Bijgewerkt: 28/09/09 10:28 
 
Kamp Amersfoort
| Home | Historie | 1941-1943 | Häftlinge | Jehova's Getuigen



Jehova's Getuigen



In botsing met nazisme
Vervolging in Duitsland
Verbod in Nederland
'Verleugnungs'-Erklärung
Uit Utrecht
Uit Boskoop
Uit Amsterdam
Uit Rotterdam
Uit Weerdinge
Uit Scheveningen
Uit Scheveningen





In Duitsland waren Jehova's Getuigen al vanaf 1933 het slachtoffer van vervolging en terreur. Nationaal Socialisten en Jehova's Getuigen stonden lijnrecht tegenover elkaar.


In botsing met nazisme
Een botsing tussen Jehova's Getuigen en het nazisme was onvermijdelijk.
Jehova's Getuigen gaan niet in militaire dienst. Uit hun standpunt van christelijke neutraliteit ten aanzien van politieke aangelegenheden komt tevens hun weigering voort om enigerlei arbeid te verrichten die de oorlogsindustrie zou ondersteunen. Omdat zij in hun geloofsopvattingen voor redding naar Jehovah God en zijn zoon Jezus Christus opzien, konden zij Hitler geen 'Heil' toezwaaien. Ondanks een verbod op hun kerkgenootschap gingen zij, gedreven door hun christelijke overtuiging, ondergronds door met hun evangelisatiewerkzaamheden en het vervaardigen en verspreiden van religieuze lectuur, terwijl zij ook bijeen bleven komen voor hun erediensten.


Vervolging in Duitsland
De vervolging van Jehova's Getuigen begon in 1933 in Duitsland.
Al vanaf het begin liepen Jehova's Getuigen Hitler voor de voeten. Reeds op 28 juni 1933 drongen leden van de SA het hoofdkantoor annex drukkerij van Jehova's Getuigen in Maagdenburg (Duitsland) binnen. Het gebouw werd bezet, de persen werden stilgezet en enkele weken nadien werd de daar geproduceerde bijbelse lectuur in het openbaar verbrand.
De organisatie van Jehova's Getuigen werd officieel verboden.

Tussen 1935 en 1939 belandden de eerste Jehova's Getuigen in Duitse concentratiekampen. Ze vormden een aparte categorie, herkenbaar aan een paarse driehoek.


Het verbod in Nederland
Vervolging; arrestatie en deportatie.
In Nederland maakte rijkscommissaris Seys-Inquart op 29 mei 1940 bekend dat de organisatie van Jehova's Getuigen was verboden. Het Nederlandse hoofdbureau in Heemstede werd op 6 juli 1940 door de Duitse bezetter gesloten. De drukpersen werden in beslag genomen.

Gedurende de daaropvolgende vijf bezettingsjaren werden Jehova's Getuigen vervolgd. Het lukte slechts enkelen om gedurende de gehele bezettingstijd uit handen van de Duitsers te blijven. Anderen kwamen in gevangenissen en kampen terecht.

Eind april 1941 waren al 113 Jehova's gearresteerd. Totdat toestemming voor deportatie naar een concentratiekamp was verkregen vanuit Berlijn, verbleven de Jehova's o.a. in kamp Amersfoort.
In Kamp Amersfoort hebben ten minste 120 Jehova's Getuigen gevangen gezeten. De meeste in de periode tot 1943. Zij verwierven het respect van veel medegevangenen.

In de zomer van 1940 waren er in Nederland zo'n 500 Getuigen. Tijdens de oorlog werd de groep gaandeweg groter en van deze groter wordende groep werden ca. 467 personen in de loop van de daaropvolgende vijf jaar gearresteerd. Velen van hen werden geïnterneerd en/of gedeporteerd, terwijl ca. 130 van hen in de kampen omkwamen. Het aantal Getuigen steeg gedurende de bezettingsjaren tot 3.125 in augustus 1945.


'Verleugnungs'-Erklärung
Jehova's Getuigen konden na het ondertekenen van een verklaring hun vrijheid terugkrijgen.
Jehova's Getuigen verkeerden in een bijzondere situatie. Aan de ene kant werden zij hevig vervolgd. Aan de andere kant konden zij door een verklaring te ondertekenen hun vrijheid terugkrijgen. Deze 'Verleugnungs'-Erklärung betekende dat een Getuige zijn/haar geloof zou verloochenen. De verklaring werd door slechts enkelen ondertekend.


Bron: Handleiding bij de documentaire: Jehovah's Getuigen standvastig onder nazi-terreur; Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap

Eerste groep uit Utrecht
Begin september 1941.
Begin september 1941 waren 20 Jehova's in Utrecht bijeen gekomen. De politie arresteerde drie vrouwen en zeventien mannen. De mannen werden naar Amersfoort gebracht. Heinz Sonnenschein, Duits staatsburger, was een van hen.


Uit Boskoop
November 1941.
Tijdens een eredienst in het huis van het echtpaar Van Klaveren in Boskoop arresteerde de politie ongeveer twintig personen. Allen werden naar Amersfoort gebracht.


Uit Amsterdam
Eind april 1942.
Bij een inval in een Amsterdamse drukkerij in oktober 1941 werden twee personen gearresteerd. Odo Croiset en Wessel Eikelenboom. In de drukkerij werd het verboden blad "De Wachttoren" aangetroffen. Hoewel beiden arrestanten geen Jehova's getuige waren kregen zij in Amersfoort - waar zij eind april 1942 aankwamen - wel een paarse driehoek. Beiden werden een maand later naar Sachsenhausen gevoerd.


Uit Rotterdam
30 April 1942.
Enkele Jehova's Getuigen uit Rotterdam en omstreken werden naar kamp Amersfoort gebracht.


Uit Weerdinge
Najaar 1942.
Drie broers uit het Drentse Weerdinge werden naar Kamp Amersfoort gebracht. Twee van hen verbleven in Amersfoort tot de ontruiming in 1943. Een van hen zou de oorlog overleven.


Uit Scheveningen
September 1942.
Met een transport uit Scheveningen kwamen tien Jehova's getuigen aan in Kamp Amersfoort.


Uit Scheveningen
December 1942.
Met een transport uit Scheveningen kwamen 28 Jehova's getuigen aan in Kamp Amersfoort.




© 2006 Gert Stein