.V. Mantz werd samen met anderen op 26 oktober 1942 terechtgesteld, maar had andere belangen. Nadat hij door de SD werd verdacht van het afpersen van joden, werd hij in november 1941 gearresteerd. Na zijn arrestatie werkte hij voor de SD en verraadde zijn makkers.


Leeuwengarde
Een twintigtal medewerkers van de verzetsgroep "De Leeuwengarde" kwam half juli 1942 aan in Kamp Amersfoort.
De verzetsgroep De Leeuwengarde kwam eind 1940 tot stand en concentreerde zich in Rotterdam en Overschie.
In een half jaar tijd (tot juli 1942) werden in totaal zo'n 80 medewerkers gearresteerd. Zo'n 35 'gardisten' werden vrij snel na hun arrestatie weer vrijgelaten. Een twintigtal arrestanten werd in juli 1942 naar Kamp Amersfoort gebracht, in afwachting van hun veroordeling. Van 16 tot 27 november 1942 kwam het voor een dertigtal - waaronder Floris Bakels en G. Tuynenburg Muys - tot een proces in Utrecht. Elf aangeklaagden - waaronder Floris Bakels - werden halverwege het proces zonder veroordeling als NN-gevangene naar Duitsland gezonden ('abgetrennt').
Op 27 november 1942 werden de resterende 21 aangeklaagden tot de doodstraf veroordeeld. Op 21 december 1942 werd aan acht van hen gratie verleend. De straf voor hen werd omgezet in 15 jaar tuchthuisstraf. Dit overkwam o.a. Tuynenburg Muys.
Op 29 december 1942 werd het doodvonnis voor dertien 'gardisten' voltrokken. Zij werden geëxecuteerd op de Leusderheide. De namen van de slachtoffers zijn:

Franciscus Mattheus van den Acker
Gerrit van As
Pieter van As
Cornelis Johannes Aubert
Frederik Wilhelm van der Borch tot Verwolde
Johannes Faas
Martinus Johannes Wilhelmus Huijbers
Jan Kars
Philippus Wilhelmus Masselman
Jan Noordijk
Gerrit Willem Surquin
Andries Stemerding
Binne Veenstra


Ordedienst (OD)
Vanaf de nazomer van 1941 tot het voorjaar van 1942 werden circa 130 personen van het Oranjehotel naar Amersfoort gebracht. Zij maakten deel uit van het zogenaamde "Eerste OD-proces".
De OD was een landelijke organisatie. Een van de leidinggevende figuren was J.H. Westerveld. Een andere verzetsgroep onder leiding van J.J.A. Mekel en R.L.A. Schoemaker had - evenals verschillende kleinere verzetsgroepen - banden met de OD. Hoewel de Duitsers de groep Mekel niet tot de OD rekenden werden de twee groepen tegelijkertijd berecht. Het waren echter twee afzonderlijke rechtzaken. Vanaf 5 september 1941 werden de gearresteerde OD-ers, in afwachting van hun proces naar Amersfoort gebracht. Onder hen bevond zich Jan Wesseling (nr. 501), generaal-majoor (bd) van het KNIL. Hij overleed op 26 januari 1942 aan ontbering in Kamp Amersfoort. Een andere verdachte, J. van Veen werd op 16 december 1941 wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten.
Op 12 maart 1942 werden de resterende OD'ers vanuit het Oranjehotel naar Amersfoort gebracht. 52 verdachten werden niet berecht en zonder proces naar concentratiekampen in Duitsland gestuurd. Op 27 maart 1942 begon het enkele dagen durende proces, dat plaatsvond in Paviljoen De Hooge Witte, tegenover het Berghotel in Amersfoort. 86 personen moesten voorkomen op die dag. Gedurende het enkele dagen durende proces werden de hoofdverdachten overgebracht naar de bunker in Kamp Amersfoort.
De slotzitting vond plaats in Kamp Amersfoort. Andere OD'ers werden evenals de hoofdverdachten, afgezonderd van de kampgevangenen. Zij verbleven in een streng bewaakte zaal van Block IV. De kantine van de kamp-SS was ingericht als rechtszaal.
Op zaterdag 11 april volgde de uitspraak van het "Feldgericht des kommandierende General und Befehlshaber im Luftgau Holland". Zeventig OD'ers van de groep Westerveld kregen de doodstraf. 's Middags werden zij in vrachtauto's naar de Wehrmachtsgefangnis in Utrecht vervoerd. 63 doodvonnissen werden bekrachtigd en zeven personen kregen gratie, in dit geval levenslange 'tuchthuisstraf'.
Op 17 april werd tegen negen personen van de groep Mekel de doodstraf uitgesproken.
Op 1 mei werden 71 van de 72 ter dood veroordeelden met de trein naar Oranienburg afgevoerd. Vandaar werden zij op 2 mei met vrachtauto's naar Sachsenhausen afgevoerd waar zij op 3 mei 1942 werden gefusilleerd.


© 2006 Gert Stein