In botsing met nazisme
Een botsing tussen Jehova's Getuigen en het nazisme was onvermijdelijk.
Jehova's Getuigen gaan niet in militaire dienst. Uit hun
standpunt van christelijke neutraliteit ten aanzien van
politieke aangelegenheden komt tevens hun weigering
voort om enigerlei arbeid te verrichten die de
oorlogsindustrie zou ondersteunen. Omdat zij in hun
geloofsopvattingen voor redding naar Jehovah God en zijn
zoon Jezus Christus opzien, konden zij Hitler geen
'Heil' toezwaaien. Ondanks een verbod op hun
kerkgenootschap gingen zij, gedreven door hun
christelijke overtuiging, ondergronds door met hun
evangelisatiewerkzaamheden en het vervaardigen en
verspreiden van religieuze lectuur, terwijl zij ook
bijeen bleven komen voor hun erediensten.
Vervolging in Duitsland
De vervolging van Jehova's Getuigen begon in 1933 in Duitsland.
Al vanaf het begin liepen Jehova's Getuigen Hitler voor de voeten. Reeds op 28 juni 1933 drongen leden van de SA het hoofdkantoor annex drukkerij van Jehova's Getuigen in Maagdenburg (Duitsland) binnen. Het gebouw werd bezet, de persen werden stilgezet en enkele weken nadien werd de daar geproduceerde bijbelse lectuur in het openbaar verbrand.
De organisatie van Jehova's Getuigen werd officieel verboden.
Tussen 1935 en 1939 belandden de eerste Jehova's
Getuigen in Duitse concentratiekampen. Ze vormden een
aparte categorie, herkenbaar aan een paarse driehoek.
Het verbod in Nederland
Vervolging;
arrestatie en deportatie.
In Nederland maakte
rijkscommissaris Seys-Inquart op 29 mei 1940 bekend dat
de organisatie van Jehova's Getuigen was verboden. Het
Nederlandse hoofdbureau in Heemstede werd op 6 juli 1940
door de Duitse bezetter gesloten. De drukpersen werden
in beslag genomen.
Gedurende de daaropvolgende vijf
bezettingsjaren werden Jehova's Getuigen vervolgd. Het
lukte slechts enkelen om gedurende de gehele bezettingstijd uit
handen van de Duitsers te blijven. Anderen kwamen in
gevangenissen en kampen terecht.
Eind april 1941 waren al 113 Jehova's gearresteerd.
Totdat toestemming voor deportatie naar een
concentratiekamp was verkregen vanuit Berlijn, verbleven
de Jehova's o.a. in kamp Amersfoort.
In Kamp Amersfoort hebben ten minste 120 Jehova's
Getuigen gevangen gezeten. De meeste in de periode tot
1943. Zij verwierven het respect van veel
medegevangenen.
In de zomer van 1940 waren er in Nederland zo'n 500 Getuigen. Tijdens
de oorlog werd de groep gaandeweg groter en van
deze groter wordende groep werden ca. 467 personen in de loop
van de daaropvolgende vijf jaar gearresteerd. Velen van
hen werden geïnterneerd en/of gedeporteerd, terwijl ca.
130 van hen in de kampen omkwamen. Het aantal Getuigen
steeg gedurende de bezettingsjaren tot 3.125 in
augustus 1945.
'Verleugnungs'-Erklärung
Jehova's Getuigen konden na het ondertekenen van een verklaring
hun vrijheid terugkrijgen.
Jehova's Getuigen verkeerden in een bijzondere situatie.
Aan de ene kant werden zij hevig vervolgd. Aan de andere
kant konden zij door een verklaring te ondertekenen hun
vrijheid terugkrijgen. Deze 'Verleugnungs'-Erklärung betekende dat een Getuige zijn/haar geloof zou verloochenen. De verklaring werd door slechts enkelen ondertekend.
Bron: Handleiding bij de documentaire: Jehovah's Getuigen standvastig onder nazi-terreur; Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap

|
 |
 |
 |
Eerste groep uit Utrecht
Begin september
1941.
Begin september 1941
waren 20 Jehova's in Utrecht bijeen gekomen. De politie
arresteerde drie vrouwen en zeventien mannen. De mannen
werden naar Amersfoort gebracht. Heinz Sonnenschein,
Duits staatsburger, was een van hen.
Uit Boskoop
November 1941.
Tijdens een eredienst
in het huis van het echtpaar Van Klaveren in Boskoop
arresteerde de politie ongeveer twintig personen. Allen
werden naar Amersfoort gebracht.
Uit Amsterdam
Eind april 1942.
Bij een inval in een
Amsterdamse drukkerij in oktober 1941 werden twee
personen gearresteerd. Odo Croiset en Wessel Eikelenboom.
In de drukkerij werd het verboden blad "De Wachttoren"
aangetroffen. Hoewel beiden arrestanten geen Jehova's
getuige waren kregen zij in Amersfoort - waar zij eind
april 1942 aankwamen - wel een paarse driehoek. Beiden
werden een maand later naar Sachsenhausen gevoerd.
Uit Rotterdam
30 April 1942.
Enkele Jehova's
Getuigen uit Rotterdam en omstreken werden naar kamp
Amersfoort gebracht.
Uit Weerdinge
Najaar 1942.
Drie broers uit het
Drentse Weerdinge werden naar Kamp Amersfoort gebracht.
Twee van hen verbleven in Amersfoort tot de ontruiming
in 1943. Een van hen zou de oorlog overleven.
Uit Scheveningen
September 1942.
Met een transport uit
Scheveningen kwamen tien Jehova's getuigen aan in Kamp
Amersfoort.
Uit Scheveningen
December 1942.
Met een transport uit Scheveningen kwamen 28 Jehova's getuigen aan in Kamp Amersfoort.


|