|
|
 |
|
Personen die zich
'anti Duits' hadden opgesteld kwamen in aanmerking voor
indeling in de categorie 'Politieke Gevangenen'. In de
praktijk beperkte deze categorie zich tot hoofdzakelijk
communisten, revolutionairen, geestelijken,
verzetslieden en personen die de Duitse regels hadden
overtreden. Joodse gevangenen en Jehova's getuigen
werden in een 'eigen' categorie ingedeeld. |

Anti-Duits Gedrag
Personen die zich
anti-Duits gedroegen liepen kans om als strafmaatregel
in Kamp Amersfoort opgesloten te worden. Zij behoorden
tot de categorie Politieke gevangenen.
De reden van opsluiting
kon nogal variëren. "Oranjegezindheid" kon een reden
zijn, of "solidariteit met joodse burgers", zoals 23
leerlingen van de Koloniale landbouwschool uit Deventer
bemerkten. Toen joodse burgers verplicht werden een ster
te dragen, hadden zij eveneens een ster opgespeld.
De strafperiode voor politieke gevangenen kon in de
regel variëren van ten hoogste zes, soms negen of twaalf
maanden. In de periode tot begin 1943 waren er naar
verhouding veel politieke gevangenen in het kamp. Hun
verblijf was echter in de regel maar kort. Toen
gevangenen - vanaf april 1942 - werden voorzien van een
gekleurde driehoek, werden politieke gevangenen
gekenmerkt door een rode.
In de tweede periode is bekend dat geestelijken werden
gekenmerkt door een witte driehoek, hoewel zij politieke
gevangenen waren. Priester Jean Slots kreeg na aankomst
in Kamp Amersfoort op 6 september 1943 een witte
driehoek uitgereikt.
Geestelijken
Nationaal-socialisme; lijnrecht tegenover het evangelie.
In de periode tot begin
1943 was het aantal geestelijken dat in Kamp Amersfoort
zat of had gezeten erg groot. Dat is niet zo
verwonderlijk want de nationaal-socialistische
beschouwing en het evangelie staan lijnrecht tegenover
elkaar. Vaak werden in een preek uitspraken gedaan die
de bezetter zich niet kon laten welgevallen. Behalve de
individuele acties waren er ook enkele gezamenlijke
protestacties, die telkens veel arrestaties tot gevolg
hadden.
Individuele
acties
Direct na de bezetting van Nederland.
Als gevolg van
kritische uitlatingen aan het adres van de Duitse
bezetter werden al in 1940 enkele predikanten
gearresteerd. Op 28 oktober 1941 werd de Rotterdamse
dominee Abraham Rutgers vanuit het "Oranjehotel" te
Scheveningen overgebracht naar Amersfoort. Vanaf
september 1940 was Rutgers al zes keer ter
verantwoording geroepen vanwege anti-Duitse uitspraken. Rutgers weigerde, ondanks herhaalde waarschuwingen, het voorgebed voor de Koningin in zijn preken te schrappen en werd op 11 juni 1941 gearresteerd, wegens 'misbruik van de kansel'. Na Scheveningen volgde kamp Amersfoort en Dachau waar hij op 2 april 1942 overleed.
Dominee Dirk Arie van den Bosch, hervormd predikant uit
Den Haag, werd op 11 december 1940 gearresteerd. Op 28
oktober 1941 kwam hij vanuit het "Oranjehotel" te
Scheveningen aan in Kamp Amersfoort (No. 651). Op 20
maart 1942 overleed dominee Van den Bosch als gevolg van
ontbering in Kamp Amersfoort.
Bisschoppelijke
brief
Zomer 1941,
katholieken verspreiden een bisschoppelijke brief.
In de zomer van 1941
werd vanuit katholieke kring, meegewerkt aan de
verspreiding van een een bisschoppelijk schrijven, dat
tegen het nationaal-socialisme gekant was. Als gevolg
hiervan kwam een aantal kapelaans en priesters in Kamp
Amersfoort.
Benvenutus van Genuchten uit Den Haag arriveerde, vanuit
het Oranjehotel te Scheveningen, op 5 september 1941 in
Kamp Amersfoort. Hij werd gedeporteerd naar Dachau. Na
hem volgden kapelaan A.H.L. Meertens uit Heerlen, deken
C.A.M. van Dam uit Bergen op Zoom en de priesters A.G.J.
Cramers uit Boekens, C.A.H. Höppener uit Valkenburg en
R.H.F. Hegge uit Hengelo.
Uiteenlopende
reden
Na de jaarwisseling
1941-1942 kwamen er nog tientallen geestelijken in Kamp
Amersfoort als gevolg van diverse individuele acties of
omstandigheden.
Na de jaarwisseling
werden tientallen geestelijken opgepakt om uiteenlopende
redenen.
Dominee J. Overduin (no. 230) kwam op 4 maart 1942 - met
vijf andere arrestanten waaronder ds. J. de Geus -
vanuit het Huis van Bewaring in Arnhem naar Amersfoort.
Aanleiding voor zijn arrestatie was een conflict met een
nationaal-socialistische collega. Begin juni 1942 werd
hij met 40 Joodse Rassenschenders, 20 communisten
waaronder een journalist uit Den Haag (Wirtz) en vier
predikanten (J. de Geus, Idema, Sietsma en Tunderman)
naar de gevangenis in Essen gevoerd. Slechts enkelen van
deze groep wisten de oorlog te overleven.
Vanaf 12 maart 1942 tot 28 april 1942 verbleef pater Titus Brandsma
in Kamp Amersfoort. Na zijn verblijf in Scheveningen (28
april tot 16 mei) en na gevangenschap in Kleve (16 mei
tot 13 juni) werd pater Titus overgebracht naar Dachau
waar hij op 19 juni aankwam. Op zondag 26 juli 1942
overleed Titus Brandsma na enkele dagen bewusteloosheid,
door een injectie van de kamparts.
(Op 3 November 1985 werd pater Titus Brandsma door Paus
Johannes Paulus II in Rome als martelaar zalig
verklaard.)
Op 5 mei 1942 arriveerden dominee Groenewegen uit Zwolle
en dominee De Waard uit Kampen in Kamp Amersfoort. Een
dag later op 6 mei, volgde dominee C.N. Impeta.
Kerkelijke
boodschap
April en juli 1942;
twee kritische kerkelijke boodschappen die het
nationaal-socialisme veroordeelden.
De hoeveelheid
arrestaties nam aanzienlijk toe na april en juli 1942
als gevolg van twee kerkelijke protestacties. De eerste
op 19 april en de tweede eind juli 1942. Beide acties
bestonden uit het voorlezen van een kerkelijke
boodschap, die het nationaal-socialisme veroordeelde. De
boodschap werd in alle kerken, protestants en katholiek
voorgelezen. (De Nederlands Hervormde kerk had afgezien
van deelname aan de tweede protestactie in juli, zoadat
arrestaties n.a.v. de actie in juli voornamelijk in
katholieke hoek vielen.) Veel geestelijken gaven gehoor
aan de landelijke protestacties. De arrestaties volgden.
Onder andere
dominee Nanne Zwiep kwam op 11 september 1942 in Amersfoort
terecht vanwege de uitspraken die hij deed in zijn
dienst op 19 april 1942. Op 25 september werd hij
gedeporteerd naar Dachau waar hij overleed. Andere geestelijken die in
Kamp Amersfoort verbleven waren dominee F.J. Krop vanaf
najaar 1942 (Block
VII A), dominee H.L. Lieve, dominee K.R. ter Steege en
dominee J. Versteegt.
Verzetslieden
Gevangenen die van
verzetsactiviteiten werden verdacht verbleven in Kamp
Amersfoort in afwachting van hun deportatie of het
voorkomen van hun zaak.
Gevangenen waartegen
een strafrechtelijk onderzoek liep waren in de
minderheid. Veel groter was de groep verzetsstrijders
waartegen geen strafrechtelijk onderzoek gaande was.
Veelal kwam hun zaak nooit voor, ondanks het feit dat
zij een strafbaar feit hadden gepleegd. Zogenaamde
Bagatellsachen werden niet overgedragen aan de Duitse
justitie, maar bleven in handen van de Sipo/SD om een te
grote belasting van de Duitse krijgsraden te voorkomen.
Verdachten in de categorie Bagatellsachen werden
abgetrennt. In de praktijk betekende dit Schutzhaft
(preventieve opsluiting) en daarna deportatie naar een
Duits concentratiekamp waar alsnog een veroordeling zou
kunnen volgen. Abtrennung gebeurde vanaf december 1941
volgens de letter van het "Nacht
und Nebel Erlaß".
Communisten
Na de Duitse aanval
op de Sovjet-Unie kreeg de vervolging van communisten
gestalte.
De vervolging door de
Sipo/SD en de Nederlandse politie resulteerde in
honderden arrestaties. Onder hen bevonden zich veel
leden van de vooroorlogse CPN, hoewel zij niets van doen
hadden met de verzetsactiviteiten van de ondergrondse
CPN.
De eerste groep gevangenen die op 18 augustus 1941 Kamp
Amersfoort werd binnengebracht bestond uit 195
voornamelijk communistische gevangenen. Zij verbleven in
de barakken II en III.

Zie
ook de pagina "Ingebruikname"
De vervolging van
communisten beperkte zich niet tot de leden van de
vooroorlogse CPN. De Duitse politie was vooral op zoek
naar de leden van de ondergrondse CPN. Voor het einde
van 1942 waren tal van plaatselijke afdelingen zo goed
als opgerold. Onder de arrestanten waren tal van
verspreiders van het illegale blad "De Waarheid".
De vervolging van communisten had tot gevolg dat er
vanaf het begin altijd wel communistische gevangenen in
Kamp Amersfoort waren. Vooral in de beginperiode waren
de communistische gevangenen in de meerderheid. Het
spreekt vanzelf dat de eerste gevangenen in het kamp, de
betere posities konden bezetten.

Zie
ook de pagina "Prominenten"
Op 27 oktober 1941,
tegen 11:30 kwamen 55 communisten uit Groningen in het kamp (bron: "Aaltense gijzelaars" door E.J. Bulten blz. 18)

|
 |
 |
 |
Illegale
bladen; Het Parool
Een groot aantal
politieke gevangenen had meegewerkt aan de productie en
verspreiding van illegale bladen.
L.J. Revallier, student
uit Delft, medewerker van het illegale blad "Uit de
Woestijn" zat in Kamp Amersfoort van september 1941 tot
het voorjaar van 1942.
Eind 1941 tot maart 1942 werden veel medewerkers van het
blad "Het Parool" gearresteerd. Het Parool was een van
de belangrijkste illegale bladen. Veel medewerkers
werden naar Kamp Amersfoort gebracht. Tegen
drieëntwintig personen werd een strafzaak voorbereid.
Zij kwamen pas half juli 1942 aan in Kamp Amersfoort. In
december vertrokken zij naar de Kriegswehrgefängnis in
Utrecht, waar van 12 tot 19 december hun proces (het
eerste Paroolproces) plaatsvond. Zes gevangenen werden
'abgetrennt', zeventien kregen de doodstraf. Na het
proces werden zij op 23 december 1942 teruggebracht naar
Kamp Amersfoort. Op 17 januari werden zij naar Vught
gebracht. Eén van de ter dood veroordeelden was Frans
Goedhart, die een belangrijke positie innam bij de
redactie van "Het Parool". Voordat het vonnis werd
voltrokken wist hij vanuit Vught te ontsnappen. Op 5
februari 1943 werden 13 van de 17 veroordeelden op de
Leusderheide - samen met enkele andere verzetstrijders -
gefusilleerd.
De namen van de slachtoffers zijn:
Robert Willem Douma
Willem Frederik Gerrese
Willem Johannes Gertenbach
Wibo Sjerp Lans
Adrianus Johannes van Leeuwen
Herman Jan Meinardi
Jacob Melkman
Lambert Gregoire Rima
Franciscus Robbe
Nicolaas Snijders
Willem Adolf de Tello
Julius Bernardus Varwijk
Jan Cornelis Zwanenburg.
Revolutionair-Socialisti-sche Arbeiderspartij
In april 1942
werden zeven ter dood veroordeelde functionarissen van
de Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij naar
Amersfoort gebracht.
Henk Sneevliet, voorman
van de RSAP, was al voor de oorlog fel van leer
getrokken tegen het nationaal-socialisme. Na de Duitse
inval werd de strijd ondergronds voortgezet.
Begin 1942 werd Sneevliet met zeven partijgenoten
gearresteerd. Op 9 april werden zij door een Duitse
rechtbank ter dood veroordeeld. Een van hen pleegde
zelfmoord in zijn cel aan de Weteringschans. De anderen
werden naar Amersfoort gevoerd waar zij op 13 april op
de Leusderheide werden geëxecuteerd.
Hun namen zijn:
Willem Frederik Dolleman
Jan Edel
Cornelus Hermanus Gerritsen
Gerrit Jan Koeslag
Abraham Menist
Jan Schriefer
Henk Sneevliet
Oranjewacht
In maart 1942
werden tientallen leden van de verzetsgroep Oranjewacht
vanuit Scheveningen naar Amersfoort gebracht.
De Oranjewacht werd in
juni 1940 in Arnhem opgericht door Petrus Hoefsloot en
Frans Heinekamp. In augustus 1940 verenigde de groep
zich met de groep van Folmer in Zeist. Ook de groep
"Pogno Pro Patria" onder leiding van Onnekink, sloot
zich aan bij De Oranjewacht uit Arnhem. Willem den Boer
uit Dordrecht werd leider van De Oranjewacht toen De
Oranjewacht uit Arnhem en De Oranjewacht in het westen
van het land, aansluiting vonden.
Na de arrestatie van Jan Werkman - een van de leiders
van De Oranjewacht in Arnhem - volgden nog vele
arrestaties binnen De Oranjewacht. Het proces tegen 45
beklaagden vond plaats van 27 oktober tot 10 november
1941 in Den Haag. In maart 1942 werden tientallen leden
van De Oranjewacht vanuit Scheveningen naar Kamp
Amersfoort gebracht in afwachting van de verdere gang
van zaken want de bezetter was niet tevreden met de
uitspraak. Er volgde een tweede proces dat plaatsvond op
4, 5 en 6 juni 1942 in Amsterdam. Het resultaat van het
tweede proces was dat tegen negen van de 45 beklaagden
de doodstraf werd uitgesproken. Totdat het vonnis werd
bekrachtigd, verbleven de veroordeelden in Kamp
Amersfoort. De negen doodvonnissen werden op negen juli
1942 in Fort Rijnauwen voltrokken.
De namen van de negen slachtoffers zijn:
Evert (Eddy) van den Berg,
Johan Herman Jacobus Boerrigter,
Johan (John) Dons,
Frans (Spaan) Heinekamp,
Petrus Frederikus Antonius Hoefsloot,
Hendrik Marinus Emanuel Pieter Maertens,
George Hendrik van der Ploeg (Van der Pas),
Leonardus Lambertus Twijnstra,
Petrus Walter Gerardus van de Weijer.
Nederland voor
Oranje
In juli 1942 werden
de verdachten van de groep "Nederland voor Oranje"
vanuit Scheveningen naar Kamp Amersfoort overgebracht in
afwachting van hun deportatie of veroordeling.
Het verzetswerk van de
groep "Nederland voor Oranje" bestond uit het verzamelen
van inlichtingen voor de geallieerden. De groep
concentreerde zich in Den Haag. Johannes Frans le Griep
was de leider van de verzetsgroep. Na verraad door Anton
van der Waals werd Le Griep op 21 maart 1942
gearresteerd. Andere medewerkers van "Nederland voor
Oranje" werden eveneens in maart 1942 gearresteerd. In
juli 1942 werden de arrestanten vanuit het Oranjehotel
in Scheveningen overgebracht naar Kamp Amersfoort.
Binnen enkele maanden werden de meesten naar Duitsland
gevoerd. De hoofdverdachten kregen een proces dat
plaatsvond onder grote
geheimhouding. Op 9 september 1942 werd het vonnis uitgesproken.
De terechtstellingen vonden plaats op 17 september 1942
in Amsterdam en op 26 oktober in Fort Rijnauwen.
Op 17 september 1942 werden in Amsterdam gefusilleerd:
Everhardus Bernard Jozef Born
Karel Anthonius van Gils
Cornelis Johannes Lassooy
Op 26 oktober 1942 werden in Fort Rijnauwen gefusilleerd:
Johannes Adriaanse Cappel
M.A. Dereumaux
Friedrich Heinrich August Druijf
Heinrich A.V.V. Mantz
Lodewijk Jacobus Peters
en waarschijnlijk eveneens in Fort Rijnauwen:
Johannes Frans le Griep
Bertus Marinus Kleij
Johan Alexander Konijnenburg
Op 26 oktober 1942 werden in Overveen en Fort de Bilt
vijf personen (waaronder vier medewerkers van de OD) gefusilleerd, waarvan wordt aangenomen dat
zij nauwe banden hadden met de groep "Nederland voor
Oranje". Hun namen zijn:
Hendrik Kop
Bart de Roo
Hendrik Bos
Isaac van Otterlo
Adolf martin Oliemans
Op
27 oktober 1942 werden de stoffelijke overschotten
van 13 gefusilleerde mannen naar het crematorium van Velsen gebracht. Het betrof hoogstwaarschijnlijk de acht personen
die op 26 oktober waren gefusilleerd, samen met vijf mannen die eveneens op 26
oktober in Overveen en Fort De Bilt waren gefusilleerd.
Na de crematie werden de urnen overgebracht naar
Duitsland, waar zij na de oorlog werden teruggevonden
door de Oorlogsgravenstichting.
Negen jaar na de oorlog, op 7 mei 1954, werden twaalf*
van de dertien, in Hannover teruggevonden urnen, ter
aarde besteld op het Ereveld te Loenen.
*
H.A.V.V. Mantz werd samen met anderen op 26 oktober 1942
terechtgesteld, maar had andere belangen. Nadat hij door
de SD werd verdacht van het afpersen van joden, werd hij
in november 1941 gearresteerd. Na zijn arrestatie werkte
hij voor de SD en verraadde zijn makkers.
Leeuwengarde
Een twintigtal
medewerkers van de verzetsgroep "De Leeuwengarde" kwam
half juli 1942 aan in Kamp Amersfoort.
De verzetsgroep De
Leeuwengarde kwam eind 1940 tot stand en concentreerde
zich in Rotterdam en Overschie.
In een half jaar tijd (tot juli 1942) werden in totaal
zo'n 80 medewerkers gearresteerd. Zo'n 35 'gardisten'
werden vrij snel na hun arrestatie weer vrijgelaten. Een
twintigtal arrestanten werd in juli 1942 naar Kamp
Amersfoort gebracht, in afwachting van hun veroordeling.
Van 16 tot 27 november 1942 kwam het voor een dertigtal
- waaronder Floris Bakels en G. Tuynenburg Muys - tot
een proces in Utrecht. Elf aangeklaagden - waaronder
Floris Bakels - werden halverwege het proces zonder
veroordeling als NN-gevangene naar Duitsland gezonden
('abgetrennt').
Op 27 november 1942 werden de resterende 21
aangeklaagden tot de doodstraf veroordeeld. Op 21
december 1942 werd aan acht van hen gratie verleend. De
straf voor hen werd omgezet in 15 jaar tuchthuisstraf.
Dit overkwam o.a. Tuynenburg Muys.
Op 29 december 1942 werd het doodvonnis voor dertien
'gardisten' voltrokken. Zij werden geëxecuteerd op de
Leusderheide. De namen van de slachtoffers zijn:
Franciscus Mattheus van den Acker
Gerrit van As
Pieter van As
Cornelis Johannes Aubert
Frederik Wilhelm van der Borch tot Verwolde
Johannes Faas
Martinus Johannes Wilhelmus Huijbers
Jan Kars
Philippus Wilhelmus Masselman
Jan Noordijk
Gerrit Willem Surquin
Andries Stemerding
Binne Veenstra
Ordedienst (OD)
Vanaf de nazomer
van 1941 tot het voorjaar van 1942 werden circa 130
personen van het Oranjehotel naar Amersfoort gebracht.
Zij maakten deel uit van het zogenaamde "Eerste
OD-proces".
De OD was een
landelijke organisatie. Een van de leidinggevende figuren
was J.H. Westerveld. Een andere verzetsgroep onder
leiding van J.J.A. Mekel en R.L.A. Schoemaker had -
evenals verschillende kleinere verzetsgroepen - banden
met de OD. Hoewel de Duitsers de groep Mekel niet tot de
OD rekenden werden de twee groepen tegelijkertijd
berecht. Het waren echter twee afzonderlijke rechtzaken.
Vanaf 5 september 1941 werden de gearresteerde OD-ers,
in afwachting van hun proces naar Amersfoort gebracht.
Onder hen bevond zich Jan Wesseling (nr. 501),
generaal-majoor (bd) van het KNIL. Hij overleed op 26
januari 1942 aan ontbering in Kamp Amersfoort. Een andere verdachte, J. van
Veen werd op 16 december 1941 wegens gebrek aan bewijs
vrijgelaten.
Op 12 maart 1942 werden de resterende OD'ers vanuit het
Oranjehotel naar Amersfoort gebracht. 52 verdachten
werden niet berecht en zonder proces naar
concentratiekampen in Duitsland gestuurd. Op 27 maart
1942 begon het enkele dagen durende proces, dat
plaatsvond in Paviljoen De Hooge Witte, tegenover het
Berghotel in Amersfoort. 86 personen moesten voorkomen
op die dag. Gedurende het enkele dagen durende proces
werden de hoofdverdachten overgebracht naar de bunker in
Kamp Amersfoort.
De slotzitting vond plaats in Kamp Amersfoort. Andere
OD'ers werden evenals de hoofdverdachten, afgezonderd
van de kampgevangenen. Zij verbleven in een streng
bewaakte zaal van Block IV. De kantine van de kamp-SS
was ingericht als rechtszaal.
Op zaterdag 11 april volgde de uitspraak van het
"Feldgericht des kommandierende General und Befehlshaber
im Luftgau Holland". Zeventig OD'ers van de groep
Westerveld kregen de doodstraf. 's Middags werden zij in
vrachtauto's naar de Wehrmachtsgefangnis in Utrecht
vervoerd. 63 doodvonnissen werden bekrachtigd en zeven
personen kregen gratie, in dit geval levenslange
'tuchthuisstraf'.
Op 17 april werd tegen negen personen van de groep Mekel
de doodstraf uitgesproken.
Op 1 mei werden 71 van de 72 ter dood veroordeelden met
de trein naar Oranienburg afgevoerd. Vandaar werden zij
op 2 mei met vrachtauto's naar Sachsenhausen afgevoerd
waar zij op 3 mei 1942 werden gefusilleerd.

|
|
|
 |