Titus Brandsma
Amsterdam, september 2001.
Titus Brandsma (1881-1942)
Pater Titus Brandsma is geboren op 23 februari 1881 in
het gehucht Oegeklooster, nabij Bolsward, in de
provincie Friesland onder de naam Anno Sjoerd Brandsma.
In de periode 1892 tot 1898 was hij leerling aan het
gymnasium van de paters Franciscanen in het Noord
Brabantse Megen.
Op 17 september 1898 deed hij zijn intrede in het
noviciaat van de paters Karmelieten in Boxmeer. Hier nam
hij de naam aan waar hij later bekend onder zou worden:
Titus.
In 1900 begon Titus Brandsma met een studie wijsbegeerte
en theologie.
Op 17 juni 1905 vond de priesterwijding plaats in de
Kathedraal van Den Bosch. Na deze priesterwijding werd
hij voor zijn studie naar Rome gezonden.
Terug in Nederland
Wetenschappelijke en geestelijke ontwikkeling
Na zijn terugkeer in Nederland werd Titus Brandsma
belast met de wetenschappelijke vorming van de
scholastieken van zijn orde.

Hoogleraar aan de Universiteit
In 1923 werd hij hoogleraar aan de pas opgerichte
Katholieke Universiteit te Nijmegen en doceerde daar
filosofie en geschiedenis van de mystiek. Hij was een
professioneel journalist, was actief in de opkomende
oecumenische beweging en in de verenigingen tot
activering van de Friese cultuur, taal en godsdienstige
tradities.

Adviseur journalistenvereniging
In 1935 werd Titus Brandsma benoemd tot geestelijk
adviseur van de R.K. journalisten vereniging.
Tegen het eind van de dertiger jaren, 1938 tot 1939 gaf
pater Titus colleges over de bedenkelijke aspecten van
de nationaal-socialistische wereldbeschouwing. In 1941, heeft pater Titus een gesprek gevoerd met mgr.
dr. J. de Jong, aartsbisschop van Utrecht, over de
situatie van de Katholieke Pers. Daarna heeft Titus
diverse directeuren en hoofdredacteuren bezocht.

Arrestatie
Titus Brandsma weerstond de maatregelen van de bezetter,
die tegengesteld waren aan de katholieke beginselen.
Begin januari in 1942 werd een rapport bekend gemaakt
met de tekst:" Der Pater Titus Brandsma (Nimwegen) is
wegen planmässiger Vorbereitung einer gegen die
Deutschen Besatzungsbehorden gerichteten oppositionellen
Bewegung omgehend zu verhaften und einem
Konzentrationslager zufuhren". Op 19 januari werd pater Titus Brandsma gearresteerd in
Nijmegen en gevangen gezet in Arnhem. Daarna werd hij
overgeplaatst naar de strafgevangenis in Scheveningen.

|
 |
 |
 |
In Kamp Amersfoort
Vanaf 12 maart tot 28
april verbleef Titus Brandsma in het Polizeiliches Durchgangslager in Amersfoort.
Daar hield hij op 3 april (Goede Vrijdag) een conferentie over Geert Groote en de zin van Christus lijden en ons lijden.

Medegevangene Folmer
Gevangene Dick Folmer die tegelijk met Brandsma gevangen zat noteerde nauwgezet de gebeurtenissen in het kamp.
Hij schreef ook over zijn ontmoetingen met Titus
Brandsma.
Jaren na de oorlog verwerkten de nabestaanden van Folmer zijn aantekeningen. Ze werden in boekvorm gepubliceerd
onder de titel "Dagboek uit Kamp Amersfoort, 1942".
Folmer schreef:
26 maart 1942 ... Vanavond ga ik na het douchen naar een
lezing van Hoor, een van de Amsterdamse gijzelaars. Het
is een voordracht over Vondel, die me erg boeit. Wat
zijn die lezingen toch prettig, en wat worden ze door
iedereen geapprecieerd! Werkelijk opgefrist, ga ik naar
de barak terug, waar ik kennis maak met een nieuweling,
die tegenover mij in de barak zijn slaapplaats heeft.
Hij stelt zich voor aan mij, als Prof. Brandsma, de
secretaris van de aartsbisschop van Utrecht. Een
buitengewoon man! Hij doet mij vooral zo sympathiek aan,
omdat hij zo sterk op mijn schoonmoeder lijkt. Hij
vertelt mij nu over zijn ervaringen met de Moffen, en
hoe kranig ons Katholieke volksdeel zich houdt! Deze
kennismaking doet mij goed! wat heeft deze man een
prachtige, sprekende handen, hij is helemaal het type
van een geestelijke. Na de kennismaking heb ik met hem
een wandeling gemaakt. Hij heeft zo’n godsvertrouwen,
dat hij mij kracht en moed geeft.
28 maart 1942 Vanavond een lezing bijgewoond door prof.
Brandsma., het was een uitstekende voordracht! Wat is
hij toch een prachtmens! Maar hij moet heus
voorzichtiger met zijn woorden zijn, anders krijgt hij
er zeker last mee! Hij voelt zich niet zo heel fit,
eigenlijk vanaf het begin; hij heeft ook al last van
zijn ingewanden.
Vlak voor de bel, verhuis ik naar de overkant, en lig nu
vlak naast Jan Edens; aan mijn linkerkant heb ik het
beschot. Beck wil niet overkomen, al is er onder mij nog
een plaats leeg; dit komt door de verhuizing van het
Katholieke groepje onder leiding van van der Mortel,
naar de andere kant van de zaal. We nemen hen dat wel
een beetje kwalijk, want het is juist zo goed, om wat
gespreid te liggen, en niet bij elkaar te hokken. Het is
héél jammer, dat ook prof. Brandsma mee is gegaan; ik
ben graag met hem samen, het is eigenaardig, zo’n rust
als van hem uitgaat!
Vanavond heb ik met prof. Brandsma een lang gesprek
gehad, over allerlei levenskwesties! Het is een
fantastisch mens, om je met je geestelijke moeilijkheden
te helpen.
Ons gesprek ging o.a. over het Katholieke geloof, en hij
legde mij verschillende dingen uit. Dit geloof heeft
zoveel mooie dingen in zich. De kerk, met haar
parochianen wordt hier voorgesteld, als een Moeder met
haar kinderen. Bij ons is veel minder éénheid. Wat is
dat toch jammer, die verdeeldheid in de Godsdienstleer,
het einddoel is toch voor ons allen gelijk?
Hierna wil ik prof. Brandsma opzoeken, maar hij ligt in
het revier. Gelukkig voor hem, is hij uit barak 4, de
dysenteriebarak, gebleven. nu heb ik maar wat moed
gehaald bij
Ds. Nijlandt, en we hebben een prettig gesprek gevoerd,
al ben ik het lang niet altijd eens met zijn
gereformeerde opvattingen. Wat dat betreft kan ik beter
praten met Ds Miedema. Ik mis hier zo het type van Ds.
van den Bosch; wat kon hij vaak heerlijke geestelijke
injecties geven!
Deze figuur staat mij altijd voor ogen, een prachtmens
was het!.
Prof. Brandsma heeft “Bettruhe” omdat zijn ingewanden
doorlopend in de war zijn.
Vanavond hebben we met Titus Brandsma een samenspraak
gehouden over verschillende onderwerpen. We gingen
hiertoe achter de nieuwbouw zitten, om ongestoord te
kunnen praten. Zelden heb ik een interessantere avond
meegemaakt. We vroegen hem zijn visie wat betreft de
komende tijd, en wat volgens hem de oorzaak zou kunnen
zijn van onze dwaling in de voorbije periode. en hoe we
straks onze fouten konden verbeteren.
Professor Brandsma begon met ons te wijzen op het boek
van J. Huizinga; ”In de schaduwen van morgen”, een
diagnose van het geestelijk lijden van onze tijd. Hij
ging volledig mee, met de gedachtengang van Huizinga.
Hoeveel rampzaliger zou het zijn, als we dergelijke
avonden zouden moeten missen. dit is de enige manier
waarop we onze geest nog voedsel kunnen geven; een
hulpmiddel, dat ons belet om neer te zinken tot een
dierlijke levenshouding, waarin alleen eten drinken
roken en lijfsbehoud van belang zijn. Laat ons dit
behouden, laten we er desnoods voor vechten; het is onze
enige redding, deze innerlijke kracht, die ons de
dagelijkse kwellingen doet doorstaan en er ons boven
verheft.
2 mei 1942??? Vanavond heb ik mijn troost gezocht bij
Titus Brandsma. Ik vertelde hem over mijn problemen, en
het deed alleen al zo goed, om zijn stem te horen! Wat
heeft die man toch een ongelofelijke kalmerende invloed!
Zou dat nou een soort magnetisme zijn? Kon ik deze man
later nog maar eens ontmoeten!! Een sterke, moedige
geest!
Voor de wederopbouw van ons land, hebben we deze man, en
zijn geestverwanten, zo vreselijk nodig!
Na het avondeten, ben ik met Hoefsloot, Kapteyn, en
Titus Brandsma een wandeling gaan maken.
13 mei 1942 Titus Brandsma stond stomverbaasd naar mijn
handelingen te kijken. Ik vertelde hem wat mij die
ochtend was overkomen. Hij vond dat ook vreemd. Maar wat
zag die oude man er zelf beroerd uit! Hoe kunnen mensen
zoals hij het hier ook volhouden! Vooral met zulke
zwakke ingewanden! Voor zijn chronische
ingewandsstoornis krijgt hij een dieet, maar dat bestaat
elke dag uit hetzelfde papje. Daar zijn de ingewanden
wel mee geholpen, maar de rest van het lichaam blijft
even ondervoed! Hij had ook zorgen. Zo vertelde hij me,
dat Berg hem speciaal in de gaten hield, met het oog op
de voordrachten, en samenkomsten die hij gehouden had.
Dat was wel heel slecht nieuws! Natuurlijk was dit weer
een kwestie van verraad, en wie anders dan Schepers kon
de verrader zijn? Berg verfoeit geestelijken als Titus
Brandsma, volgens hem is de klasse van pastoors en
predikers het vergif der naties. Titus Brandsma had de
indruk, dat Berg hem in een zwaar commando wilde
plaatsen, om hem op die manier uit de weg te ruimen! Nu,
dat zou dan zeker zijn dood betekenen! Dat Berg dat
fraaie plannetje nog niet doorgezet heeft, is
waarschijnlijk te danken aan de grote bekendheid die
Titus Brandsma in de leidende Katholieke wereld heeft.
En zelfs een Naziman moet met toch met de veranderde
politieke leuzen rekening houden! Op het ogenblik
schreeuwen de Herren zelfs, dat op het Russische terrein
dat ze bezet hebben, God weer woont!!! Deze Germanen
zijn zelfs de beschermers van de godsdienst geworden!?
Dat merken we hier dagelijks! Niet voor niets houden ze
bijbelrazzia’s onder ons; wij kunnen volgens hen, de
bijbel niet lezen, we zijn zo stom, om daar steeds het
verkeerde uit te halen. En dan doen ze hier toch
Godvruchtig werk, door de Joden af te maken? Het is
immers Gods wil, dat de Joden zullen lijden? 74-2
Dat hondentuig heeft Christus niet erkend, en daarvoor
moeten die Aziaten op hun donder hebben! Zo vertelde een
Blockführer tenminste.
Ik voorzie, dat Titus Brandsma nog dezelfde weg opgaat
als dominee van den Bosch! Alleen vanwege de publieke
opinie zullen ze hem nog enigszins ontzien. Zo’n dominee
of zo’n katholieke professor, ach, veel is het niet,
maar de vijandelijke ondergrondse propaganda, zou uit
het afmaken van dergelijke mensen munt kunnen slaan! In
ieder geval loopt Brandsma nu met Stubedienst rond, en
Berg heeft nog niet ingegrepen. Ik raadde hem aan, om
persoonlijk naar Berg toe te gaan, en hem te vragen of
hij, met het oog op zijn zwakke gezondheid bij het
schilcommando geplaatst zou mogen worden. Tenslotte kan
een persoonlijk gesprek, meer effect hebben dan een
vraag via de Lageroudste. Al zal het niet veel helpen,
te proberen is het in elk geval! Baat het niet, schaden
kan het ook niet! Hij zou Berg aan moeten spreken, als
die met een volle maag, en een sigaar in zijn hoofd, de
keuken uit komt stappen. Dat zou hij doen! Ik beloofde
hem, dat ik vanmiddag of morgen wat vet voor hem mee zou
nemen; zoiets zou vermengd door de pap, de
voedingswaarde behoorlijk verhogen, want ondervoeding is
wel degelijk de oorzaak van zijn ziekte!
Titus Brandsma lag op zijn krib, hij was er werkelijk
beroerd aan toe! Ik nam mij voor, om elke dag wat voor
hem mee te nemen, want het zou een ontzettend verlies
zijn, als we deze man kwijt zouden raken!
De bel roept ons weer naar het werk. Als ik een uurtje
later voor Tito het Lager in moet, zie ik bij het
revier, Titus Brandsma staan. Ik loop dadelijk naar hem
toe, om te vragen of er nog wat bijzonders is.
“Ik schijn op transport te gaan,” is het antwoord..
“Wat!!!! U weg!!! Het zal toch niet wáár zijn?!” Titus
Brandsma bij ons weg, dat is helemaal niet in te denken!
“Is dat heus wel waar?”
“Ja, ik ga hoogstwaarschijnlijk naar Scheveningen.”
“Maar wat moeten ze daar dan met U? U zit toch niet in
een of ander zaakje?”
“Nee, het is voor mij ook niet duidelijk, wat er met mij
gaat gebeuren!”
“We zullen U hier ontzettend missen, Brandsma!”
“Ik jullie ook! Jullie zijn goede vrienden voor mij
geweest, en die verlaat je niet zo makkelijk!”
“Ik ben toch zó dankbaar, dat ik U nog even gezien heb!”
“Ik ben daar ook blij om, wil je de anderen wel de
hartelijke groeten doen? Van Piet van Zeestraten heb ik
door het venster al afscheid genomen.”
“Kan ik nog iets voor U doen?! vraag ik hem.
“Nee, werkelijk niet, ik heb alles wat ik nodig heb!”
“Wacht, ik zal U wat boter meegeven, dan heeft U wat
extra’s”
Zonder op de Witte muizen te letten, loop ik terug naar
mijn kelder, doe een flinke homp boter in een grote
lucifersdoos, en keer daarmee terug.
“Voorzichtig, neemt U dit snel aan!” Gelukkig, de boter
was weg!
Ik moet nu gaan. De tranen staan in mijn ogen, ik heb
deze man hier zó lief gekregen, ik vereer hem als een
heilige!
“Mijn jongen,” zegt hij, “Geef mij je hand. Ga in God,
en vertrouw op Zijn leiding. Groet allen, en God zegene
jullie!”
Als ik later naar de smederij ga, zie ik hem naar de
Bekleidungzimmer gaan. Nog éénmaal wuiven we elkaar een
vaarwel toe.
In hem verlies ik een gróót en dierbaar vriend! Brandsma
weg? Onbegrijpelijk!!!
Zou hij werkelijk naar Scheveningen gaan? Laten ze hem
straks de Rode Streep niet passeren?
Eigenaardig, wij, jongeren, wensen elkaar sterkte en
moed toe en een weerzien, na de oorlog.
Bij Titus Brandsma niets van dat alles! Hèm hoeven we
geen sterkte toe te wensen! Wat zal ik hem nog missen,
deze mens met zijn prachtige handen en ogen, en met zijn
sterke geest! Wat hebben we hier niet genoten van zijn
preken en voordrachten! Voor de Katholieken betekende
hij méér dan een Vader, maar ook wij zullen hem in
stilte missen! We danken je van hieruit, Titus Brandsma,
voor al het moois, dat je ons gegeven hebt! Moge god je
voor ons behoeden!
Naar Dachau
Via gevangenissen weer naar het concentratiekamp.
Nu in Duitsland.
Na een aantal verblijven in Scheveningen (28 april tot
16 mei) en een gevangenis in Kleve (16 mei tot 13 juni)
werd pater Titus over gebracht naar het kamp Dachau waar
hij op 19 juni aankomt.
Op zondag 26 juli 1942 overleed Titus Brandsma, na
enkele dagen bewusteloosheid, door een injectie van de
kamparts.
Zaligverklaring
Gedachteniskapel
In 1960 is in Nijmegen de Titus Brandsma
Gedachteniskapel geopend. Een plaats waar later veel
bezoekers informatie konden inwinnen,
herdenkingsdiensten konden bijwonen of zich laten
voorlichten over het werk van Titus Brandsma.

40ste sterfdag
In 1982 was in Nijmegen en in Rome een plechtige
herdenkingsdienst ter gelegenheid van de 40ste sterfdag
van Titus Brandsma. In hetzelfde jaar werd Titus
Brandsma postuum het Verzetsherdenkingskruis toegekend.
De onderscheiding werd uitgereikt door Z.K.H. Prins
Bernhard te Wageningen.

Zalig verklaard
Op 3 November 1985 werd Titus Brandsma door Paus Johannes Paulus II
in Rome als martelaar zalig verklaard. De nationale viering van de Zaligverklaring vond plaats in de Sint
Jans Basiliek te Den Bosch.
|