Andere behandeling
Gevangenen met de
status 'gijzelaar' kregen een andere (mildere) behandeling dan 'gewone' gevangenen.
Dat was in de eerste periode niet zo.
Gijzelaars waren enigszins bevoorrecht en werden
afgezonderd van de andere gevangenen. In de regel
hoefden zij niet aan te treden bij het appel. Zij
mochten hun eigen kleren behouden, werden niet kaal
geschoren en werden niet ingedeeld in de
Arbeitskommando's. Bovendien mochten zij naast de Rode
Kruis pakketten ook pakketten van huis ontvangen.
Gijzelaars uit Soest
Op 13 januari 1944 worden 23
burgers uit Soest als gijzelaar naar Kamp Amersfoort gevoerd.
Twee KP'ers in Soest
openen op 11 januari 1944 het vuur op twee SS'ers. Als
vergelding worden aanslagen gepleegd waarbij twee
burgers de dood vinden (Silbertanne). Vervolgens worden
23 mannen gegijzeld en naar Kamp Amersfoort gebracht.
De namen van de 23 gijzelaars zijn:
Jo Vonk
Driek Visser
Henk Dolfin
Klaas Verheijen
Evert Rademaker
Bill Tensen
Klaas oosten
Siep Speerstra
Gé Kruijff
Jan van Doorne
Willem Kerkhoff
Carel van den Brandeler
Henk van Knobelsdorff
Wim Kaal
Adrie Heijnekamp
Jan Swager
Piet Swager
Adriaan Brugman
Wouter Hilhorst
Jan Veeze
Frans Ruitenbeek
Piet Kramer
J. van Weering
Van Knobelsdorff werd na een week vrijgelaten.
Beverwijk
16 april 1944, 468
gijzelaars uit Beverwijk en Velsen-Noord.
Als vergelding voor een
drietal aanslagen op NSB'ers werd op 16 april 1944 een
razzia gehouden in Beverwijk en Velsen-Noord. Opgepakte
mannen werden verzameld in de bioscoop “de Pont” in
Velsen-Noord. 's middags werden ze afgemarcheerd naar
het station in Beverwijk en in 13 goederenwagons
geladen. In de namiddag kwamen de 486 gijzelaars aan op
het station in Amersfoort en volgde de voettocht naar
het kamp.
Tussen 16 april 1944 en 11 augustus 1944 werden 160
gijzelaars
vrijgelaten.
In eerste instantie kregen de gijzelaars de
'voorrechten' die hoorden bij hun status als gijzelaar,
maar dat veranderde eind juni. Zij kregen kampkleding,
hun hoofd werd kaal geschoren en zij werden
tewerkgesteld.
Op 28 juni 1944 werden de nog aanwezige gijzelaars
geselecteerd voor tewerkstelling in Duitsland. Op 6 juli werden op het
allerlaatste moment nog 53 gijzelaars in vrijheid
gesteld. De rest ging op transport in de nacht van 6 op
7 juli 1944.
Op 7 Juli om 02:30 stonden ongeveer 650 gevangenen,
waaronder de (voormalige) gijzelaars aangetreden op
de appelplaats.
Om 04:30 vertrok de trein van station Amersfoort via Bentheim, Braunschweig
en Halle naar Schkopau.
Van de 650 gevangenen die op 7 juli op transport gingen
zijn meer dan 150 gevangenen aan ontbering en
mishandeling overleden.
Winsum & Bedum
26 april 1944, 150
mannen uit de provincie Groningen.
Op dinsdag 25 april
1944 worden razzia's gehouden in de Groningse dorpen
Bedum, Winsum, Middelstum en Zuidwolde. De razzia's
waren een vergeldingsactie voor de aanslag op
onderluitenant Jannes Luitje Keijer van de Staatspolitie,
op 22 april bij het station van Bedum. Tijdens de razzia
in Bedum werden 46 jongemannen in de leeftijd van 18 tot
26 jaar opgepakt. In Zuidwolde werden zeventien
jongemannen opgepakt. Vier mannen werden daar ter plekke
gefusilleerd. In totaal werden 150 mannen opgepakt en
verzameld bij het politiebureau in Groningen. De
volgende dag werden allen naar Kamp Amersfoort gebracht.
Merwedegijzelaars
16 mei 1944 razzia
in Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld, Sleeuwijk,
Werkendam en in de Biesbosch.
Als vergelding voor een
aanslag op een groep landwachters, worden in de vroege ochtend van 11 mei
1944 in Sliedrecht, Giessendam en Hardinxveld een aantal
mensen uit hun bed gelicht.
Vier personen uit Giessendam en drie personen uit Hardinxveld werden naar
Kamp Vught
overgebracht.
Maar dit was blijkbaar niet genoeg want vervolgens werd
op dinsdag 16
mei 1944 een razzia gehouden
in Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld, Sleeuwijk,
Werkendam en in de Biesbosch.
Honderden mannen werden meegevoerd en op twee
plaatsen verzameld. In Sliedrecht bij de Hervormde Kerk
en in Neder-Hardinxveld op het schoolplein van de School
met de Bijbel nabij de boogbrug. De eerste groep werd in
de vooravond in vrachtwagens geladen. De tweede groep
ging om negen uur op weg en kwam 's nachts om half één
aan in kamp Amersfoort.

In Kamp Amersfoort behielden de Merwedegijzelaars hun
kleding en hun haar. Op 22 mei
1944 werden zij ingedeeld in een Arbeitskommando (strovlechterij). Later werden zij ook tewerkgesteld in de
Biezenvlechterij.
Vanaf 9 juni dienden de gijzelaars met de andere
gevangenen op appel te verschijnen. Tot die tijd waren
ze vrijgesteld van appel met hun medegevangenen. Evenals
de andere gijzelaars verloren ook zij na verloop van
tijd de voorrechten die de status van gijzelaar hen
bood.
Er waren ten tijde van de Merwedegroep nog meer
gijzelaars aanwezig in Kamp Amersfoort.
Vanaf 16 mei 1944 (de dag dat de Merwedegijzelaars in
Kamp Amersfoort arriveerden) tot 6 juli 1944 werden in
totaal 263 Merwedegijzelaars in vrijheid gesteld. Dat
gebeurde in veel gevallen op verzoek van hun werkgever.
Op 19 mei werden de eerste 93 gijzelaars uit het kamp
ontslagen. Zij werkten bij bedrijven die voor de Duitse
bezetter belangrijk waren. De tweede groep (van 43)
gijzelaars werd 's avonds op 30 mei vrijgelaten. Op 9
juni werden drie gijzelaars in vrijheid gesteld en op 10
juni 35. Op 15 juni werden 3 gijzelaars in vrijheid
gesteld. Op 16 juni werden in de ochtend 43 gijzelaars
vrijgelaten en aan het eind van de middag nog eens 45.
Op 16 juni waren reeds 212 gijzelaars van de Merwedegroep in vrijheid gesteld.

|
 |
 |
 |
Gijzelaars uit Staphorst
In september 1944
worden 20 gijzelaars uit Staphorst naar Kamp Amersfoort
gebracht.
Naar aanleiding van een
aanslag op 30 augustus 1944 op de leider van een kamp van de
Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) werden 20 burgers uit Staphorst door de SD uit Zwolle
opgepakt. In hun vrijlating was voorzien totdat op 5
september 1944, twee SS'ers in een vuurgevecht met
verzetslieden
betrokken raakten. Eén SS'er werd daarbij gedood. De dood van deze SS'er
was waarschijnlijk de
reden dat de 20 Staphorsters niet werden
vrijgelaten, maar naar Kamp Amersfoort werden gevoerd.
Op 8 september 1944 volgde hun deportatie naar Neuengamme. Geen van
hen overleefde de oorlog.
43 Politieagenten
In september 1944
worden 43 Nederlandse agenten van Gesloten Eenheden
opgesloten in Kamp Amersfoort.
Een reeks van
incidenten bij Schalkhaarders (Nederlandse 'genazificeerde'
politieagenten) die waren ingedeeld in de zogenaamde
Gesloten eenheden, leidde tot de ontbinding van deze
eenheden.
Nadat 16 onderwachtmeesters met een partij wapens en
munitie waren ondergedoken voerde de Duitse
Ordnungspolizei (ORPO) een zuivering door bij het
politiebataljon Amsterdam. De agenten konden kiezen
tussen “Arbeidsinzet” of overgang naar de Duitse politie
dan wel de 'Landstorm'. Enkelen kozen voor de Duitse
politie. Er was geen of weinig belangstelling voor de
Landstorm. Het restant werd opgesloten in Kamp
Amersfoort in afwachting van tewerkstelling in Duitsland. 43 leden van de Gesloten Eenheden
kwamen in september 1944 in Kamp Amersfoort terecht.
Brabantse Gijzelaars
12 op 13 september
1944, 18 Brabantse gijzelaars uit Kamp Vught
Een aantal gijzelaars
uit het gijzelaarskamp in Sint-Michielsgestel was niet
vrijgelaten, maar naar Kamp Vught gebracht. De
meerderheid van de gijzelaars werd in Kamp Vught vrijgelaten,
maar 18 gijzelaars werden in de nacht van 12 op 13
september 1944 overgebracht naar Kamp Amersfoort. Negen van hen werden alsnog binnen een week
vrijgelaten. De kopbarak waar de gijzelaars verbleven
stond ook wel bekend als "O en O" (Ontwikkeling en
Ontspanning). De gijzelaars organiseerden hier lezingen,
zoals ze dat in St.-Michielsgestel ook deden.
Gijzelaars uit Putten
661 mannen uit Putten werden op 2 oktober 1944, in Kamp Amersfoort opgesloten.
Naar aanleiding van een
aanslag op vier Duitse militairen werd op 1 oktober 1944
een grootscheepse razzia gehouden in de omtrek van het
dorp Putten.
Honderden mannen, vrouwen en kinderen werden
samengedreven in het centrum van het dorp. 's avonds werden de vrouwen en
kinderen vrijgelaten. De volgende dag diende het dorp
ontruimd te worden terwijl de mannen werden afgevoerd
naar Kamp Amersfoort. Vervolgens werden meer dan 100
huizen in brand gestoken.
Na aankomst in Kamp Amersfoort werden 59
mannen vrijgelaten. De anderen werden voor het merendeel ondergebracht in Block IX.
Zij
behielden hun kleren, werden niet kaal geschoren en werden niet ingedeeld in Arbeitskommando's.
Op 11 oktober werden de mannen uit
Putten gedeporteerd.
Van de 589 mannen die in Neuengamme aankwamen, zijn er
535 bezweken aan de gevolgen van het verblijf in het
kamp.
Informatie van Stichting Oktober 44
−
In
de nacht van 30 september op 1 oktober 1944 beschoot
een verzetsgroep vanuit een hinderlaag een
personenauto van de Duitse Wehrmacht. In de auto
zaten twee officieren en twee korporaals. Er
ontstond een vuurgevecht. De twee korporaals
ontsnapten. Eén van de officieren vluchtte, zwaar
gewond zijnde naar een boerderij in de omgeving, en
werd overgebracht naar Harderwijk, waar hij de
volgende dag stierf. De andere officier werd door de
verzetsgroep gevangen genomen en meegenomen. Op
zondag 1 oktober 1944 houdt de Duitse Wehrmacht in
een groot deel van Putten en in een deel van Nijkerk
een razzia. Op last van generaal Friedrich
Christiansen werd Putten door Duitse troepen
omsingeld, werden vrouwen en kinderen naar de kerk
gedreven en werden de mannen afzonderlijk opgesloten
in een school en de eierhal. De vrouwen en kinderen
worden na angstige uren in de avond vrijgelaten
onder voorwaarde dat zij de volgende dag zullen
terug keren met eten voor de mannen. Op 2 oktober
komen de meeste vrouwen en kinderen terug. De mannen
tussen 18 en 50 jaar werden de volgende dag allen
gevangen genomen en weggevoerd naar het
concentratiekamp te Amersfoort. Vrouwen en kinderen
krijgen bevel het dorp binnen 2 uur te ontruimen.
Bijgestaan door de Nederlandse SS steken Duitse
troepen in de avond en nacht ongeveer 110 panden in
brand. Veel inwoners staan de volgende morgen voor
de puinhoop van hun huis. In Amersfoort wordt een
aantal mannen vrijgelaten. Ruim 600 mannen worden op
11 oktober naar het concentratiekamp Neuengamme
getransporteerd waar ze laat in de avond van 14
oktober aankomen. Een deel van de mannen komt daarna
terecht in Ladelund en diverse andere kampen, welke
onder Neuengamme vielen. De meeste komen om het
leven. Worden slachtoffer van ondervoeding,
mishandeling, slavenarbeid, uitbuiting,
besmettelijke ziekte of komen om bij bombardementen.
Slechts enkele tientallen keren na de bevrijding
terug. De droeve balans die dan kan worden opgemaakt
ziet er als volgt uit:
Totaal aantal weggevoerde mannen 661
Vrijgelaten in Amersfoort 59
Weggevoerd naar Neuengamme 602
Onderweg uit de trein gesprongen 13
Gearriveerd in Neuengamme 589
Na de bevrijding in Putten teruggekeerd 49
In Duitse concentratiekampen omgekomen 540
Tijdens de razzia doodgeschoten 7
Kort na terugkeer overleden 5
Totaal aantal slachtoffers 552.

www.oktober44.nl
Laatste gijzelaars
20 april 1945, laatste gijzelaars naar Scheveningen
Toen op 20 april 1945 de Duitse leiding het kamp verliet, namen zij 79 of 83 gevangenen met zich mee. Het betrof zeventig "zware gevallen" en negen of dertien gijzelaars ("Dienst voor speciale hulpverlening van het Nederlandsche Roode Kruis" maakt melding van 13 gijzelaars).
De gevangenen werden vanuit Kamp Amersfoort meegevoerd naar de gevangenis in Scheveningen.
Onderweg - op de weg van Utrecht naar Den Haag - reed
één van de vrachtauto's van de dijk, waardoor enkele
gevangenen gewond raakten.
Dit laatste transport werd ook wel Hemelvaartcommando
genoemd.
Er was één gijzelaar achtergebleven in Kamp Amersfoort.
Het betrof Jhr. Mr. W.C. Sandberg tot Essenburg.
|