Erweitertes Polizeigefängnis Amersfoort

Het Kamp was in de maanden dat het gesloten was, erg uitgebreid. Onder andere omdat men vermoedde dat de doorstroom van gevengenen groter zou worden, als gevolg van de Arbeiteinsatz. De naam Erweitertes Polizeigefängnis Amersfoort gaf aan dat het kamp viel onder de verantwoordelijkheid van de lokale politieautoriteiten. Het Kamp was dan wel groter geworden, de organisatie van het kamp was niet verbeterd. In vergelijking met de ‘officiële’ Duitse kampen was het in Amersfoort wanordelijk en slordig. De grootste verbouwingen waren geweest, maar men bleef aanpassingen doen om te zorgen dat het logistiek en administratief beter georganiseerd werd.

Van de ongeveer 26.700 gevangenen die in de tweede periode in het kamp zaten, werden ruim 13.240 gevangenen in het kader van de Arbeiteinsatz naar Duitsland getransporteerd om alsnog te worden tewerkgesteld. Ruim 3.150 politieke gevangenen werden vanuit het kamp naar een concentratiekamp gedeporteerd en ongeveer 9.230 gevangenen werden – in de meeste gevallen – uiteindelijk weer vrijgelaten. De groei van het aantal gevangenen had tot gevolg dat de groep kamp-SS’ers werd uitgebreid. In tegenstelling tot de eerste periode werden nu wel Nederlandse SS’ers toegelaten tot de kamp-SS. De nieuwe Lagerführer van het kamp, Karl Peter Berg, had geen Schutzhaftlagerführer. Op papier bleef deze functie onvervuld, maar in de praktijk vervulde Johann Joseph Kotälla deze functie.

Met de groei van het aantal gevangenen nam ook de hoeveelheid administratieve werkzaamheden toe. Dat schiep mogelijkheden voor gevangenen, die werden ingezet op de administratieve afdelingen Abteilung III en de Schreibstube. Nieuwe financiële werkzaamheden waren het gevolg van de introductie van kantinegeld en het NSF-Kommando. In een afzonderlijke barak werd gewerkt in het NSF-Kommando voor de Nederlandse Seintoestellenfabriek (NSF) uit Hilversum en dat was een bevoorrechte plaats.

Omdat, na de heropening de werkzaamheden voor de uitbreiding van het kamp niet langer noodzakelijk waren, kwam het regelmatig voor dat honderden gevangenen werkeloos waren. Zij vormden een naamloze ploeg die dagen achtereen, in weer en wind, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, in het gevangenkamp moesten exerceren. Iedereen die in dit commando was opgenomen, probeerde er zo snel mogelijk uit te komen. Omdat er binnen het Kamp te weinig werk beschikbaar was voor de gevangenen, werd er ander werk gevonden buiten het kamp. Bij bedrijven en instellingen die de goedkope arbeidskrachten wel konden gebruiken. Diverse buitencommando’s waren werkzaam in Amersfoort en omgeving, zoals bij AMAF, KELA en de Gasfabriek, of verder weg op de Vliegbasis Soesterberg, op Deelen, in Sint Michielsgestel en Haaren, Leeuwarden, als IJsselliniegravers enz. Wanneer gevangenen ver buiten Amersfoort werden tewerkgesteld werd ook wel gezegd dat zij ‘abkommandiert’ waren. In de eerste periode van het PDA was dit ondenkbaar, in de tweede periode was het noodzakelijk. Waarschijnlijk speelde de bijverdienste voor de kamp-SS ook een rol.

Laatste nieuws en blog