Bijgewerkt: 12/08/09 14:24 
 
Kamp Amersfoort
| Home | Uitgelicht | Ooggetuigen | Titus Brandsma



Titus Brandsma








De charismatische pater Titus Brandsma werd op 19 januari 1942 gearresteerd in Nijmegen en gevangen gezet in Arnhem. Na overplaatsing naar de strafgevangenis in Scheveningen volgde op 12 maart opnieuw overplaatsing, ditmaal naar Kamp Amersfoort. In de korte periode dat hij in Kamp Amersfoort verbleef maakte Brandsma, door zijn uitstraling, zijn godsvertrouwen en bemoedigende woorden een onuitwisbare indruk op zijn medegevangenen.
Op 28 april verliet de 61-jarige Brandsma het kamp. Na een aantal verblijven in Scheveningen en Kleve kwam hij op 19 juni aan in Kamp Dachau waar hij op 26 juli 1942 overleed.

Titus Brandsma
Amsterdam, september 2001.
Titus Brandsma (1881-1942)
Pater Titus Brandsma is geboren op 23 februari 1881 in het gehucht Oegeklooster, nabij Bolsward, in de provincie Friesland onder de naam Anno Sjoerd Brandsma.

In de periode 1892 tot 1898 was hij leerling aan het gymnasium van de paters Franciscanen in het Noord Brabantse Megen.

Op 17 september 1898 deed hij zijn intrede in het noviciaat van de paters Karmelieten in Boxmeer. Hier nam hij de naam aan waar hij later bekend onder zou worden: Titus.

In 1900 begon Titus Brandsma met een studie wijsbegeerte en theologie.

Op 17 juni 1905 vond de priesterwijding plaats in de Kathedraal van Den Bosch. Na deze priesterwijding werd hij voor zijn studie naar Rome gezonden.


Terug in Nederland
Wetenschappelijke en geestelijke ontwikkeling
Na zijn terugkeer in Nederland werd Titus Brandsma belast met de wetenschappelijke vorming van de scholastieken van zijn orde.

Hoogleraar aan de Universiteit
In 1923 werd hij hoogleraar aan de pas opgerichte Katholieke Universiteit te Nijmegen en doceerde daar filosofie en geschiedenis van de mystiek. Hij was een professioneel journalist, was actief in de opkomende oecumenische beweging en in de verenigingen tot activering van de Friese cultuur, taal en godsdienstige tradities.

Adviseur journalistenvereniging
In 1935 werd Titus Brandsma benoemd tot geestelijk adviseur van de R.K. journalisten vereniging.
Tegen het eind van de dertiger jaren, 1938 tot 1939 gaf pater Titus colleges over de bedenkelijke aspecten van de nationaal-socialistische wereldbeschouwing. In 1941, heeft pater Titus een gesprek gevoerd met mgr. dr. J. de Jong, aartsbisschop van Utrecht, over de situatie van de Katholieke Pers. Daarna heeft Titus diverse directeuren en hoofdredacteuren bezocht.




Arrestatie
Titus Brandsma weerstond de maatregelen van de bezetter, die tegengesteld waren aan de katholieke beginselen.
Begin januari in 1942 werd een rapport bekend gemaakt met de tekst:" Der Pater Titus Brandsma (Nimwegen) is wegen planmässiger Vorbereitung einer gegen die Deutschen Besatzungsbehorden gerichteten oppositionellen Bewegung omgehend zu verhaften und einem Konzentrationslager zufuhren". Op 19 januari werd pater Titus Brandsma gearresteerd in Nijmegen en gevangen gezet in Arnhem. Daarna werd hij overgeplaatst naar de strafgevangenis in Scheveningen.


In Kamp Amersfoort
Vanaf 12 maart tot 28 april verbleef Titus Brandsma in het Polizeiliches Durchgangslager in Amersfoort.
Daar hield hij op 3 april (Goede Vrijdag) een conferentie over Geert Groote en de zin van Christus lijden en ons lijden.




Medegevangene Folmer
Gevangene Dick Folmer die tegelijk met Brandsma gevangen zat noteerde nauwgezet de gebeurtenissen in het kamp. Hij schreef ook over zijn ontmoetingen met Titus Brandsma.
Jaren na de oorlog verwerkten de nabestaanden van Folmer zijn aantekeningen. Ze werden in boekvorm gepubliceerd onder de titel "Dagboek uit Kamp Amersfoort, 1942".

Folmer schreef:

 26 maart 1942 ... Vanavond ga ik na het douchen naar een lezing van Hoor, een van de Amsterdamse gijzelaars. Het is een voordracht over Vondel, die me erg boeit. Wat zijn die lezingen toch prettig, en wat worden ze door iedereen geapprecieerd! Werkelijk opgefrist, ga ik naar de barak terug, waar ik kennis maak met een nieuweling, die tegenover mij in de barak zijn slaapplaats heeft. Hij stelt zich voor aan mij, als Prof. Brandsma, de secretaris van de aartsbisschop van Utrecht. Een buitengewoon man! Hij doet mij vooral zo sympathiek aan, omdat hij zo sterk op mijn schoonmoeder lijkt. Hij vertelt mij nu over zijn ervaringen met de Moffen, en hoe kranig ons Katholieke volksdeel zich houdt! Deze kennismaking doet mij goed! wat heeft deze man een prachtige, sprekende handen, hij is helemaal het type van een geestelijke. Na de kennismaking heb ik met hem een wandeling gemaakt. Hij heeft zo’n godsvertrouwen, dat hij mij kracht en moed geeft.


28 maart 1942 Vanavond een lezing bijgewoond door prof. Brandsma., het was een uitstekende voordracht! Wat is hij toch een prachtmens! Maar hij moet heus voorzichtiger met zijn woorden zijn, anders krijgt hij er zeker last mee! Hij voelt zich niet zo heel fit, eigenlijk vanaf het begin; hij heeft ook al last van zijn ingewanden.

Vlak voor de bel, verhuis ik naar de overkant, en lig nu vlak naast Jan Edens; aan mijn linkerkant heb ik het beschot. Beck wil niet overkomen, al is er onder mij nog een plaats leeg; dit komt door de verhuizing van het Katholieke groepje onder leiding van van der Mortel, naar de andere kant van de zaal. We nemen hen dat wel een beetje kwalijk, want het is juist zo goed, om wat gespreid te liggen, en niet bij elkaar te hokken. Het is héél jammer, dat ook prof. Brandsma mee is gegaan; ik ben graag met hem samen, het is eigenaardig, zo’n rust als van hem uitgaat!

Vanavond heb ik met prof. Brandsma een lang gesprek gehad, over allerlei levenskwesties! Het is een fantastisch mens, om je met je geestelijke moeilijkheden te helpen.
Ons gesprek ging o.a. over het Katholieke geloof, en hij legde mij verschillende dingen uit. Dit geloof heeft zoveel mooie dingen in zich. De kerk, met haar parochianen wordt hier voorgesteld, als een Moeder met haar kinderen. Bij ons is veel minder éénheid. Wat is dat toch jammer, die verdeeldheid in de Godsdienstleer, het einddoel is toch voor ons allen gelijk?

Hierna wil ik prof. Brandsma opzoeken, maar hij ligt in het revier. Gelukkig voor hem, is hij uit barak 4, de dysenteriebarak, gebleven. nu heb ik maar wat moed gehaald bij
Ds. Nijlandt, en we hebben een prettig gesprek gevoerd, al ben ik het lang niet altijd eens met zijn gereformeerde opvattingen. Wat dat betreft kan ik beter praten met Ds Miedema. Ik mis hier zo het type van Ds. van den Bosch; wat kon hij vaak heerlijke geestelijke injecties geven!
Deze figuur staat mij altijd voor ogen, een prachtmens was het!.

Prof. Brandsma heeft “Bettruhe” omdat zijn ingewanden doorlopend in de war zijn.

Vanavond hebben we met Titus Brandsma een samenspraak gehouden over verschillende onderwerpen. We gingen hiertoe achter de nieuwbouw zitten, om ongestoord te kunnen praten. Zelden heb ik een interessantere avond meegemaakt. We vroegen hem zijn visie wat betreft de komende tijd, en wat volgens hem de oorzaak zou kunnen zijn van onze dwaling in de voorbije periode. en hoe we straks onze fouten konden verbeteren.
Professor Brandsma begon met ons te wijzen op het boek van J. Huizinga; ”In de schaduwen van morgen”, een diagnose van het geestelijk lijden van onze tijd. Hij ging volledig mee, met de gedachtengang van Huizinga.
Hoeveel rampzaliger zou het zijn, als we dergelijke avonden zouden moeten missen. dit is de enige manier waarop we onze geest nog voedsel kunnen geven; een hulpmiddel, dat ons belet om neer te zinken tot een dierlijke levenshouding, waarin alleen eten drinken roken en lijfsbehoud van belang zijn. Laat ons dit behouden, laten we er desnoods voor vechten; het is onze enige redding, deze innerlijke kracht, die ons de dagelijkse kwellingen doet doorstaan en er ons boven verheft.

2 mei 1942??? Vanavond heb ik mijn troost gezocht bij Titus Brandsma. Ik vertelde hem over mijn problemen, en het deed alleen al zo goed, om zijn stem te horen! Wat heeft die man toch een ongelofelijke kalmerende invloed! Zou dat nou een soort magnetisme zijn? Kon ik deze man later nog maar eens ontmoeten!! Een sterke, moedige geest!
Voor de wederopbouw van ons land, hebben we deze man, en zijn geestverwanten, zo vreselijk nodig!

Na het avondeten, ben ik met Hoefsloot, Kapteyn, en Titus Brandsma een wandeling gaan maken.

13 mei 1942 Titus Brandsma stond stomverbaasd naar mijn handelingen te kijken. Ik vertelde hem wat mij die ochtend was overkomen. Hij vond dat ook vreemd. Maar wat zag die oude man er zelf beroerd uit! Hoe kunnen mensen zoals hij het hier ook volhouden! Vooral met zulke zwakke ingewanden! Voor zijn chronische ingewandsstoornis krijgt hij een dieet, maar dat bestaat elke dag uit hetzelfde papje. Daar zijn de ingewanden wel mee geholpen, maar de rest van het lichaam blijft even ondervoed! Hij had ook zorgen. Zo vertelde hij me, dat Berg hem speciaal in de gaten hield, met het oog op de voordrachten, en samenkomsten die hij gehouden had.
Dat was wel heel slecht nieuws! Natuurlijk was dit weer een kwestie van verraad, en wie anders dan Schepers kon de verrader zijn? Berg verfoeit geestelijken als Titus Brandsma, volgens hem is de klasse van pastoors en predikers het vergif der naties. Titus Brandsma had de indruk, dat Berg hem in een zwaar commando wilde plaatsen, om hem op die manier uit de weg te ruimen! Nu, dat zou dan zeker zijn dood betekenen! Dat Berg dat fraaie plannetje nog niet doorgezet heeft, is waarschijnlijk te danken aan de grote bekendheid die Titus Brandsma in de leidende Katholieke wereld heeft. En zelfs een Naziman moet met toch met de veranderde politieke leuzen rekening houden! Op het ogenblik schreeuwen de Herren zelfs, dat op het Russische terrein dat ze bezet hebben, God weer woont!!! Deze Germanen zijn zelfs de beschermers van de godsdienst geworden!? Dat merken we hier dagelijks! Niet voor niets houden ze bijbelrazzia’s onder ons; wij kunnen volgens hen, de bijbel niet lezen, we zijn zo stom, om daar steeds het verkeerde uit te halen. En dan doen ze hier toch Godvruchtig werk, door de Joden af te maken? Het is immers Gods wil, dat de Joden zullen lijden? 74-2
Dat hondentuig heeft Christus niet erkend, en daarvoor moeten die Aziaten op hun donder hebben! Zo vertelde een Blockführer tenminste.
Ik voorzie, dat Titus Brandsma nog dezelfde weg opgaat als dominee van den Bosch! Alleen vanwege de publieke opinie zullen ze hem nog enigszins ontzien. Zo’n dominee of zo’n katholieke professor, ach, veel is het niet, maar de vijandelijke ondergrondse propaganda, zou uit het afmaken van dergelijke mensen munt kunnen slaan! In ieder geval loopt Brandsma nu met Stubedienst rond, en Berg heeft nog niet ingegrepen. Ik raadde hem aan, om persoonlijk naar Berg toe te gaan, en hem te vragen of hij, met het oog op zijn zwakke gezondheid bij het schilcommando geplaatst zou mogen worden. Tenslotte kan een persoonlijk gesprek, meer effect hebben dan een vraag via de Lageroudste. Al zal het niet veel helpen, te proberen is het in elk geval! Baat het niet, schaden kan het ook niet! Hij zou Berg aan moeten spreken, als die met een volle maag, en een sigaar in zijn hoofd, de keuken uit komt stappen. Dat zou hij doen! Ik beloofde hem, dat ik vanmiddag of morgen wat vet voor hem mee zou nemen; zoiets zou vermengd door de pap, de voedingswaarde behoorlijk verhogen, want ondervoeding is wel degelijk de oorzaak van zijn ziekte!

Titus Brandsma lag op zijn krib, hij was er werkelijk beroerd aan toe! Ik nam mij voor, om elke dag wat voor hem mee te nemen, want het zou een ontzettend verlies zijn, als we deze man kwijt zouden raken!

De bel roept ons weer naar het werk. Als ik een uurtje later voor Tito het Lager in moet, zie ik bij het revier, Titus Brandsma staan. Ik loop dadelijk naar hem toe, om te vragen of er nog wat bijzonders is.
“Ik schijn op transport te gaan,” is het antwoord..
“Wat!!!! U weg!!! Het zal toch niet wáár zijn?!” Titus Brandsma bij ons weg, dat is helemaal niet in te denken! “Is dat heus wel waar?”
“Ja, ik ga hoogstwaarschijnlijk naar Scheveningen.”
“Maar wat moeten ze daar dan met U? U zit toch niet in een of ander zaakje?”
“Nee, het is voor mij ook niet duidelijk, wat er met mij gaat gebeuren!”
“We zullen U hier ontzettend missen, Brandsma!”
“Ik jullie ook! Jullie zijn goede vrienden voor mij geweest, en die verlaat je niet zo makkelijk!”
“Ik ben toch zó dankbaar, dat ik U nog even gezien heb!”
“Ik ben daar ook blij om, wil je de anderen wel de hartelijke groeten doen? Van Piet van Zeestraten heb ik door het venster al afscheid genomen.”
“Kan ik nog iets voor U doen?! vraag ik hem.
“Nee, werkelijk niet, ik heb alles wat ik nodig heb!”
“Wacht, ik zal U wat boter meegeven, dan heeft U wat extra’s”
Zonder op de Witte muizen te letten, loop ik terug naar mijn kelder, doe een flinke homp boter in een grote lucifersdoos, en keer daarmee terug.
“Voorzichtig, neemt U dit snel aan!” Gelukkig, de boter was weg!
Ik moet nu gaan. De tranen staan in mijn ogen, ik heb deze man hier zó lief gekregen, ik vereer hem als een heilige!
“Mijn jongen,” zegt hij, “Geef mij je hand. Ga in God, en vertrouw op Zijn leiding. Groet allen, en God zegene jullie!”
Als ik later naar de smederij ga, zie ik hem naar de Bekleidungzimmer gaan. Nog éénmaal wuiven we elkaar een vaarwel toe.
In hem verlies ik een gróót en dierbaar vriend! Brandsma weg? Onbegrijpelijk!!!
Zou hij werkelijk naar Scheveningen gaan? Laten ze hem straks de Rode Streep niet passeren?
Eigenaardig, wij, jongeren, wensen elkaar sterkte en moed toe en een weerzien, na de oorlog.
Bij Titus Brandsma niets van dat alles! Hèm hoeven we geen sterkte toe te wensen! Wat zal ik hem nog missen, deze mens met zijn prachtige handen en ogen, en met zijn sterke geest! Wat hebben we hier niet genoten van zijn preken en voordrachten! Voor de Katholieken betekende hij méér dan een Vader, maar ook wij zullen hem in stilte missen! We danken je van hieruit, Titus Brandsma, voor al het moois, dat je ons gegeven hebt! Moge god je voor ons behoeden!



Naar Dachau
Via gevangenissen weer naar het concentratiekamp. Nu in Duitsland.
Na een aantal verblijven in Scheveningen (28 april tot 16 mei) en een gevangenis in Kleve (16 mei tot 13 juni) werd pater Titus over gebracht naar het kamp Dachau waar hij op 19 juni aankomt.

Op zondag 26 juli 1942 overleed Titus Brandsma, na enkele dagen bewusteloosheid, door een injectie van de kamparts.


Zaligverklaring
Gedachteniskapel
In 1960 is in Nijmegen de Titus Brandsma Gedachteniskapel geopend. Een plaats waar later veel bezoekers informatie konden inwinnen, herdenkingsdiensten konden bijwonen of zich laten voorlichten over het werk van Titus Brandsma.

40ste sterfdag
In 1982 was in Nijmegen en in Rome een plechtige herdenkingsdienst ter gelegenheid van de 40ste sterfdag van Titus Brandsma. In hetzelfde jaar werd Titus Brandsma postuum het Verzetsherdenkingskruis toegekend. De onderscheiding werd uitgereikt door Z.K.H. Prins Bernhard te Wageningen.

Zalig verklaard
Op 3 November 1985 werd Titus Brandsma door Paus Johannes Paulus II in Rome als martelaar zalig verklaard. De nationale viering van de Zaligverklaring vond plaats in de Sint Jans Basiliek te Den Bosch.

© 2006 Gert Stein